Meeting Mopti

Lieve lezers,

Het is al weer een tijdje geleden dat mijn laatste verhaal online kwam. Ik had even voor mijzelf wat tijd nodig om alles te verwerken en een plaatjes te geven. Er is veel gebeurt en ook veel niet gebeurt, er zijn keuze gemaakt en er is uiteraard gereisd. Hier het verslag van zes heftige, stressige en toch onvergetelijke dagen in Mali.

28 februari 2011 - Gestrand

Om kwart voor zes werd de motor gestart en konden we aan de terugreis van Youwarou naar Mopti beginnen. Het zou volgens de mannen korter duren omdat de boot lichter was en we een vertakking van de Niger zouden nemen die korter was. Fijn. Het was nog zo vroeg, met de opgaande zon staken we het meer over en gingen we door een nauwe doorgang de vertakking in. De doorgang was echter zo nou en de motor raakte vol met riet. Lekker handig, motor uit en met de punter probeerden de kapitein en assistent kapitein de boot weer recht te krijgen. Het duurde even maar uiteindelijk kon de motor weer aan en gingen we volle vaart op naar Mopti. We voeren weer langs verschillende dorpjes en langs vele installaties waar de bevolking mee viste. Leuk om te zien, zo veel verschillende vis technieken. Verder stroom opwaarts stopte we en werd er een kip gekocht voor het avondmaal.

Moulaye wilde graag even met mij praten. Ik dacht dat hij het mij wilde hebben over mijn afstandelijke gedrag van de afgelopen dagen. Hij irriteerde mij namelijk mateloos. Zijn betweterigheid over alles, hij ging mij zelfs dingen uitleggen over Europeanen. Dingen die misschien terug te leiden zijn naar de macho cultuur van Spanje (waar hij woont) maar die echt niet op geheel Europa slaan. Elke keer als hij wat ging uitleggen begon hij met zijn favoriete zin: 'Afrika is anders dan Europa, weet je'. Dat was mij nog niet opgevallen... Maar het meeste van alles irriteerde ik mij om zijn reacties op mijn vragen. Elke keer als ik hem iets vroeg kreeg ik of drie antwoorden die de vraag niet beantwoorden, of ik moest het maar een andere keer vragen of hij vond dat ik rustig aan moest doen. Ik besloot dus niets meer aan hem te vragen, want een antwoord kreeg ik toch niet. Daarom ging ik altijd naar zijn broertje, Hama, van wie ik wel antwoorden kreeg.

Goed, dat over mijn irritaties, maar het gesprek liep anders dan ik verwacht had. Mijn baas, tot mijn grote verbazing, vertelde mij dat hij heel veel dingen voor mij voelt. Dat ik de mooiste vrouw op aarde ben in zijn ogen. O God, nee. De rest van de dag besloot ik hem te ontwijken en negeren (zoals eerder) en ik zette mijn MP3 speler aan. Ik luisterde naar ABBA. Zo simpel, zo vrolijk, zo mooi en zooooo bekend! Zo bekend. Elke melodie kan ik mee neuriën en elk lied zin ik mee. Heerlijk die bekendheid.

Rond het middaguur begon het feest. Ik zat lekker te genieten van mijn lunch, toen de motor opeens een stuk zachter gezet werd en we met een sukkelgangetje door het water voeren. Ik vroeg waarom, wat bleek, het water in de vertakking stond veel lager dan verwacht dus we konden niet meer zo snel varen. Dat heb ik geweten! Na vele dorpjes, moskeeën, aapjes langs de kade en gestrande taxi boten (waarbij de mensen moesten uitstappen, lopen en na het lage stuk weer instappen) liepen ook wij vast tegen een zandbank. Hup, de mannen het water in en duwen en trekken. Wonderbaarlijk snel sukkelde we weer voort en na een lange vaart van bijna 13 uur zagen we de zon ondergaan en kwamen we in Mopti aan.

Ik zette snel mijn tentje weer op, op het dak van het huis van een neef en zijn vrouw. Die neef en zijn vrouw zijn overigens het meest schattige stel dat ik ooit gezien heb. Na een avondmaal waarbij we veel gelachen hebben nam ik een verfrissende douche en ging ik naar bed.

1 / 2 / 3 maart 2011 - Mopti

We verbleven drie dagen in Mopti. Moulaye moest wat zaken doen en ik ging wat chillen. Flaneerde wat over de boulevard, kocht een nieuwe zonnebril en maakte kennis met verschillende grappige mensen die in Mopti wonen. Samen met Hama bezocht ik een vriend van hem in ‘down town'. Was wel leuk, want de wijk daar is net als een dorp. Overal schapen, vuurtjes en uiteraard weer de vele kinderen. Ik bezocht het internet café te vaak, mijn mailbox na 5 dagen was goed gevuld. Een relaxte drie dagen. Weer wat sociaal gedaan met vrienden en familie: geskyped en gemaild.

Elke avond kroop ik weer mijn tentje in, daarmee heb ik het nu wel gehad. Al hoe wel, ik hou van mijn tentje maar het matrasje dat erin licht ik meer een kleed. Of te wel mijn rug is een beetje naar de kl*te en ik ben hard toe aan een lekkere zachte matras en een goed gevuld kussen.

Alle dagen was ik een beetje in de stress over de rare dingen die Moulaye tegen mij gezegd had op de boot. Ik was zwaar geïrriteerd aan zijn gedrag en deze hele nonsens maakte het niet makkelijker om normaal tegen hem te doen. Toen ik hoorde dat ik met Moulaye alleen naar het Dongon land (een toeristische plek in Mali) zou moeten gaan, moest ik de confrontatie met hem aan. Alleen met die vieze irritante oude man di ‘zo veel voor mij voelt' naar zo een afgelegen gebied..., NEE.

De confrontatie was eng en wederom werd ik aan de kant geschoven. Meneer vond het niet nodig om naar mij te luisteren en gooide het erop dat ik alles verkeerd begrepen had en dat ik maar meer moest vragen. Toen ik hem direct daarop vroeg wat ‘ik voel veel dingen voor jou' betekent draaide hij weer om het antwoord heen en kwam met verschillende excuses en praatjes. Ik had het gehad en het broertje werd erbij gehaald om 1 ding te vertalen. Daarna liep Moulaye weg en liet het over aan zijn broertje. Ik was woest. En als ik zeg dat ik woest was, nou geloof dat dan maar!

Terug in het huis legde het broertje alles (wat neer kwam op niets) nogmaals uit in het Engels. Kijk, ik ben misschien 20 jaar maar je hoeft geen spelletjes met mij te spelen. Toen Moulaye binnen kwam en zogenaamd aardig begon te doen flipte ik. Wat raakt die gast mij aan, wat praat jij met mij? Binnen no time was hij weer weg. Hama, de gastvrouw en gastheer en ik hadden een hele gezellige tijd bij het avondmaal. Ik ben niet slecht, maar behandel mij met een klein beetje respect aub.

Goed, een aantal heftige dagen in Mopti dus. Mopti is overigens erg charmant, de mensen erg vriendelijk en in drie dagen had ik het gevoel half Mopti te kennen. Een schattig jochie van tien jaar nam mij elke ochtend mee naar de bakker. Hij sprak Engels, geleerd van de toeristen met wie hij werkt. En een muzikant dwong mij om naar zijn dan wel niet mooie muziek te luisteren. Ik kocht een nieuwe zonnebril en genoot van de sfeer van deze rivierhavenstad. De drukte in de haven en de rust op de boulevard. Met ontzettende lieve gastmanenvrouw en Hama en eventueel nog wat bijhorende vrienden lagen we allemaal elke avond plat van het lachen. Vaak alleen al omdat we elkaar niet begrepen of omdat ik raar Frans sprak of zij raar Engels. Het ging helemaal nergens om maar die mensen, toptoptop!

4 maart 2011 - Back to Bamako

Om 5 uur stonden we op. Tentjes werden afgebroken, spullen gepakt. Vandaag zouden we met een mini busje terug naar Bamako gaan. Een mini busje was volgens iedereen veel sneller, wat bleek het was slechts een uur sneller. Wat ook niet uitmaakt op een hele dag auto rijden. Ik zat achterin ver weg van Moulaye, met een vriend die een beetje overdreven aan het flirten was. Waarom ben ik ook zo een negermagneet?

Eenmaal in Bamako nam ik een heerlijk verfrissende douche en ging ik naar het internet café. Daar heb ik een hele tijd met mijn geliefde ouders zitten skypen en kon ik al mijn irritaties luchten. Eenmaal thuis was het avond eten geserveerd en na het avondmaal ging ik direct naar bed. Nou, naar mijn flinterdunne matrasje onder mijn muskietennet.

Alles van de afgelopen dagen (vooral met betrekking tot Moulaye) zat heel hoog. Ik was zo gespannen, gestressed en wist niet goed wat ik moest doen. Eigenlijk wist ik dat wel maar ik kon het nog niet zeggen. Daarom besloot ik één van de beste artiesten ooit en een top tranentrekker of top glimlach maker op mijn MP3 in te stellen: Andrea Bocelli. Als je jezelf goed voelt geeft Andrea je nog meer kracht. En als je jezelf kut voelt, met Andrea stomen de tranen. En dat was mijn bedoeling deze keer. Nou, nummer 1 was nog niet afgelopen of alles luchtte uit. Heerlijk. Na een flinke uitbarsting en opluchting bij het nummer VIVERE (dare to live) was de hemel weer geklaard en kon ik weer helder zien. Ik geloof dat ik behoorlijk goed bezig ben met het durven te leven. Maar ik moet ook in de gaten houden dat ik blijf leven en op een plezierige manier. Hier blijven is niet plezierig. Ik voel mij niet fijn, vertrouwd en gewaardeerd. De ‘werkverhouding' gaat niet werken. Ik moet weg.

Ik viel in slaap.

5 maart 2011 - Moment of truth

Vandaag was het tijd om te gaan. Ik vertelde Moulaye en Hama dat ik niet meer zou werken. Moulaye was volgens mij ook een beetje blij, hij zei dat hij het sowieso over mijn boze en stress gedrag wilde hebben. Het kwam hem mooi uit. Hama vond het jammer. De afgelopen dagen waren wij nader tot elkaar gekomen en hij was tenminste één neger die ik hoogstwaarschijnlijk wel aantrok maar die gewoon normaal bleef. Hoe Hama mij heeft behandeld, respect! Waar Moulaye mij alleen in een muggennet op het strand wilde laten slapen, onder de blote hemel, vroeg Hama of ik het niet eng vond alleen in de boot te slapen. En dat ik het anders maar moest zeggen dan zou hij ook in de boot slapen. Thank you!

Tegen het middag uur ging ik nar het busstation. De bussen naar Accra gingen pas op maandag. Lood zakte naar mijn schoenen. Nog twee dagen met Moulaye in het huis, ik kan hem niet zien of luchten (of hoe is die uitspraak). Ik ging snel naar het internet café skypen met het thuisfront en Salif. Ik besloot terug te gaan naar Ghana. Daar bij te komen en dan weer verder te kijken.

Om half vijf kreeg ik een helder ingeving en racete ik naar huis. Samen met Hama reden we met een scooter naar het vliegveld om te kijken of er vluchten naar Accra of Lomé (Togo, aan de grens met Ghana) waren. Voordat we het vliegveld opreden werden we tegen gehouden. Na zeker 15 minuten wachten kwam er hoog bezoek: de president van Mali! Met aanhang van zeker 50 auto's. Om vijf uur parkeerde we de motor en gingen we naar binnen. Goed nieuws! Er was een vlucht naar Lomé, om 20.00 uur 's avonds maar ik moest wel voor zes uur betalen. De banken accepteerde nog steeds mijn bankpasje niet en ik belde dus mama dat ze zo snel mogelijk geld naar mij moest sturen met Western Union. Hama en ik racete terug de stad in en om kwart voor zes, god zei dank, legde ik te veel cash bankbiljetten neer. Ik kon weg!

Maar goed, onder tussen was het zes uur en mijn vlucht ging om acht uur. Of te wel, terug naar huis, spullen ompakken en hopla een taxi in. Ik was Hama dankbaar voor alles wat hij gedaan had, heel dankbaar. Maar ik was nog dankbaarder voor mijn stoeltje in het vliegtuig. Het inchecken ging eventjes een beetje moeizaam maar al snel zakje ik in mijn lekkere vliegtuigstoel. Op naar Lomé!

In Lomé zou Salif mij komen ophalen met de auto. Erg relax maar de grens zou om acht uur sluiten. Lekker handig, ik moest dus een hotel hebben. Ik was ondertussen kapot, fysiek en ook emotioneel zat ik aan mijn grens (die ik onder tussen wat beter ken en beter in de gaten hou, jaja, ik leer). Ik vroeg de steward of hij een hotel wist in Lomé, hij beloofde mij na de vlucht op te pikken zodat de cabin crew mij con afzetten bij een veilig en betaalbaar hotel. Erg aardig. Maar nog aardiger was de vrouw die naast mij zat. Een dame, oorspronkelijk uit India en haar zoontje zaten naast mij. Zij werkte bij een NGO als HIV-aids persoon en haar man uit Burkina Faso werkte ook bij een NGO. Samen woonde ze in Lomé en ze bood mij aan om mee te reiden naar een hotel dicht bij het vliegveld. Dit hotel was goedkoper en net zo veilig. Ik overwoog de kans dat deze dame mij zou beroven, vermoorden, verkrachten en losgeld aan mijn ouders zou vragen voor mijn overlevering. Ik besloot dat het risico klein was en nadat ik een visum in mijn paspoort had en mijn koffer weer had liep ik met de dame en haar zoontje mee. Haar man kwam hen oppikken en met de hele familie stapte ik in de auto. De man en vrouw overlegde even en boden mij aan om in hun logeerkamer in hun huis te slapen. Ze begrepen het als ik liever in het hotel wilde slapen, ik moest het zelf weten maar ik was vrij om mee te komen. Yvonne, de vrouw, wist hoe reizen soms vermoeiend en zwaar kan zijn en als ik wilde was het voor hen geen enkel probleem. Wederom maakte ik een risico analyse (ik moest eens bij een verzekeringsmaatschappij gaan werken) en besloot ik op het aanbod in te gaan.

Snel waren we bij hen thuis, ze woonde in de buurt van het vliegveld. Mijn kamer was en suite en een beter kamer kon ik mij niet wensen. Een bed! Een dak!! Ik kreeg een fles water, wat frisdrank en vervolgens nam ik een douche en kroop ik mijn bed in. Lekker sliep ik toch niet, ik sliep heel licht en vroeg mij af of ik toch niet beter een hotel had kunnen nemen...

6 maart 2011 - In veiligheid

Om vijf uur werd ik weer wakker en besloot ik op te staan. Salif was aan de andere kant van de grens en ik wilde hem ook niet te lang laten wachten. Ik nam een douche, maakte de kamer netjes en om zes uur opende ik mijn deur. De man was ook al wakker en al snel kwam ook de vrouw. Ze boden mij een ontbijtje aan en uiteindelijk bracht de man mij zelfs naar de grens. Onbetaalbare gastvrijheid!

Ik kreeg een exit stempel voor Togo en liep door naar Ghana. Mijn veilige haven. Echter werd ik halverwege tegen gehouden en vroeg een man naar mijn visum. Die heb ik niet. Shit! Ik wist het, en ik had Salif nog zoooo gevraagd, kan je een visum bij binnenkomst krijgen. Ja, wist hij zeker. Nee was de realiteit. De man wilde mij terug naar Togo sturen maar ik stond erop met een hoge pief te praten. Tijd rekken totdat Salif er eindelijk was. Uiteindelijk kwam Salif en er viel een last van mijn schouder. Ik kon weer iemand vertrouwen. Salif praatte wat met de officier en uiteindelijk kwam er niets uit. Ik moest terug. Toen de baas van de officier kwam liet Salif nogmaals de naam Mubarak vallen, de douane medewerker die mijn eerste visum geregeld had. De hoogste pief kende Mubarak en hopsa, binnen 5 minuten stond er een mooi stempeltje in mijn paspoort. Ik hou van dit land! Ok, er ging wat geld onder de tafel langs maar ik kon ‘naar huis'.

Salif zijn auto is geïmporteerd uit de VS en heeft een speciaal kenteken. Er mogen niet meer dan twe personen inzitten en hij mag niet tussen 6pm en 6 am (dus 's nachts) rijden. Salif had een vriend meegenomen om te rijden omdat hij zelf het te ver vond om alleen te rijden. Verstandig, maar nu zaten we wel met z'n drieën in de auto. Met als gevolg dat we door elke controle op de weg, en dat zijn er nogal wat, werden aangehouden. Maar gelukkig waren de eerste agenten heel aardig. Tegen een betaling maakte zij een nep proces verbaal aan en schreven ze een briefje voor alle nog komende controles dat wij alle gegevens van de auto (logboek en rijbewijs) hadden ingeleverd en dat we dinsdag voor het gerecht moesten verschijnen. Of te wel, we reden zonder problemen door naar Accra.

In Accra viel ik op bed, in slaap.

Zozo, dat was me een partij weer! Ik heb besloten in Accra drie dagen te slapen en vervolgens mijn situatie te analyseren en daaruit dan een vervolg plan te bouwen. Maar nu eerst slapen, uitrusten, bezinken en energie opladen. Slapen in een bed. TV kijken. Eten en ademen. Vrijheid! Ondanks dat de baan in Mali een droomkans was, voelde ik mij kilo's lichter terug in Accra. Weg bij die vent, weg uit Mali. Mali is een geweldig interessant land, maar om er te wonen, ik weet niet. Te arm, te droog en te extreem. Het was een geweldige ervaring die ik ondanks alle irritaties en stress niet voor geen goud heb willen missen. De gastvrijheid van de mensen hier blijft mij verbazen en zorgt er voor dat ik nog iets meer van de wereld hou. En ondanks de tegenslag kan ik eigenlijk niet wachten tot de volgende stap.

Maar Lisan, nu eerst drie dagen rust.

*English summary - a little longer on request but translated with google translator so mistakes may be common*

A quarter to six, the engine started and we started off from Youwarou to Mopti. It was still early, with the rising sun, we crossed the lake and we went through a narrow passage into the main river. We cruised along several towns where the man started their day of fishing. Nice to see so many different fishing techniques. Further upstream we stopped and was bought a chicken for dinner.


Moulaye, my boss, wanted to talk to me. I thought he wanted me to talk about my distant behavior of the past days. He annoyed me very much in his way of treating me and not answering any of my questions. But instead of that he told me ‘he feels many things for me'. I was in shock. The rest of the day I decided to avoid and ignore (as before) him and I switched on my MP3 player. I listened to ABBA. So simple, so happy, so beautiful and soooo familiar! So familiar. Every melody I could hum along, and every song I could sing along.


I was having my lunch, when the boat suddenly stopped. The water was to low and we couldn't use the engine anymore. The Capitan had to push us through the passage. We passed many villages, mosques, monkeys along the wharf and stranded taxiboats (which the people had to get out and walk). After a journey of nearly 13 hours we saw the sunset and we arrived in Mopti.

We stayed three days in Mopti. Moulaye had some business. I chilled out for a couple of days, strolled along the promenade, bought a new sunglasses and met with various funny people who live in Mopti. Together with Hama (brother of the boss) I visited a friend of his in 'down town'. Was fun, because down town is more like a village. Sheep everywhere, fires and of course many children. I visited the internet cafe, my mailbox was nicely filled after 5 days. Every night I crawled back into my tent on the rooftop. Though I love my tent very much, the mattress inside is horrible. My back doesn't like it at all...

I wasn't really happy about the situation between me and Moulaye and decided to confront him and ask him man to man. Unfortunately he didn't understand man to man (with a woman) so I ended up with even more unanswered questions and really really frustrated. I was furious about the way he treated me. I'm not a bad person, I'm quite smart and I don't like silly games.

Mopti is very charming, very calm and the people are really friendly. I feel like I know half of Mopti in those three days I've been here. A cute boy of ten years old took me to the bakery every morning. And a musician forced me to listen to his beautiful music. The crowds in the port and the quietness on the boulevard.

We took a bus back to Bamako. Once in Bamako I took a nice refreshing shower and went to the internet café to skype with my lovely parents. After diner I went straight to bed and with some Andrea Bocelli I made the tears come. After a relieving cry-session the sky was clear and I was ready to speak out my decision. I have to go.

I fell asleep.

The next day things went fast. I told Moulaye and Hama that I would go and I checked bus sceduals. Unfortunately the bussed to Accra would leave on Monday I and didn't really feel like staying for two more days. So after some stress I booked a flight to Lome (Togo) and the same evening I flew away from Bamako. They lady next to me in the plane offered me to drop me off at a cheap and save hotel. I thankfully agreed and when we arrived in Lomé and met her husband they invited me to stay in their home. I did some quick mathematics on risk and decided that the change was small that these friendly people with son, both working in NGO's, would kill, robe, rape or kidnap me.

I had a wonderful en suite bedroom and the next morning the husband even brought me to the border. Priceless hospitality. I got my Togo-exit-stamp and went on to Ghana. I was stopped halfway and a guy asked to see my Ghanaian visa. I didn't have one and expected to get one at the border. This was not possible but I insisted on seeing a higher ranked officer. Finally Salif came to pick me up. He talked a while with the officer, without any luck. I had to go back to Togo. But then his boss came in Salif dropped the name Mubarak (the customs guy at the airport), the big boss knew him and within minutes I had a nice stamp in my passport. Accra, bed, here I come!


Met de boot naar Youwarou

Lieve lezers,

Alweer een aantal dagen vergaan. Mijn eerste paar dagen in het grootse Mali. De eerste twee dagen in Bamako, mijn nieuwe thuis. En vervolgens een tocht door Mali. Een korte maar heftige kennismaking met één van de armste landen ter wereld. Met een beetje pijn in mijn hart vraag ik mij af of ik hier wel zo een zin in heb. De droogte, de stekende zon, de koude nachten, de vreemde mensen en vooral de armoede. De kinderoogjes, de vieze lichamen, de vreemde taal, de vragende handen, de moslimmannen en de uitzichtloosheid. De hoeveelheid aan kinderen, zonder toekomst. Zoveel kinderen, overal. Allemaal gescheurde kleren, vies en bijna wit van het stof. Rijstbuikjes, die er in het echt overigens minder erg uitzien dan op de zielige UNICEF foto's.

22 / 23 februari 2011 - Money, money, money. It's not funny.

Ik werd wakker van de zon, het ligt. En kort daarna ook de warmte. Een beetje verward stond ik op en ging ik van het dak af. Na een ontbijt van baguette, had Hama een scooter van zijn vriend geleend en gingen we naar het centrum. Hij moest wat dingen doen en ik had een bank die Maestro accepteert nodig. Het laatste bleek een enorm probleem te zijn. De enige bank die daadwerkelijk Maestro accepteert had een technisch probleem en na zeker 10 bezoeken aan de bank, verspreid over twee dagen, moest ik met de bus naar Mopti. Zonder een cent in mijn zak. Erg vervelend.

Bamako is enorm groot. Het centrum is best modern. Met de nadruk op best. Er staan wat grote gebouwen en het regeringsgebouw lijkt wel een paleis. Het verkeer matig druk, vooral veel scooters. De wind op mijn huid voelde erg verfrissend en 's ochtends was het ook nog niet zo heet. Pas om twee uur voelde ik de zon op mijn huid steken. En de Afrikaanse zon kent geen genade, rood kwam ik 's middags thuis.

Mijn eerste indruk van de stad: groot! Overal zijn huizen, hutjes en gebouwen. En alles is er te krijgen. Behalve geld...

24 februari 2011 - Met de bus naar Mopti

Om half vijf wekte Hama, het broertje mij. Ik pakte mijn spullen en brak mijn tentje af. Bepakt en bezakt liepen we naar de grote weg waar een met een taxi naar het busstation gingen. Om half 7, een half uur voor vertrektijd stonden we met nog vele andere lekker te wachten. Om kwart voor 8, drie kwartier na vertrektijd vertrokken we daadwerkelijk. Binnen no time waren we de stad uit en reden we door een gigantisch droge, vlakke savanne omgeving. Zo nu en dan passeerde we een dorpje van lemen hutjes en politie stations waar de buschauffeur voor onze doorgang moest betalen.

Ik deed even een dutje, veel afwisseling in het landschap was er toch niet. Te vlak, bijna Nederlandse polder achter. Alleen dan toch wat glooiender. En zo nu en dan rotsblokken, kleine rots bergen in de vlakte. Toen ik bijna omviel van de honger stopte we eindelijk. Hama kocht wat kip, die heerlijk was. Maar het stilde de honger niet geheel. Daarom ging ik maar snel een baguette halen.

Nadat iedereen zijn gebeden had afgelegd volgde we onze reis, nog drie uur te gaan tot aan Mopti, de havenstad van Mali. En nee, Mali ligt niet aan de zee, maar het is een rivier haven aan de rivier Niger. De Niger is één van de levensaders van Mali. Eindelijk, na bijna tien uur reiden zag ik vier palen van voetbalveld lampen. Een stad: Mopti! Eindelijk. Toen de bus tot stilstand kwam en ik enthousiast uitstapte liep ik tegen een stinkende walm van gadver vieze gadver lucht aan. Gadver wat stond het daar. Een mengeling van vis, afval, zweet, rook en rotte dingen.

We stapte een taxi in en werden afgezet aan een boulevard. Moulaye was daar, zoals zijn pinassa, een typische boot. Of eigenlijk een grote houten kano met een motor Een vriend van hem, een gids, en de vriendin van de gids, een Spaanse, waren daar ook en we zouden een sun set tochtje met de pinassa maken. Ik was echter moe, maar kon het niet afzeggen. Ik hopte dus in de pinassa, het dak op en genoot van een gigantische rood-oranje bol. De ondergaande zon. We voeren langs de haven, wat een troep zeg. Het ‘strand' lag vol met flessen, plastic, afval. Te ranzig gewoon. Een afvalverwerkingsbedrijf zal miljoenen kunnen maken van alleen het afval langs de oever in Mopti. De Spaanse vriendin van de gids was super klef. Beetje vreemd vond ik maar goed, het is ook zo romantisch zo een ondergaande zon. Ik voelde echter dat de Spaanse een beetje bang was voor mijn aanwezigheid. Alsof ik haar negervriend zou afpakken. Naja, ik trok me er niets van aan en probeerde de overdreven klefheid te negeren en genoot van de koude wind op mijn huid.

Terug aan wal namen we een scooter naar het huis van een broer van Moulaye, waar we onze tentjes opzetten op het dak en vervolgens met z'n alle gingen eten. Ik kletste wat met de Spaanse en we keken naar geweldige tele-novelas. Hilarisch!

Rond negen uur besloot ik dat het genoeg was voor de dag. Ik nam een welkome douche en ging naar bed. De sterke wind trok door mijn muggennettent. Ondanks de deken en mijn wollen trui had ik het te koud. Het was zo koud dat ik al mijn energie in het opwarmen van mijn lichaam moest stoppen. Met als gevolg dat ik pas heel laat in slaap viel.

25 februari 2011 - Vakantiegevoel

We zouden om 6 uur vertrekken maar uiteindelijk werd ik pas om zes uur gewekt. Snel pakte ik mijn spullen en ruimde ik mijn tentje op. Stijf van de kou stapte ik achterop de scooter, op naar de Pinassa, de boot. Mijn bagage werd op de pinassa geladen en ik bleef aan de kade, bibberend van de kou, toekijken. Ik maakte een foto van mijzelf om de schade te observeren. Ik schrok, mijn wallen waren groter dan de wallen van Wim Kok. Ik was een wrak. Koud, moe en gespannen.

De pinassa was volg met rijst, wat een heerlijke bodem gaf om lekker te hangen. Met een dikke deken over mij heen begon ik langzaam maar zeker op te warme. De sterke wind zorgde echter voor een constante ongewenste opfrissing. Toen de zon eenmaal hoog stond klom ik op het dak en liet de grote vuurbal zijn werk doen. Rond elf uur bestempelde ik mijn toestand als: comfortabel.

Moulaye had mij ondertussen gezelschap gehouden op het dak. Daar kreeg ik zijn hele liefdesleven verhaal te horen. Totaal niet interessant en tot mijn grote ergernis vertelde hij dingen die hij eerder die dag precies hetzelfde gezegd had. Erg vermoeiend. Toen hij ook nog op een betweterige toon onzin ging vertellen over Europese gewoontes, gebruiken en mensen had ik het gehad en moest ik ‘hoog nodig uit de zon'. Ik ging terug naar beneden waar ik snel onder een deken kroop om de warmte van mijn lichaam niet te verliezen.

We voeren over de Niger. Geweldig! En best snel ook, langs vele kleine lemen nederzettingen die alleen per boot te bereiken zijn. Rond één uur stopte we bij een dorpje om een kip te kopen voor de lunch. Een levende kip. Hij voelde zijn lot aan aankomen en toen we weer voeren, werd de kip met een simpele snee van zijn leven beroofd. Hmm. Daarna werd hij onthaard (ontveert), geroosterd, verder ontveert en gaar gebakken in olie. Verwonderd keek ik toe hoe een levende kip in één keer in een mals stukje vlees veranderd. Het stukje vlees was opeens niet de kip meer. Ik keek uit naar de lunch! Nadat de aardappelen en uitjes ook klaar waren kreeg ik een heerlijk bordje vol, met een kippenboutje. Ondanks dat ik dacht dat ik het zonder probleem zou kunnen eten zag ik toch een reflectie van die arme kip toen ik een beet nam. Na 3 hapjes kreeg ik de levende kip niet meer van mijn netvlies en besloot ik de rest te laten liggen. Zonde, het smaakte zo lekker naar kip.

We voeren verder op de Niger. Langs de vele dorpjes waar kinderen naar ons zwaaide. Sommige begonnen enthousiast te juichen en rende een stuk met de pinassa mee. Het juichen zorgde ervoor dat de kinderen verderop in het dorp uit de hutjes kwamen en ook begonnen te juichen en zwaaien. Vrouwen, mannen en kinderen, iedereen zwaaide. Ik klom op het dak, genoot van de zon, de wind. Heerlijk! Een optimaal vakantiegevoel. Totdat opeens iemand siets schreeuwde en we zagen twee nijlpaarden lekker badderen in de rivier. Geweldig, geweldig! Na negen uur varen kwamen we uit op een groot meer. Deze moesten we oversteken en dan zouden we op de plaats van bestemming zijn: Youwarou. Het dorp van de familie van Moulaye en Hama.

De ‘haven' was een chaotisch en vies strand. Overal waren mensen, kinderen en ezels. We haalde de bagage van de pinassa en liepen naar het ouderlijk huis van de beide heren. Hier maakte ik kennis met een grote familie. Aan het hoofd van de familie een stokoude man die half blind was. Ik kreeg de beste stoel en veel ‘wat ben jij' staren van de neven, nichten, achterneven, achternichten en overige buurtkinderen. De armoede, de mensen en de hele verandering van zo een relaxte rustige dag naar zo een intense avond was heel vermoeiend. De armoede, viezigheid en de vele ogen die op mij gericht waren zorgde ervoor dat het huilen mij nader stond dan het altijd maar leuk lachen. Ik was dankbaar toen we eindelijk wat eten kregen. De tv ging aan en we keken de Africa cup die Tunesië won van Angola.

Met Moulaye ging ik terug naar de pinassa om mij klaar te maken voor de nacht. Hij vroeg waar ik wilde slapen, in de pinassa of in mijn doorzichtige, koude tentje op het strand. Ik koos voor het eerste, ik had geen zin om zo in het zicht op het strand te gaan slapen. Weet ik veel wie er allemaal komt. Even later hoorde ik een man zingen. Ik dacht: daar heb je de dorpsgek en richtte mijn zaklamp op hem. Iedereen begon te protesteren en snel scheen ik de lichtbundel op iets anders. Wat bleek, 's nachts gaan de mensen badderen, naakt. Ze gaan zichzelf wassen in het water waarin overdag wordt gepoept, geplast, de afwas gedaan wordt, kleding wordt gewassen en weet ik veel wat nog meer. Ik vind het al vies om met mijn voeten door het water heen te waden...

Niet veel later viel ik in slaap. Een onrustige maar warme slaap. De pinassa werd aan één kant afgesloten waardoor de wind niet naar binnen kon. Ik moet zeggen dat het slapen op rijstzakken niet eens zo slecht is.

26 februari 2011 - Youwarou by day

Na een ontbijt van baguette en naar American Pancakes uitziende broodschijfjes maakte ik een rondje door het dorp. Moulaye voerde me naar verschillende mensen die hij gedag moest zeggen. Door een wirwar van steegjes en straatjes kwamen we uiteindelijk uit bij de moskee. Het leek wel alsof de tijd was terug gedraaid naar de middeleeuwen. Kinderen speelde met een wiel en een stokje, plankjes en er was geen auto, motor of iets te bekennen. Het enige wat verraadde dat het 2011 is, was het mobiele telefoon gerinkel.

We liepen een stuk het dorp uit en kwamen aan bij een westerse post waar de hoofd van de gezondheid voor de regio woont, een neger. Daar was ook stroom de hele dag. In het dorp is er alleen stroom tussen 18.00 uur en 24.00 uur. Ik kon mijn camera batterij en telefoon opladen. Het internet werkte niet dus ik wachtte maar op de batterij.

Toen ik terug bij de pinassa was werd net de lunch geserveerd. Een heerlijke aardappelmaaltijd. Lekkerlekker. Daarna bleef ik een beetje chillen op de pinassa waar een paar sterke mannen de zakken rijst van 100 kg per zak van de pinassa naar een ezelwagen tilde. Gekkenwerk. Vervolgens ging ik kijken bij, jawel een voetbaltraining van Youwarou's eerste elftal. Het voetbalveld was een enorme vlakte en ik verklaarde de mannen voor complete gekken om in deze hitte te gaan sporten. Ik keek even toe en ging terug naar het huis van de familie. Hier keek ik even toe naar het dagelijkse leven. Vervolgens ging ik terug naar de pinassa waar ik al snel avondeten kreeg. Het was een beetje raar qua smaakt maar het brood was heerlijk!

Na het avondeten werd er voor mij wat water verhit en nam ik een heerlijke warme douche. Dat had ik verdiend. Schoon en warm was het enige dat ik wilde, naar bed. Mijn oproep werd gehoord en in de nu lege pinassa werd mijn muggennettent opgezet, matrasje erin en mijn bed was weer klaar. In tijden niet meer zo lekker geslapen!

27 februari 2011 - Bijen!

Ik werd wakker toen iedereen al druk het ontbijt aan het voorbereiden was. Ik ruimde netjes mijn tentje op. Vandaag was het ontbijt oliebollen zonder krenten (en wat kleiner) en rijstepap. Ik vind dat zo lekker, rijstepap. Zou daarmee elke dag wel kunnen beginnen. Na het ontbijt pakte ik mijn laptop erbij want het was hoogste tijd dit stuk te schrijven. Ik schreef ook nog wat e-mails die ik zou gaan versturen als ik ooit weer eens internet heb.

Daarna kwam de lunch en ter gelijke tijd kwam een hele zwerm aan bijen uit de pinassa naar boven. De bijen wonen in de pinassa en komen alleen naar boven als de pinassa stil ligt en zij er zin in hebben. Te veel bijen. Je zag zwart van de bijen. Iedereen flipte maar ik bleef de rust zelve. De motor werd gestart en als een gek voeren we weg uit de haven. Alle mannen aan boord pakte een jas, doek of een deken en begon wild om zich heen te slaan. Ik kon het niet helpen maar moest ontzettend lachen. Daarna werd er een vuur gemaakt, er werd plastic opgegooid en daarna geblust. De rookontwikkeling was enorm en ik vluchtte, net als de bijen, weg.

Toen we weer terug in de veilige haven waren en begonnen aan de lunch van vis en rijst, kwamen de levende bijen weer terug. Na de lunch relaxte ik wat op de pinassa en genoot van de beelden om mij heen. Vrouwen die zichzelf waste (te veel borsten overal) en kinderen die speelde in het verfrissende water. Af en toe kwamen wat mannen bidden op het strand. Jonge meiden die de afwas deden en zeer arm uitziende mannen die riet van boten naar het strand brachten. Mensen die hun kleren in het vieze water waste. Toen aan mij gevraagd werd of ik ook vieze was had moest ik toch echt liegen. Ik heb liever een naar zweet stinkend en viezig shirt dan een ‘schoon' shirt gewassen in een rivier waarin half Mali poept, plast en de afwas doet.

Met de vertaling van Hama kletste ik wat met de pinassajongens, de kapitein en assistent kapitein. Zij spreken geen frans, alleen Bambra, de lokale ‘oengaboenga' taal hier. Daarna genoot ik al snel van het kinder gelach. Zondag, een heilige dag. De kinderen hoeven niet te werken, ze morgen eindelijk spelen. Badderen, voetballen en kind zijn. Prachtig om te zien. Vermoede oogjes veranderen in levendige en enthousiaste blikken vol lach en geluk. Ze zijn weer even kind.

Hama had mij beloofd om met een kano, een pinassa zonder motor, mee een rondje te varen. Ik mocht uiteraard niets doen behalve toekijken en genieten. Hij punterde ons vooruit. Halverwege het meer stopte hij opeens en kwam ook zitten. Heel even was ik bang en dacht: wat komt nu weer. De zon ging bijna onder en daar zaten we alleen op zo een klein kanootje. Voor in een film echt zo een romantisch punt... Maar gelukkig begon hij snel een onschuldig gesprek over armoede en verschillen tussen Nederland en Mali. Interessant om de armoede door zijn ogen te zien en een opluchting. Geen benauwende of enge situaties. Een klein uurtje later waren we weer terug en waadde ik mij weer door het ranzige water (niet aan denken Lisan, niet aan denken) terug naar de grote pinassa. Daar werd snel het water geserveerd en nam ik een warme douche. Ik was nog een hoofdstuk in een boek dat ik al uit had en ging daarna naar bed.

Ik heb veel beleeft, ervaren en uiteraard weer veel genoten. Ik was het al door alles wat mijn jonge ogen gezien hebben, maar ik ben nu nog dankbaarder geworden voor alles wat ik heb. Voor educatie, gezondheid en geld. Maar nu ben ik vooral ook dankbaar voor alles wat ik gehad heb: een onbezorgde kindertijd waarin spelen mijn dagelijkse bezigheid was. Spelen, elke dag. De herinneringen aan de dagen waarin we gingen avond eten in de duinen of het wachten op papa in de kuil. De jaarlijkse weken wandelen in de Zwitserse bergen, frisse lucht. Het kamperen in waar dan ook, het buiten zijn. Skeeleren, voetballen, touwtje springen en de enige angst die ik had was voor Ahmed de kidnapper die bij ons in de straat woonde. En die hele Ahmed bestond niet! Die zorgeloosheid die je hier alleen op zondag in de ogen van de kinderen ziet schijnen. Ik wou dat het hier elke dag zondag was, net zoals toen ik kind was.

Liefs,

Lisan.

* English summary *

I spend two days in Bamako, my new hometown, to get cash at an ATM. Without any luck so I try to survive without money in my pocket. Hama, the brother of my boss and my colleague took me around in the city on a motorbike. The air is nice and fresh but around 2 pm the sun starts to burn and without any remorse, one afternoon I got home with a red burned skin.

On my third day in Mali, just recoverd from the long bus ride from Lome to Bamako, I hoped into a bus again. This time it was only a ten hours' drive from Bamako to Mopti, the second city of Mali and the economical capital. Mopti is famous for its ‘big' port on the river Niger, one of the veins of Mali. After we arrived we met with Moulaye, my boss. He took me and another friend of his on a short tour in his pinassa, a typical boat here. It was wonderful. The sun started to set and the fireball of red, orange and yellow was simply beautiful.

After a horrible cold night in Mopti we went with the pinassa to the village of Moulaye's family. It took us 10 hours but it was amazing! The Niger is a very impressive river and the many villages we passed were poor but beautiful. Children cheered and waved when we passed by. After a while we stopped to by a chicken for lunch. They killed it on the boat and in no time the living animal changed into a nice piece of food. Just, when I tried to eat the chicken meat, the only thing I saw was the chicken alive. I had enough after 3 bites. On the way we saw some hippo's, amazing!! And the children cheering and waving at us made me feel like I was the queen.

We spend two days at the village, it was really calm, quiet and relaxing. I slept on the boat and had some funny French conversations with the people.

Under African Skies

Dames en heren,

Het afgelopen weekend stond in het teken van het echte Ghanese leven. Ik verbleef bij een traditionele familie en bezocht een moslim huwelijk. Veel mensen weer ontmoet, belangrijke mensen. Vooral erg gezellig gehad en weer veel geleerd. Het waren een paar hete, interessante, lange, relaxed, vermoedende maar boven al leuke dagen.

15 februari 2011 - Optimaal relaxen fase 1

Vandaag was het eindelijk zover, we gingen zwemmen. Omdat Salif vond dat hij wat moest goedmaken gingen we naar een luxe hotel met zwembad en waar we ook in de oceaan konden zwemmen. Eerst haalde we nog een vriend (filipe) op en vervolgens reden we naar het über luxe hotel (de goedkoopste kamer kost 220 dollar, de honeymoon suite 550 dollar). Het zwembad was goed genoeg en Salif waagde een angstige poging om te zwemmen. Hij was echter te bang en besloot al snel ermee te stoppen.

Nadat ik ook uit gebadderd was nam ik plaats op een heerlijke ligstoel, onder palmbomen met het zee geruis op de achtergrond. Lekker in de warmte van de schaduw met een mango sapje. Even later bestelden we allemaal wat te eten, veel te duur en veel te luxe maar ook veel te lekker: sandwich met friet! Heeeeerlijk! Tussen de bestelling en het eten waagde ik een zwempoging in zee. Puur genot dat zoute water. Nadat ik mijn buikje rond gegeten had genoot ik van de heerlijke overbodige luxe die op dat moment totaal niet overbodig was maar juist zeer gewenst.

Een andere vriend van Salif, Joe, had in de tussentijd de auto meegenomen, hij moest even wat regelen. Toen wij om zes uur 's avonds nog steeds bij het hotel waren en Joe niet te bereiken was omdat zijn telefoon uitstond besloten we een taxi te nemen. We moesten een stuk langs de drukke weg lopen, ik hield mijn hart vast. Daarna toen we eindelijk een taxi hadden richting huis schreeuwde Salif het uit, de huissleutel lag ook nog in de auto. Lekker weer. Ik voelde mij ondertussen steeds slechter, waarschijnlijk een beetje te veel hitte en te veel zon voor op één dag. Het enige wat ik mij wenste was naar huis en naar bed.

Zonder huissleutel en een onbereikbare ‘autodief' gingen we dus maar met filipe mee naar huis. Na anderhalve wedstrijd Totenham tegen Milan nam Salif de scooter van filipe en ik hopte achterop. Op naar huis in de hoop dat het hulp-meisje (een meisje die hier alles doet: koken, afwassen, schoenen poetsen en ze heeft zojuist ook mijn kleren allemaal gewassen) er was want die had ook nog een sleutel.

God zei dank was het hulp-meisje er en konden we naar binnen. Om tien uur kwam Joe eindelijk terug met de auto. Wat bleek, zijn broertje was overleden.

16 februari 2011 -Optimaal relaxen fase 2

Door de hoeveelheid zon van gister had ik ook vandaag weer behoefte aan een lange nachtrust. Ik werd echter toch betijd wakker maar besloot mijn boe er eens lekker bij te pakken. Rond de klok van elf nam ik een douche en was ik weer fris en fruitig voor de dag. Echter was het al iets te laat om iets fatsoenlijks te ondernemen dus besloten we te gaan flaneren in de mall. Daar waar alle blanke expats komen, de rijke Ghanezen en de mensen die graag gezien willen worden en dus boven hun stand leven. Voor mij was het optimaal genieten, eerst namen we een ijsje gevolgd door friet en kippenpootjes en als toetje namen we nog een pizza mee naar huis. Eindelijk fatsoenlijk eten. Mijn buikje is weer rond. Uiteraard ging de terugweg niet zonder stop. Onderweg kwam Salif een kennis tegen die even moest meerijden en ergens halverwege kwamen we een groep van Salif zijn vrienden tegen en hij ging even (zeker een uur) staan kletsen. Ik kletste eerst nog wat met een gast die graag mijn hulp wilde bij het krijgen van een witte vrouw. Zoveel zijn er die dat graag willen, dus dames, mochten jullie interesse hebben in een mooie zwarte man, meld je dan bij mij.

Na een tijdje nodigde een vrouw op straat mij aan om plaatst te nemen op één van haar tuinstoelen. Ik nam het aanbod graag aan, kletste wat met de vrouw en speelde wat met haar kinderen. Daarna, eindelijk, gingen we naar huis. Thuis keken we een film en daarna was ik al weer zo moe dat mijn bed een verleidelijke roeping was.

17 februari 2011 - Lekker potje volleybal

Vandaag zouden we naar een meer gaan zo'n twee uur rijden. Dit ging echter niet door omdat Salif de weg niet wist en degene die dat wel wist niet te bereiken was. Met als gevolg dat ik heerlijk kon uitslapen en vervolgens de hele ochtend volleybal gespeeld heb op de PS3. Echt leuk zo een ding! Ik zie mijzelf al zo een verslaafde game nerd worden. Maar het was ook een goede work out en ik was blij te zien dat mijn volleybal skills nog niet helemaal versleten zijn. Ik won de ene na de andere wedstrijd. Ik was een held op het veld. Ik was zelfs goed in blokken! En ik kon zo hoog springen. Wow, ik was goed!

's Middags gingen we nog wat zaken doen. Of Salif ging wat zaken doen en ik ging mee omdat ik toch liever niet zo een game nerd wilde worden. We bezochten nog een brother-vriend en het was een beetje saai want ze gingen over auto's praten. Niet echt mijn ding. Toen we daarna weer terug naar huis gingen, zat de echte game nerd vriend van Salif al te wachten. Een rasta gast die overigens erg aardig is maar met een onverstaanbaar accent Engels spreekt is verslaaft aan de PS3 van Salif. Hij kwam binnen, startte zijn favoriete spelletje: God of War gevolgd door FIFA en nog een spel waar ik de naam niet van ken. Geen volleybal dus ik was al snel uitgekeken en ging op bed mijn boekje lezen. Heerlijk! Even later had Salif het ook gehad en we hebben een tijd zitten kletsen. Totdat Philipe kwam en we weer een sociaal gingen doen. Ik had er echter geen zin meer in en ging weer terug naar mijn boek, niet veel later gevolgd door Salif. We kletste nog even en opeens viel ik in slaap. Om twee uur schrok ik wakker en maakte ik Salif wakker, we zouden namelijk om één uur 's nachts vertrekken naar een discotheek. De rasta-gamer zat nog steeds fanatiek te voetballen en Philipe lag te slapen op de bank.

Binnen twintig minuten zaten we allemaal in de auto. En om kwart voor drie kwamen we eindelijk aan bij de club. Ik had een lange broek aan en een topje, en viel totaal buiten de veel te sexy, soms echt hoerige jurkjes (of beter gezegd: lapjes stof) van de negerinnen. Eenmaal binnen was het echt een mooie club. Netjes, strak en ja, leuk. Ik durfde niet echt te dansen maar Philipe, het tegenovergestelde van de rustige Salif, trok mij met te veel enthousiasme de dansvloer op en zorgde ervoor dat ik niet meer weg kon. We danste tot kwart voor 5 's ochtends. Belachelijk maar waar. En om zes uur kroop ik mijn bed in. Moe, geestelijk en fysiek.

18 februari 2011 - De ticketstress

Rond tienen dwong ik mijzelf op te staan. Ik zou morgen naar Mali toe moeten maar ik had nog niets gehoord van degene die mijn ticket zou boeken, Claire. Ik zou haar ook nog ontmoeten maar tot nu toe was er niets van gekomen omdat zij in haar village was in plaats van in Accra. Dit was ook de reden dat toen ik haar 's ochtends belde, zij met het nieuws kwam dat het niet gelukt was het ticket te boeken. Stress bevloog mij maar gelukkig kon ik via cheaptickets nog een goedkoop ticket boeken. Totdat... ik mij realiseerde dat ik voor een online geldtransactie mijn TAN-codes nodig heb die ik via mijn telefoon ontvang. En mijn telefoon was ik kwijt geraakt. Wat nu? Salif belde een aantal instanties en uiteindelijk besloot hij het geld voor te schieten en zo een ticket te boeken. Maar als hij een transactie wil maken moest hij eerst naar de bank om persoonlijk toestemming te geven.

Ik was helemaal in de stress en besloot dat ik Salif alleen naar de bank liet gaan, beter want al dat slome gedoe overal zou bij mij voor te veel irritatie zorgen. Om vier uur kwam Salif weer terug. Het geld kon overgemaakt worden. Waarom weet ik niet maar op de een of andere manier besloten ik het nog niet te boeken. Raar want ik zat de hele dag in stress te wachten zodat ik het ticket kon boeken.

's Avonds kwam de rasta-gamer slepen en gingen Salif en ik naar de Accra Mall, het moderne winkelcentrum en aten een pizza. Alweer! Ik vraag mij af of Salif echt zoveel van pizza houd of dat hij elke keer een pizza eet omdat hij wil dat ik meer eet in plaats van die 10 hapjes afrikaans eten... Onderweg belde ik Moulaye, mijn baas, en hij zou een vriend van hem bellen in Lomé zodat ik met de bus naar Lomé (Togo) kon, de vriend zou mij daar oppikken en vanuit daar zou ik dan met een directe bus naar Bamako (Mali) kunnen. Volgens Moulaye een rit van 24 uur. Even later belde de vriend en we spraken af dat hij 's morgens zou bellen om door te geven of er een bus was die dag.

De rest van de avond kletste ik nog wat met Salif en ging daarna naar bed.

19 februari 2011 tot en met 21 februari 2011 - Helse busrit

Om half 8 ging de telefoon. De vriend van Moulaye vanuit Togo, er ging die dag om 15.00 uur een directe bus naar Mali, of te wel, ik moest per direct op de bus van Accra naar Lomé. Snel nam ik een douche en propte ik al mijn spullen in de grote koffer. Om tien uur waren we bij het busstation waar de mini busjes (tro tros) naar de grens (en Lomé ligt tegen de grens) tussen Ghana en Togo gingen. Salif was echter erg bezocht over mijn welbevinden aan de grens. Hij zij dat het daar te druk en chaotisch was en dat ik sowieso bestolen zou worden. Hij was tenslotte ook eens berooft van zijn mobile telefoon... Ik was ondertussen alweer in de stress want de busrit zou zeker 3 uur duren. Volgens Salif zou het maximaal drie uur duren maar ik ken ondertussen die tijden dus met een korte berekening moest ik echt om tien uur weg. Echter wilde Salif niet dat ik alleen ging dus hij had zijn broer, Muda, gebeld om mij te begeleiden. Het zou maar 10 minuten duren voordat Muda in het busstation zou zijn. Niet dus, na drie kwartier wachten was hij er eindelijk en om stipt 11 uur vertrok de trotro eindelijk. Eindelijk! Ik wist ondertussen: met geluk zouden we om 2 uur aankomen op de grens. Dan zou het zeker een half uur kosten om de grens over te steken, al niet meer en dan nog naar het busstation... Als die bus op tijd zou rijden zou ik hem missen. En die lange afstandsbussen zouden nog wel eens op tijd kunnen rijden omdat ze vast zitten aan grensopeningstijden.

Na drie uur rijden waren we er uiteraard nog niet. Ik wist het! Ik wist het gewoon ik zou mijn bus missen. Muda bleef echter vrolijk lachen. Grrrr. Om half 3 waren we er eindelijk: de grens. Inderdaad chaotisch en druk maar godver, ik zou mijn bus missen! Na een aantal korte telefoontjes ontmoetten we de vriend die mij vervolgens assisteerde door de douanes. Om kwart over drie kreeg ik eindelijk het Togo visum in mijn paspoort en niet veel later stapte we in de taxi. Samen met twee Duitse meisjes verkleed als non uit veiligheid. Jezus, je kan het ook overdrijven. Goed, de nonnen waren te bang om alleen een taxi te pakken dus geen probleem. We reden zo snel mogelijk naar het busstation. Toen we eindelijk aankwamen stond de bus er nog. Gelukkig, maar de bus was niets van wat ik verwacht had. Ik verwachte een ruime bus met airco en een misschien een tv. Het was echter een krappe kort bus, geen AC. Om half vier werd mijn koffer het dak op gehesen en ging ik samen met de vriend achter op een motortaxi opzoek naar een bank. Alle banken waren echter out of service en daar stond ik dan, met net genoeg geld (32.000 CFA om precies te zijn) voor twee visums (één voor Burkina Faso, en een voor Mali). Want de vriend wist te vertellen dat de visums voor Burkina en Mali beide 15.000 CFA waren.

De CFA (CommunautéFinanciereAfricaine, West Afirkaanse Frank) is de valuta in meerdere west Afrikaanse landen, voor de volledigheid: Benin, Burkina Faso, Ivoorkust, Guinea-Bissau, Mali, Niger, Senegal en Togo. De CFA is vast gekoppeld aan de euro. 1 euro is 655 CFA .

Om half 5, anderhalf uur na geplande vertrektijd vertrokken we daadwerkelijk. Niet veel later stopte we weer, we stonden een hele tijd stil eindelijk reden we weg. Ik zat naast een vervelende man die echt popijopi deed. Hij sprak slecht engels maar voelde zich de bom. Hij vertelde dat hij normaalgesproken veeeel liever vliegt en blablabla. Ook wist hij mij te vertellen dat de reis zeker 36 uur zou duren. WAT!!! Moulaye had mij 24 uur verkocht, wat nu!! Ik was helemaal niet uitgerust voor anderhalve dag in de bus. Ik had één fles water bij me en met net genoeg geld voor de visums bleef ook niets over voor eten of drinken. Maar goed, de man gaf mij een koekje, eigenlijk kreeg ik van alle kanten koekjes aangeboden. Mijn buurman bleef dom praten. Wat een sukkel. Daarna vertelde hij mij 'i likeyouverymush' en legde hij steeds zijn hand op mijn been. Ik veegde hem steeds weg en zij dat hij mij niet moest aanraken. Ondertussen begon de nacht te vallen en een angstig gevoel overviel mij.

Was ik eigenlijk wel goed bij mijn hoofd? Zit ik hier tussen zo'n 50 donkere negers. Allemaal franstalig en allemaal met grote ogen kijken ze naar mij. Obie had mij nog gezegd dat ik het openbaarvervoer beter kon mijden en nu zit ik in zo een stomme bus. En zeker nog wel voor 34 uur meer. Opeens voelde ik een blaasontsteking opkomen. Werd ik nou gek of wat is er aan de hand? Ik had wat tabletten daarvoor bij mij maar die zaten in mijn koffer, boven op de bus. Ik wilde omkeren. Ik wilde weer terug naar Lomé en daar een hotel pakken en dan hopla met het vliegtuig. Of in ieder geval wilde ik weg uit de bus. Toen we na 4 uur rijden stopte in een dorp vroeg ik of ze mijn koffer naar beneden konden halen voor mijn medicijnen. Dat wilde ze niet. Dus ik vroeg of er een hotel was in het dorpje, of een taxi die mij terug naar Lomé kon brengen. Het maakte mij niet uit hoeveel het kosten. Ik had pijn, was kapot en bang.

Er kon niets voor mij gedaan worden. Ik moest terug de bus in. Snel ruilde ik van plek met een andere man en zat nu naast een grote, vriendelijk uitziende neger die alleen Frans sprak. Ik was serieus ten einde raad. Ik trok het niet meer. Dus als laatste hoop besloot ik iets te doen wat iedereen hier doet maar ik nooit doe: ik ging bidden. Ik bad voor rust in mijn hoofd en lichaam zodat ik kon slapen en de tijd snel zou gaan. Wonder boven wonder viel ik binnen 10 minuten in slaap.

Om zes uur 's ochtends werd ik weer wakker. De bus stopte bij een benzine pomp en ik bedankte God, mijn blaasontsteking pijn was weg. Van mijn buurman kreeg ik een zakje water en ik waste mijn handen en gezicht. Ik deed een plasje achter een muurtje en stapte de bus weer in. Vijf minuten verderop waren we dan eindelijk aan de grens tussen Togo en Burkina Faso. Ik haalde mijn exit stempel voor Togo en liep de brug over naar Burkina Faso. Daar liep ik het immigratiekantoortje in en bleek dat de prijs voor een visum was verhoogt. Van 10.000CFA naar 94.000CFA! Dat geld had ik niet bij mij. O god, ik voel hem al zitten. Ik rende half de brug over, want aan de Togo kant was een bank. Visum card only, en ik heb maestro. Lekker. Of er nog een andere bank ergens was? Jazeker, 13 kilometer Burkina in, waar ik niet heen kon want dan moest ik door 3 controles. Ik ging naar de irritante slecht engels sprekende man van de dag ervoor en vroeg of hij het even kon uitleggen en dat mijn koffer van het dak af moest. Ik kon Burkina Faso niet in.

De chauffeur en zijn hulpjes werden erbij gehaald en door al het tumult kwam er ook een vrouwtje aangelopen. Zij bleek perfect Engels te spreken. Één van haar collega's kon mij het geld voorschieten. Hij gaf mij zonder probleem 100.000 CFA (ongeveer 150 euro) en ik kocht het belachelijk dure visum wat ook nog eens voor slechts 7 dagen geldig is. Belachelijk, vond zo ondertussen de gehele bus en mijn visum werd het gesprek van de bus en iedereen wilde een kijkje nemen in mijn paspoort. Maar ik kon mee. Nog nooit was ik zo dankbaar geweest. Deze man had mijn leven gered, indirect dan.

Iedereen stapte de bus weer in en de transit tocht door Burkina Faso kon beginnen. We moesten twee keer uitstappen voor een paspoort controle en één keer kwam er een agent naar binnen voor de paspoorten. Onnodig maar goed, het hoort erbij. Daarna reden we urenlang door savanne landschap, lemen huisjes, waterputten, vrouwen met bakken water op hun hoofd, kinderen die langs de weg liepen en mannen op karren die getrokken werden door ezels. Opeens was er weer een controle, ditmaal voor de bagage, iedereen moest uit de bus en een stukje lopen. Mijn aardige buurman kocht wat pinda's voor mij en ik kocht een fles water. Ik moest wel, ik verging van de dorst. Terug in de bus zette ik mijn MP3 aan en mijn buurman vroeg of hij mee mocht luisteren. Geen probleem natuurlijk. Hij ging helemaal los op de verschillende beats, grappig om te zien. Na een tijdje wilde hij slapen en even later viel ik zelf ook in een onrustige slaap.

Na een uurtje dommelen werd ik weer wakker, er was niets veranderd aan het dorren en droge landschap maar ik moest plassen. Ik vroeg aan mijn buurman: 'je voudrais fair unpipi' en hij zorgde dat de bus stopte. Ik, met mijn broek aan, gooide mijn billen bloot terwijl ook alle mannen wijdbeens stonden te plassen ging ik hurken. Ik had liever zo een grote kleurige rok gehad want iedereen zag nu mijn mooie witte billen.

Back on de road maakte we een korte stop in de hoofdstad van Burkina Faso: Ouagadougou. Een belachelijke plaatsnaam, maar goed. Daarna reden we door na 24 uur rijden kwamen we aan in Bobo-Dioulasso. Hier stapte mijn aardige buurman uit en kwam er een grote vrouw met kind naast mij zitten. Het kind bleef mij maar aanraken maar toen de nacht viel kon ze me niet meer goed zien en liet ze mij met rust. Niet veel later kwam er een vrouw langs die van iedereen 500 CFA wilde. Ik vroeg waarvoor dat was en ze vertelde mij dat het voor een politie escort was. Ik dacht, huh?! En besloot verder te vragen, waarom hebben we beveiliging nodig? De vrouw vertelde mij dat er tussen Bobo en de grens met Mali nogal veel gewapende overvallen gebeuren, de escort zou alleen voor onze veiligheid zijn.

Ik dacht, dan komt er één soldaat met een geweer in onze bus staan maar opeens zag ik een jeep met zeker 8 zwaar bewapende mannen die achter onze bus aanreed. In de bus werd het stil. Ik weet niet zeker of het was omdat iedereen gespannen was voor dit gevaarlijke stuk of dat het vermoeidheid was. Maar het was stil. En de chauffeur reed hard, zo hard. Ondertussen voelde ik me niet prettig. Mijn huid gloeide alsof het glow in the dark was en ik wist zeker dat al die donkere schimmen die ik achter elke boom en achter elk heuveltje zag staan, mij er zo uit zouden pikken en onze bus zouden beschieten. Bij elke afremming van de bus dacht ik: einde verhaal, we zijn er geweest. In de tussentijd kwamen allerlei spookverhalen in mijn gedachten en ik bond een sjaal om mijn lichte haar en voor mijn gezicht. Ik positioneerde mijn hoofd achter een raamframe want dat zou mij meer beschermen tegen kogels van de zijkant. Als ze echter van voren schuin naar achter zouden schieten, zou ik in deze positie op slag dood zijn, want de kogel zou dan recht mijn gezicht in knallen. Ok, genoeg Lisan. Ik leunde weer terug in mijn stoel en probeerde mij te ontspannen.

Zonder incidenten kwamen we ruim een uur later tot stilstand bij de grens. Ik kreeg een exit tempel voor Burkina Faso en in no time een visum voor Mali. Ik was er eindelijk: Mali! Het was tien uur 's nachts en pik donker. Overal waren mensen. Ik moest weer plassen dus besloot om ergens achter een huisje te gaan plassen. Net toen ik mijn broek dicht knopte kwam er een soldaat met een groot geweer het hoekje om. Hij kwam om te checken wat ik daar aan het doen was. Toen ik zei dat het alleen om een ‘pipi' ging maakte we een kort praatje en begeleide hij mij terug naar de bus. Aardig, dacht ik.

Toen we eindelijk weer wegreden viel ik in slaap. Onderweg werd ik zo nu en dan wakker van hobbels en opeens van de kou. Ik trok een trui aan en deed een sjaal om en bond mijn alles-doek om mijn benen. Het was koud!Om zes uur werd ik definitief wakker doordat de bus weer stopte. Na nog eens twee uur en een totale reistijd van 39 uur en 54 minuten, kwamen we eindelijk aan in Bamako, de hoofdstad van Mali en mijn nieuwe thuis.

Moulaye kwam kort na aankomst mij oppikken met het geld voor de man van wie ik het geleend voor mijn Burkina visum. Ik was kapot, vies en ik stonk zekerweten. Met de taxi reden we naar huis. Omdat een vriend van Moulaye momenteel in zijn huis verbleef was mijn kamer bezet. Maar hij had wel speciaal voor mijn komst een echt water closet en een douche erin gebouwd. Dankbaar stapte ik onder een heerlijk koude douche.

Eenmaal opgefrist maakte ik kennis met de indringer in mijn kamer en Hama, het broertje van Moulaye die ik al in Nederland had leren kennen. Omdat ik op het dak zou slapen (?) gingen we een tent kopen. We stapte in een taxi. Ik keek naar buiten, naar de stad maar zag niets. Ik was te moe om iets op te nemen. We kochten een tent wat meer een muskietennet-tent was en wat bananen. Daarna gingen we naar een hotel waar Moulaye zaken mee doet en maakte ik kennis met wat zakenpartners. Leuk!

Terug thuis was ik helemaal gesloopt. We keken wat tv maar ik zakte steeds meer weg. Gretig nam ik gebruik van het aanbod om op Hama zijn bed een siësta te nemen. Ik sliep ruim drie uur en om half zes stond ik op. Moulaye was ondertussen al vertrokken naar zijn dorp om zijn familie te bezoeken. Met Hama at ik een HEERLIJKE avondsalade. Echt heerlijk. Echt zo heerlijk. Lekker fris, ei, sla, komkommer en brood. En niet zomaar brood, die fransen hebben we iets meer dan alleen de taal hier achtergelaten 51 jaar geleden in de tijd van kolonisatie. Ze hebben hier BAGUETTE, Croissants en voor papa een reden om te komen: veel citroens. Versleten, oud en verroest maar desalniettemin Citroën (ik heb in één dag drie keer 2CV gespot, een C3 , wat saxo's en nog wat andere modellen waarvan ik toch echt de naam niet meer weer)..

Na het diner gingen we mijn tentje op het dak neerzetten, er ging nog een matras in en daarna, om negen uur ging ik naar bed. Er stonden nog twee vrouwen op het dak te kletsen dus ik besloot eerst even wat te lezen en daarna genoot ik van de grootste kamer ooit: het heelal. Een sterrenhemel en een prachtige maan. Wat voelde ik mij klein, eenzaam en ter gelijke tijd groots. Under African Skies!

Het begon ook af te koelen en al snel had ik de wollen deken nodig die ik nog bijna had laten liggen.

Zo, ik heb het gehaald. Ik ben in Mali en het volgende hoofdstuk uit mijn leven kan beginnen. Ik heb een baan een serieuze zaak. Ik kan het nog steeds niet helemaal bevatten. Ik ben in Afrika. Elke ochtend als ik wakker word moet ik mij weer even oriënteren. Soms wacht ik totdat iemand mij knijpt en ik ontwaak uit deze geweldig mooie droom. Gelukkig gaat dat niet gebeuren en leef ik het echte leven. Ik leef een droom. En tot zover is het een hele mooie droom. Ik kan niet wachten om weer wakker te worden en verder te dromen.

Tot het volgende verslag uit dromenland,

Lisan

* English summary*

I had a couple of daysrelaxing in Ghana before I had a bus journey of hell to Bamako, Mali. One day Salif and his friends took me to a luxury pool which was something I really needed. We just sat at the pool, went for a dive, walked to the ocean, went for a swim over there, back to the poolside and we ate some western food. Wow, it was good! The other day Salif took me to the modern Accra Mall for ice cream and pizza. Delicious!

But Saturday 19th it was time to change place. I had to go to Mali, where I have a job at a travel agency. I took a bus from Accra to Lomé (Togo) where a friend of my boss was there to pick me up. He assisted me through customs and by the time they finally gave me a Togo visa, my direct bus to Bamako had already left, according to schedule. But luckily schedules here don't really matter so instead of the departure at 3 pm we finally left Lomé at 5:30 pm.

They told me the trip would take 24 hours, that's why I agreed on taking the bus. But eventually somebody told me it would at least take 34 hours. I was in shock. I wasn't well equipped for a journey that long. I only had one bottle of water with me and just enough money to pay for the two visas needed in Burkina Faso and Mali. Though I tried to go to a bank in Lomé, the all seemed to not work that day. Luckily everyone was happy with me on the bus so they offered me cookies.

At six am the next morning we arrived at the border between Togo and Burkina Faso. There was no problem with exiting Togo but when I wanted to enter Burkina de price of the visa was extremely high. They changed it from 10.000 CFA to 94.000 CFA, a ridiculous high price and an amount of money that I did not bring. Luckily one man in the bus offered me to lend his money. I'm so grateful to him, without that money I would have been stuck at the border.

We drove all the way through Burkina Faso, the last part with police escort for protection against armed robberies. Scary. I passed the Mali-border without further problems. And almost 40 hours after departure in Togo I finally arrived in Bamako, my new hometown.

My boss came to pick me up from the bus station and brought me to his house, my house. My room was unfortunately taken by a guest and I got to sleep in a mosquito-net tent on topof the house. Amazing, sleeping under African skies, stars and the moon.

Ja, ik wil

Dames en heren,

Het afgelopen weekend stond in het teken van het echte Ghanese leven. Ik verbleef bij een traditionele familie en bezocht een moslim huwelijk. Veel mensen weer ontmoet, belangrijke mensen. Vooral erg gezellig gehad en weer veel geleerd. Het waren een paar hete, interessante en leuke dagen.

10 februari 2011 - Alle plannen verregent

Vandaag zou ik Salif gaan leren zwemmen! Een leuk plan maar voordat we eindelijk naar het zwembad gingen kwamen er een aantal dingen aan vooraf: een bezoek aan de zakenpartner, een bezoek aan het busstation en nog wat stops bij winkels en vrienden. Tegen de tijd dat alle to do dingen waren afgestreept kwam er een grote zwarte wolk over Accra heen gekropen. Toen we door het drukke verkeer heen waren en thuis aankwamen on onze badderspullen te pakken begon het te hozen.

Byebye zwem pret, welkom regendans. Het was zooo verfrissend. Tot grote lol van de buurtbewoners ging ik buiten in de regen staan. Heerlijk, optimaal genot. Volgens Salif de eerste regen sinds 3 maanden. Heerlijk. De stroom viel uit en het was donker. Het enige wat te doen was, was dansen in de regen of slapen.

Tegen de avond hield de regen op en kwamen twee vrienden op bezoek. Een gezellig avond achter de playstation. Ik miste wat vrouwelijk gezelschap, chips en een wijntje.

11 februari 2011 - Een lange rit

Om acht uur zouden we met de bus naar Kumasi vertrekken om vanuit daar een minibusje (tro-tro) naar Offinso te pakken. Kumasi is de tweede stad van Ghana en ligt 270 kilometer ten noorden van Accra. Ik had stiekem al gerekend dat we pas om 10 uur zouden vertrekken, en nog zat ik ernaast. Na een bezoek aan de zakenpartner vertrokken we om 11 uur richting Kumasi. Een rit die tussen de 4 en 6 uur kan duren.

De bus was uiterst luxe. Heerlijk veel beenruimte en je kon hem te veer naar achterklappen. Echter was ik niet toe aan slapen en wilde ik naar buiten kijken. Naar Ghana kijken. Het duurde lang voordat we Accra achter ons lieten en de omgeving in een heuvelachtig landschap veranderde. Dorpjes trokken voorbij en de hectiek van de stad veranderde in lemen huisjes, waterputten en bomen, planten, bloemen. Prachtig. Ik genoot.

Na ruim 3 uur over een hobbelige - niet geasfalteerde - weg stopte we voor een plas pauze. Hier kochten we wat worst, fruit en wat te drinken. We waren de laatste die de bus weer instappen en toen gingen we de laatste helft van de reis beginnen. Precies zes uur na vertrek kwamen we aan in Kumasi. Hier liepen we door een wirwar van mensen die van alles en nog meer verkochten: schoenen, tandpasta, poetsdoeken, autowasmiddel, Valentijn cadeaus, tassen, brood, illegale kopieën van DVD's, eten en drinken, parfum, noem het maar op en je kon het er kopen. Uiteindelijk kwamen we aan bij de tro-tro's (mini busjes). Ik moest echter ondertussen zo nodig plassen dat we eerst even - door de wirwar van mensen, verkopers en tro-tros - naar het WC complex liepen. De dames WC bestond uit een lange gleuf waar de dames eenvoudig hun rok optilde, een beetje door de knieën gingen en hun behoefte deden. Daar stond ik dan met mijn lange broek en witte billen. Alle donkere ogen waren op mij gericht en ik besloot mijn behoefte toch nog maar een uurtje uit te stellen. Dit kan ik niet hoor!

Niet veel later zat ik tussen Salif en een andere man ingepropt op een bankje. Heet. Bloedje heet maar toen we eindelijk gingen rijden waaide de wind heerlijk door mijn haren. We reden verder land inwaarts en uiteindelijk kwamen we aan in het grootste dorp van Ghana: Offinso. Hier stapten we een taxi in en niet veel later weer uit onder luid gejuich van ontzettend veel kinderen. Overal waren kinderen, mensen die blij waren met mijn komst. Ik was aangekomen bij het ouderlijk huis van Salif.

Salif komt uit een grote familie. Zijn vader heeft 3 vrouwen (is er van één weer gescheiden) en heeft naast zijn 10 kinderen uit de huwelijken ook nog eens 5 buiten echtelijke kinderen. Die man had er flink zin in... Echter, volgens Salif houden ze allemaal evenveel van elkaar en is het allemaal goed. De vader heeft echter wel spijt want die 15 kinderen hebben hem een fortuin gekost.

Toen ik de taxi uitstapte kwam er een vloedgolf aan schreeuwende kinderen naar mij toe. Een man, die even later de broer (een van de buitenechtelijke) van Salif te zijn, nam mij mee het huis binnen. Een groot huis met een binnenplaats waaraan er allemaal kamers waren. Ik werd naar mijn privé kamer geleid gevolgd door een hele horde kinderen die elke beweging die ik maakte met grote ogen volgde. Vervolgens moest ik toch echt echt echt gaan plassen. Mohammed, de broer van Salif bracht mij naar ‘het toilet' en de doucheruimte achter een muurtje. Daar stond een blok en daar moest ik maar gaan hurken en plassen. Ok, heerlijk. Na het plassen maakte ik kennis met alle kinderen die op de een of andere manier familie van Salif waren. Één van de echtgenoten en de vader. Een mannetje, zeker een kop kleiner dan ik.

Na het begroeten van iedereen kregen we te eten. Alleen Mohammed, Salif en ik kregen een schaal met eten. Wat erg lekker was en de derde vrouw had rekening met mij gehouden want het was niet zo pittig. Toen wij klaar waren ging de schaal naar buiten en mochten de twee andere, oudere broers ervan eten. Terwijl wij aan het eten waren mocht niemand naar binnen. Het was een beetje apart, maar goed. Na het diner ging ik douchten. Daar waar ik ook geplast had was de douche. Ik kleedde mij uit en ging met een emmer lauwwarm water en een kopje staan douchen. Het was heerlijk! Het dat kan het ‘douche' gebouw was kapot dus daar stond ik dan in mijn blootje lekker warm water over mij hen te gieten onder een sterrenhemel.

Eenmaal fris en fruitig ging ik nog even kletsen met de kinderen, die mijn Engels totaal niet verstonden. Dus het zorgde voor enige conversaties. Achterop een kindje van 7 jaar zat een baby gebonden die zich helemaal kapot lachte om mij. Geen idee waarom maar dat kind lag helemaal in een scheur elke keer als ik mijn mond open deed. Een ander kind was zo verbaast en bang dat zij helemaal niets zei en alleen maar naar mij kon staren. Intens. Wat ik echter niet wist is dat ik die avond een nog intensere situatie mee zou gaan maken: een potje pool. Mohammed was eigenaar van verschillende pooltafels in het dorp en we zouden een potje pool spelen. Toen ik bij een van de (oude, scheven en lelijke) pooltafels aankwam stonden er al een aantal mannen / jongens te spelen. Er was een fel licht waardoor ik het gevoel had dat ik glow in the dark was. Alle ogen waren op mij gericht en toen het mijn beurt was om te spelen brak de hel los. Iedereen wilde tegen mij spelen. Uiteindelijk was gelukkig Mohammed mijn tegenstander. De paar mannen die er eerst waren, waren que aantal dik verdubbeld en er stond zo'n 60 man in mijn nek te hijgen. Het was eng. Zodra ik langs liep ging er een soort van poort van mensen voor mij open. Overal waren diepe donker bruine ogen die elke van mijn bewegingen in de gaten hielden. Zodra ik ergens een positie innam om te spelen, voelde ik de hitte van de lichamen achter mij. Zo intens! En ik hoorde dat ze het over mij hadden. Niet altijd maar soms dan vang je wat op. Opeens kreeg ik de vraag hoe ik mij was onder de douche... Met zeep en water, wat anders? Bleek dat twee jongens een discussie hadden dat witte mensen zich niet kunnen wassen met een spons omdat hun huid dan kapot gaat. Hahaha!

Na twee potjes gingen we terug naar huis. Toen ik eindelijk alleen was, lag ik nog te shaken. Na een tijdje viel ik in een welverdiende slaap.

12 februari 2011 - Instant bruidegom

Vandaag was het dag 2 van het huwelijk. Dag twee is de officiële bruiloft, oftewel, het JA woord wordt gezegd. Deze ceremonie vind plaats in het dorp van de vrouw. Zo'n uur met een Tro tro vanaf een bepaalde kruising. Voordat we naar het huwelijk konden moest ik eerst nog bij verschillend mensen langs om gedag te zeggen. Ik vond het niet leuk, maar goed, ik moest natuurlijk het spelletje genaamd CULTUUR meespelen. Rond tien uur vertrokken we (Mohammed, Salif en ik) met een taxi naar de kruising. Daar stapte we over op zo een tro tro. De rit was echt leuk. Langs dorpjes door de heuvels en de omgeving was prachtig. Toen we eenmaal bij het dorp van bestemming aankwamen werden we opgepikt door iemand. We liepen een stuk door het dorpje waar ik met grote ogen werd aangekeken. Hier komen normaal geen obroni's (wit persoon) dus overal kwamen mensen naar mij gluren. Ondertussen had ik het woord obibini (bruin persoon) geleerd dus elke keer als iemand OBRONI naar mij uitriep had ik een mooie reactie: obibini. De reacties waren heel grappig.

Eenmaal door het halve dorp heen gebanjerd gingen we alleen bij iemand op bezoek. Daarna moesten we de hele weg terug naar de hoofdweg om daar over te steken en de andere kant het dorp in te lopen. Eindelijk kwamen we aan bij een aantal partytenten (zon bescherming) en muziek. De vader van Salif kwam ons tegemoet gelopen en ik kreeg een grote knuffel. Ook vrouw 3 was aanwezig. De vader liep in zo een dik mooi gewaad, moslimman. We moesten eerst naar het huis van de bruid om wat te drinken. Hier zaten overal mannen. Coole jonge mannen met coole zonnebrillen en stoere broeken. Normale mannen in normale kleren en normale hoofden. Belangrijke mannen in gewaden en met brillen. Jongetjes dit er maar een beetje bijhingen. Again, all eyes on me. De vader van Salif blijkt een nogal belangrijk persoon te zijn. En met mij aan zijn schouder was hij natuurlijk nog iets belangrijker. (Op de een of andere manier is de oudste hiërarchie zo belangrijk dat als Mohammed er is ik eigenlijk naast hem moet lopen, en als de vader er is moet ik naast de vader lopen. Niemand zegt dat overigens, ik word daar als het ware heen geduwd).

De paar vrouwen die aanwezig waren gaven de vader en mij een stoel. We gingen zitten en vervolgens moest ik met de vader mee mensen gaan begroeten. Het was eng want het waren allemaal van die belangrijke moslimmannen en ik wilde niets verkeerds doen. Maar alles ging goed totdat één van de normale mannen vroeg of ik getrouwd was. Nou, de hel brak los want iedereen vond dat ik snel met een Ghanees moest trouwen. Eenmaal terug op mijn plek kreeg ik wat water en kwamen, tot mijn verbazing, mannen en vrouwen de vader groeten met een buiging. Ze gingen serieus op hun knieën voor die man. Ik maakte ook kennis met iedereen, en vergat ze meteen weer.

Toen het eten en drinken eindelijk klaar was gingen we naar de festiviteiten. Hier moesten we even de bruid gedag zeggen, ze leek mij nogal gespannen. En zagen we hoe de kinderen van een Arabische school een dansje deden. Daarna gingen alle mannen op de plastic stoeltjes zitten. Alle belangrijke mannen aan één kant, naast elkaar op rij één. Alle overige mannen op de overige stoeltjes. En ik zat daar lekker tussen, met een horde kinderen aan mijn linker kant. Een Imam begon te preken. Een uur lang zat hij te brabbelen in zijn taaltje. Toen hij eindelijk uitgesproken was nam de vader van de bruid het over en kwam de bruid en bruidegom plaatsnemen. Het rare was dat Salif had gezegd dat zijn oom (de bruidegom) niet aanwezig was. Maar ik zag daar toch echt iemand zitten die eerder aan mij was voorgesteld als zijnde zijn oom. Ik was verward. De vader, een belangrijke geestelijke leider, had ook een heel verhaal en daarna werden er wat gebeden over het huwelijk uitgesproken en waren beide getrouwd. Daarna waren er kleine, bescheiden festiviteiten. Iedereen ging (in groepjes) naar de moskee om te bidden voor het huwelijk. Je kon bij de Imam een gebed kopen voor 1 cedi die hij dan hardop uitsprak. Er werd geld aan het nieuwe koppel gegeven en het was eigenlijk een beetje saai. Gelukkig was ik niet de enige die dat vond en konden we naar huis. Ik had zo een onderbuik gevoel dat als ik op zou staan de man met de microfoon iets over mij zou zeggen. Er gebeurde niets.. het bleef stil. Totdat ik het ‘plein' overstak: White person, you want to play? Ze waren een spel aan het doen om geld in te zamelen voor het bruidspaar. Ik zetten een leuke lach op en rende snel weg.

De zon stond hoog en ik begon te verbranden. Slim als ik ben trok ik mijn bloesje aan en konden we gaan wachten op een tro tro die ons zou terug brengen naar het dorp.

Eenmaal terug werd ik weer onthaald door een kindergejuich. Ik praatte wat met de kinderen en nam weer een heerlijke openlucht douche. Het weer begon om te slaan. In de verte was er een onweer op komst, de hemel was een spektakel. Overal bliksemschichten, maar ngo geen regen. En bijna geen donders. Salif moest een grote boodschap doen en ik ging graag mee om te kijken waar er nou echte wc's waren. We moesten zo'n 5 minuten door het dorp lopen en toen kwamen we aan bij een wc-gebouw. Denk aan een Franse camping wc gebouw en dan wat afvalliger en dan heb je hem: het Ghana gemeenschappelijke wc gebouw. Terwijl Salif op het toilet zat viel te stroom uit. Het was pik donker. Op de weg terug stond er een heerlijke harde wind. We waren nog niet thuis of de wolk brak en water viel met bakken uit de hemel.

Er zat niets anders op dan, onder het licht van 3 kaarsjes, te luisteren naar het neerkletteren van de regen. Salif vond dat ik maar eens naar huis moest bellen. Dat deed ik dus braaf en daarna kwam het avondmaal. Weer mochten wij eerst eten en vervolgens mochten de andere kinderen de rest buiten oppeuzelen. Zo iets raars.

Ik besloot nog maar eens te vragen hoe het nou zat met die bruidegom. Ik zag daar toch echt de oom zitten en ze waren getrouwd. Wat bleek, die oom was inderdaad een oom maar niet de oom die zou gaan trouwen. De echte bruidegom zat thuis, hij was te verlegen om naar zijn eigen huwelijk te komen. Die oom die daar dus de hele dag gezeten had was gewoon een instant bruidegom. WAT?!?!

Ik besloot daarna maar naar bed te gaan. Er was toch niets anders te doen. Maar voordat ik naar bed ging vond vrouw 3 dat ik een andere kamer moest krijgen. Mijn kamer was erg heet en er was blijkbaar een andere kamer waar het een stuk frisser was. Dus hup daar ging mijn matras en mijn spullen naar een kamer schuin aan de overkant. En het was waar, deze kamer was een stuk frissen. Relaaaax!

13 februari 2011 - Vrouwendag

Om 7 uur zouden we vertrekken naar het dorp van de bruidegom (zo'n 2 uur volgens de heren). Ik dacht bij mijzelf: zal zeker wel negen uur worden dan. Maar schijn bedriegt. Om zes uur werd ik gewekt. Ik nam een hete douche en vervolgens kreeg ik ontbijt: spaghetti. Ik krijg bijna kot neigingen van alleen de geur al. Het was te veel eten. Dus tot grote verbazing van iedereen at ik niets. Ik probeerde beleefd uit te leggen dat ik echt geen spaghetti voor ontbijt kan en wil eten. Het wordt niet zo begrepen en vervolgens kreeg ik van vrouw 3 een doggiebag mee zodat ik het in de bus kon eten.

Bijna niet te geloven maar waar zaten we om kwart over 7 in een tro tro van Offsino naar Kumasi. Een rit van ongeveer een uur. Eenmaal in Kumasi moesten we in alle hectiek van de dag overstappen op een tro tro naar het dorpje van de oom. Het werd een helse rit die geen één maar precies twee uur duurde. Een slechte weg en ronduit verrotte zitplekken zorgde ervoor dat ik eenmaal op plaats van bestemming uit het busje kroop.

We liepen een stuk door het dorp, wederom een dorp waar nooit witte mensen komen, naar het familiehuis. Hier zou vrouw 2 (de gescheiden vrouw) en vrouw 1 (de biologische moeder van Salif) ook aanwezig zijn. We draaide een hoek om en opeens begonnen alle vrouwen en kinderen te juichen. Ik moest lachen en voordat ik het wist kreeg ik knuffels van alle kanten. Later bleek dat het knuffels waren van vrouw 1, vrouw 2 en tantes. Iedereen kwam gedag zeggen en kinderen zongen een liedje over obronies. Ik kreeg weer eens de beste stoel en maakte wat foto's van de kleurrijke omgeving.

Het is overigens opvallend, alle mannen hier praten redelijk een woordje Engels. Maar het overgrote deel van de vrouwen spreekt geen Engels. Met als gevolg dat het vooral een pijnlijke dag werd voor mijn lachspieren. Altijd maar leuk lachen naar die lieve vrouwtjes.

Na een tijdje op het pleintje gezeten te hebben gingen we naar het huis van de oom. Hier zou de bruid zijn en voor de verandering ook de ECHTE bruidegom. Ik ging het huis binnen en moest in de beste stoel plaatsnemen. De bruid zat daar met nog twee andere mannen. Ik zei gedag en ging maar tv kijken, CNN. Was ik ook weer een beetje geupdate over het wel en wee in de wereld.

Na een tijdje werd ik voorgeteld aan de echte bruidegom. Daarna was het een drukte van jewelste. Vrouwen kwamen langs, gedag zeggen en hun feestkleren aantrekken. Ik kreeg een speciaal voor mij bereide - niet pittige - maaltijd, lief! En er werden foto's gemaakt van bijna iedereen met de bruid. Alle foto's taan op mijn camera, wat moet ik ermee?! Daarna konden de festiviteiten beginnen. De bruiloft festiviteiten vandaag waren vooral gericht op vrouwen. Alle belangrijke mannen waren er niet bij en er hing een wat meer feestelijke sfeer dan de formele sfeer van gister.

De bruidegom moest gaan zitten op een bank en vervolgens werden er aardige dingen gezegd (vraag me niet wat) en werden er geld spelletjes gedaan:

  • - De bruid staat en elke keer als er wat geld word neergelegd voor haar voeten mag ze een stapje doen in de richting van de bruidegom. Als er niet genoeg geld wordt neergelegd moet ze de hele dag blijven staan
  • - Als je wat geld geeft mag je onder de sluier van de bruid kijken.
  • - Bruid versus bruidegom: wie het eerst het meeste geld heeft.
  • - Er werd gedanst voor geld.
  • - Je mocht met geld het zweet van de bruidegom zijn hoofd afvegen.
  • - Je mocht een ballon kapot prikken als je wat geld gegeven had.

Noem maar op, zoveel spelletjes waren er. Het werd een beetje saai op het gegeven moment, alleen het dansen was nog leuk. Vrouwen gingen helemaal uit hun dak. Rond een uur of vier moesten wij gaan. Salif en ik hadden nog een lange weg te gaan: 3 uur terug naar Offinso, en diezelfde nacht terug naar Accra. Weggaan kan echter niet zomaar. Ik moest per se tussen de bruid en bruidegom gaan zitten voor een foto, daarna ook Mohammed en Salif. Daarna ging salif nog even praten met zijn oom en ging ik een beetje weg uit het centrum. Hierdoor kwam ik in een horde van kinderen terecht die allemaal op de foto wilde. Een groot gejuich en te veel hyper actieve kinderen om mij heen haalde alle aandacht weg van het bruidspaar. Ik voelde mij schuldig. Zelfs moeders kwamen naar mij toe of ik niet een foto van hun kind wilde maken. Uiteraard, maar wat moet ik er vervolgens mee? Naja, een aantal plaatjes geschoten en toen werd ik gered door Salif, we moesten nu echt gaan.

We gingen naar vrouw 1 (de biologische moeder) om gedag te zeggen. Ze moest nog een paar keer met mij op de foto en vroeg of ik haar zoon wilde trouwen. Daarom moest ik meteen een trouwsluier op mijn hoofd doen zodat ze alvast kon zien hoe ik eruit zag als ik met haar zoon ging trouwen. Jaja...

Toen we eindelijk weg konden liepen we tegen een horde kinderen op. Één van de kinderen stak zijn hand naar mij uit en onschuldig pakte ik, en schudde ik deze. Met als gevolg dat de horde kinderen flipte en iedereen mij een hand wilde geven. Zoveel joelende kinderen. Het nichtje van Salif en Mohammed moesten de kinderen wegjagen.

We liepen het dorp uit, moesten even wachten op het tro trotje en toen de nacht begon te vallen reden we terug naar Kumasi. Hier stapte we redelijk snel over op het busje naar Offinso. Tussen Kumasi en Offinso was ik zo moe dat ik wonderbaarlijk maar waar in slaap gevallen was. Nogal slaperig stapte ik uit en liepen we naar huis. Hier nam ik nog een laatste heerlijke douche onder de sterren, pakte mijn spullen en werd door een horde van broers, vaders en moeders uitgezwaaid. Samen met één broertje stapte we in een taxi om om half 12 's nachts op een kruispunt afgezet te worden. Hier gingen we wachten op een tro tro die overdags ontelbaar vaak voorbij komen maar om half 12 's nachts toch niet. Op het gegeven moment raakte de broers aan de praat met de mensen die op het kruispunt wonen (zonder huis dus). Via hen kwamen ze in contact met een truckdriver. Uiteindelijk werd er aan mij gevraagd of ik goed vind dat de truck ons zou afzetten in Kumasi. Ik vroeg aan Salif hoe veilig het was en vroeg aan de chauffeur of hij mij niet zou vermoorden. Hij zij van niet dus we stapten met z'n drieën in. Door glimlach op het gezicht van de heren kon ik zien dat dit voor hen een klein jongensdroompje was. Ik hield mijn hart vast. Zal die man slecht zijn of zullen we door een ongeluk om het leven komen? En ik was ook nog eens zo moe dat het moeilijk was mijn zwakte (vermoeidheid) te camoufleren. Na nog geen 3 minuten rijden hoorden we een knal en werd de truck stil gezet. Mijn hart klopte in mijn keel en toen ik links uit het raam keek zag ik dat we precies tegenover ene lijkenkistenmaker gestopt waren. Er stonden twee prachtige kisten en één eenvoudige kist klaar om ons drieën in weg te voeren.

Niet veel later was het los geslagen stuk van de truck met een touw weer vastgebonden en konden we verder rijden. Halverwege stopten we weer om het broertje af te zetten (die bij zijn school woont). Een klein uurtje later kon ik weer opgelucht adem halen. De chauffeur had ons niet vermoord, berooft of verkracht en er waren ook geen ongelukken gebeurt. Ik leefde!

Een taxi bracht ons naar het busstion waar het een drukte van jewelste was. Iedereen wilde 's nachts om half 2 uur met de bus naar Accra. De derde bus die vertrok, na ongeveer 20 minuten wachten, nam ons mee. Ik viel kort na vertrek in slaap en werd halverwege wakker. Daar waar de hobbelige, niet geasfalteerde weg begon. Het laatste stuk sukkelde ik was en uiteindelijk, door Salif zijn alertheid, werden we voor de deur afgezet. Ik kon mijn kleren niet eens meer uittrekken en viel binnen 2 minuten in slaap. Op bed!

14 februari 2011 - De dag van de liefde

Tot een uur of tien had ik geslapen. Heerlijk maar net niet lang genoeg. Salif besloot wat zaken te doen en daarna konden we gaan zwemmen. Goed idee leek mij dus ik ging als een trouwe hond met hem mee. Ik werd zelfs verwacht mee te gaan want een aantal mensen wilde mij zien. Nou vol verwachting stapte ik in de auto. We gingen eerst de zakenpartner oppikken en een rastaman. Toen iedereen compleet was moesten we door een verkeer van hier tot Tokio naar een FedEx kantoor om daar een formulier op te halen. Het ging allemaal zo langzaam. Daarna gingen we naar het vliegveld waar we een pakketje moesten ophalen. Iedereen was blij om mij te zien en vroegen uiteraard of ik al getrouwd was en of ik hen niet kon meenemen naar Nederland. Het duurde allemaal zo lang, maar het cargo gedeelte was op zich wel grappig om eens gezien te hebben. Ik werd ondertussen moe van dat langzame gedoe. Geen wonder dat landen heir geen steek vooruit komen, alles gaat zo sloom. Toen we het pakketje hadden moesten we ergens gaan lunchen. Het was al half 5 en daarna wilde Salif nog gaan zwemmen. Ik had er al lang geen trek meer in maar goed. Door het veel te drukke verkeer gingen we naar een zwembad. Het water was zo ranzig dat we besloten ergens anders heen te gaan. Het duurde uiteraard allemaal veel te lang dus uiteindelijk besloten we naar huis te gaan. Ik was niet meer gezellig. Had 3 uur in de auto gezeten om één pakketje op te halen. Ik had het even helemaal gehad. Salif dacht echter dat ik boos was omdat we niet waren gaan zwemmen dus hij nam mij als avond eten mee naar de Holiday Inn voor een overheerlijke pizza. Daar zaten we dan, tussen allemaal verliefde koppels. Want ja, vandaag is het Valentijnsdag.

Zozo, veel liefde in dit verhaal. Al hoe wel, weet ik niet voor 100% zeker of het een huwelijk uit liefde was. De bruid keek soms erg vermoeid. Maar het lijkt me dan ook een vermoeiende taak. Het was een heerlijk weekend. Ik denk er nog steeds met wow op terug, dat ik dat heb mogen meemaken. Douchen onder de sterren, eten van een vuurtje en zoveel lieve mensen. Ok, ook heel veel intensiteit om dat iedereen mij wilde aanraken, ontmoeten. Veel donkere ogen op mij gericht. De druk om niets fout te doen, maar uiteindelijk was het geweldig.

Ik ga nu mijn laatste dagen in Ghana in. Mali ligt op komst, spannend!

Tot de volgende keer maar weer!

Liefs, Lisan

*English summary *

The pas weekend I spend about 300 kilometers north for Accra. Me and my host Salif took the bus from Accra to Kumasi, a long and bumpy ride of 6 hours. After that we changed the luxury bus for a tro tro (a mini van) and drove to the home town of Salif named Offsino. It's the biggest village in Ghana and it's like a little city, though very calm and quite. Salif his dad has 3 wife's and a lot of children. When we arrived at the house and I got out of the cab, a group of children surrounded me. Everybody was happy to welcome me. I was more happy with a nice hot shower under the night sky.

The next day we went to the second day of the wedding of an uncle from Salif. We met his father there and I came to realize that his father is a very important and respected person. People bow for him and everybody came to greet him. Me as a non-Muslim and a white young girl didn't really know how to behave. I just smiled a lot and I guess that was enough. After a long and boring ceremony the men went to pray and we went home. It was a fun day, hot and interesting.

The next morning we woke up early. Day three and the last day of the wedding was held in the village of the husband. A three hour drive from Offinso. We left at 7 am and when we arrive at the party all the women and children cheered when they saw me. I got hugs from every corner and everyone wanted to be in the picture frame. After that I met the bride and groom and the ceremony started. There was music and all sorts of games to get money from the people. After a while people started dancing and we had to get ready to go home. It's difficult though, to leave a place in Ghana because everyone wants to say goodbye to everyone. And goodbye is not just 'bye' it's a whole lot over conversations more.

When we finally got home we took a shower and Salif and I went on the nightbus back to Accra. To get from Offinso to Kumasi, we got a ride with a big truck. I was scared to death but in the end it the whole weekend was a great adventure.

Aangenaam kennis te maken

Goodafternoon,

*English summary at the end of the complete Dutch story*

Eindelijk is het zover: Ik ben in Afrika! Lang heb ik naar dit moment toe gedroomd en nu, raar maar waar, ben ik er. Ghana om mee te beginnen. Mijn hart maakt nog steeds een salto als ik mij realiseer dat ik nu toch echt in Afrika ben. Het continent van de big 5, zwarte mensen en armoede. HIV, trots en kleurrijke gewaden. Het continent van hoop, muziek en broederschap, waar familie en sociale gemeenschappen alles betekenen.

Het word hoogste tijd dat ik dit deel van de wereld zelf ga zien, ruiken, voelen en beleven. Ik kan niet wachten. Mijn eerste bestemming in het continent van mijn dromen is Ghana, the gateway to West Africa. Hierbij het verslag van mijn belevenissen van de eerste dagen in Ghana.

4 februari 2011 - De reis naar mijn droom

Het begon allemaal met gestress. De gebruikelijke reisstress. Ik werd door mijn trouwe afscheidscomité, bestaande uit mama en Merel, naar Schiphol gebracht. Van papa had ik al op het Hazepad afscheid genomen. Snel de bagage ingeleverd en ondanks dat de stress waar op mijn schouders drukte ging ik met mama en Merel nog een broodje eten. Eindelijk was het zover: door de douane en naar mijn gate. Mijn vlucht naar Afrika kon beginnen. Niet zomaar iets aangezien Afrika een droom is die al lang op de loer ligt. En dan nu, eindelijk is het zover.

Door de hevige wind liepen we ruim drie kwartier vertraging op. Ik vloog van Amsterdam naar Accra, Ghana. Een vlucht van zo'n zes en een half uur. Het duurde lang, lang. Het leek maar niet op de houden. Eerst over een wolkendeken. Toen eindelijk een stuk water en toen de gigantische zandvlakte wat Algerije voorstelde. Volgens het kaartje vlogen we nog een stuk over Mali, ik schok een beetje, want er was alleen maar zand. De zon begon te zakken en de lucht kreeg fenomenale kleuren. Rood, oranje, paars, blauw. Prachtig.

Na zes uur vliegen kwam Accra in zich en begonnen we te dalen. Altijd een spannend moment want na weken lang Air Crash Investigation kijken op National Geografic Channel weet ik maar al te goed hoe cruciaal dit moment kan zijn. Uiteraard ging er niets mis en liep ik het trappetje af. En emotioneel moment, mijn voeten raakte Afrikaanse bodem. Via via via, (ik hou nu al van dit land) had iemand bij de immigratiedienst die de naam Mubarak droeg, een kopie van mijn paspoort. Als alles goed zou gaan zou hij mij uit alle mensen uitpikken en door de VIP exit laten gaan en daar mijn visum aan mij geven.

De hitte kwam mij tegemoet toen ik door een lange gang de douane hal inliep. Voordat ik er erg in had zei een grote zwarte man: ‘ARE YOU LISAN?' . Zo simpel kan het zijn. Hij pakte mijn paspoort en zei dat ik maar moest doorlopen naar mijn bagage. Zo gezegd zo gedaan. De bagage kwam binnen no time aangezien Accra airport niet al te groot is. Met mijn koffers liep ik terug naar de douane waar het zes rijen dik stond met mensen. Mubarak gaf mij mijn paspoort terug, stempel en al. Met een glimlach op mijn gezicht volgde ik de bordjes uitgang. Halverwege werd ik aangehouden en wilde ze het andere kant van de bagage strip zien. Achteraf realiseerde ik mij dat het allen een truckje was om met mij te praten. Daarna, daarna was ik vrij!

Salifu, mijn voornaamste contact in Ghana zou mij komen oppikken. En hij stond daar braaf samen met zijn broers Muda en Yakuba. Drie mannetjes die allemaal een klein beetje kleiner zijn dan ik. Was een grappig gezicht. Ze namen alles van mij over en we liepen naar de auto waar nog twee vrienden waren. Het was een grote auto dus met al mijn bagage in de kofferbak en ik met de drie kleine mannetjes op de achterbank reden we door de stad. Chaos uiteraard op de weg. Geen regels geen niets. We stopte bij de Holiday Inn omdat de mannen iets wilde eten. Of dat dacht ik tenminste, zij dachten dat ik wel honger en ik dacht dat zij honger hadden. Na 10 minuten naar ungabungataal geluisterd te hebben vroegen ze eindelijk aan mij wat ik wilde eten. Het bleek dat we allemaal geen honger hadden dus gingen we weer terug naar de auto. We reden naar het huis van Salifu. Ik was moe en toe aan een douche.

Het huis van Salif is meer een appartement met drie kamers. Zoals de meeste huizen hier in Accra zijn ingedeeld: de eerste kamer een keuken en vervolgens een woonkamer met veel te grote banken en eventueel een tafel. En dan aan het eind van het appartement een slaapkamer waarin er overduidelijk later pas een douche in gebouwd is. Salif zijn huis is best ruim, echter deed het water het uitgerekend vandaag niet. De douche moest ik dus nog even uitstellen. Dus dan maar naar bed, in mijn dromen. Want ik moest nog sociaal doen. Praten en de buurvrouw die ik ooit eens op de webcam voorbij heb zien komen, kwam nog gedag zeggen. Het was wel grappig.

5 februari 2011 - Accra by day

Mijn nachtrust was verpest. Naast mijn verblijfplaats staat namelijk een moskee waar om 4 uur al de eerste schreeuwen van de toren worden gedaan. Verschrikkelijk. Om de paar minuten werd ik wakker van voornamelijk de Imam en later ook elke voetstap die naar de moskee schuifelde. Om acht uur besloot ik mijzelf uit bed te liften en wilde ik douchen. Nog steeds geen water. Ik kleedde mij snel aan en ging op zoek naar leven. Dat was niet ver te vinden want ik liep de woonkamer in en daar zaten twee vreemde mannen. Ze keken erg blij toen ze mij zagen en stelde zich voor. Kort daarna kwam Salif die vertelde dat het water nog steeds niet werkte maar hij zou wel wat regelen. Even later kwam hij aanzetten met een emmer louw water.

Eenmaal fris en fruitig stapte ik weer de woonkamer in waar de heren volop aan het spelen waren met de Playstation speelde. Ik grinnikte in mijzelf, hoe contacterend, geen vloeiend water wel een Playstation 3.

Even later stapte we allemaal in de auto en gingen we shoppen. Ik had in gedachten dat we even naar een supermarkt heen een weer zouden gaan, het tegenovergestelde bleek waar. We stopte bij verschillende winkeltjes om dingen te doen. Dingen als kijken of er iets interessants was om te kopen, bijkletsen, mij voorstellen aan vrienden of daadwerkelijk iets te kopen of iets te repareren. De stad is geweldig. Rommelig, overal mensen overal rommel. Chaos. Vrouwen in van die mooie Afrikaanse gewaden en kinderen op de rug gebonden. Kinderen, overal kinderen die blij opkeken als zijn mijn witte gezichtje achter de ruiten zagen. Mannen, coole mannen, oude mannen, Islamitische mannen in gewaden en zwerver mannen. Zoveel mensen en allemaal zo zwart! En als je de auto bestuurt is de toeter het belangrijkste onderdeel. Wie het eerst toetert krijgt namelijk voorhang. Erg belangrijk anders kom je niet vooruit. Na lang reiden en vaak stoppen kreeg Salif te horen dat zijn auto gerepareerd was en dat hij hem kon ophalen. Dat deden we dus meteen. De ‘garage' leek mee een auto kerkhof. Overal lag schroot en er was gewoon niets. Een zanderig grasveldje met auto's en gereedschap. Na lang overleg reden we weg in de auto van Salif, op naar de supermarkt. Eindelijk!

De supermarkt was westers. Opeens ook heel veel witte mensen in vergelijking tot wat ik de hele dag gezien heb. We deden onze inkopen en toen wilde Salif graag zijn auto laten wassen. Weer op een zanderig grasveldje stopten we. De we leverde de auto af en namen een taxi terug naar het huis van Salif. Onderweg moesten we echter nog iemand oppikken en iemand anders afzetten en niet te geloven, ik wil naar huis! Ik had onder tussen het gevoel de halve stad al gezien te hebben.

Thuis vonden Salif en Philipe (zo denk ik dat die ene vriend heet) het leuk mij een Afrikaanse maaltijd voor te schotelen dus we gingen op de scooter naar een restaurant. Een sterke man stond hier met een houten balk deeg te slaan en een vrouw was de mixer. Mensen keken mij verbaast aan. Eindelijk was ons eten klaar. Één bak vol soep, vis, geitenvlees en fufu. We kregen een bakje om onze handen te wassen. Vol enthousiasme waste ik mijn hand, mijn verkeerde hand. Ik moet natuurlijk met rechts eten. Nou, mijn rechter hand was schoon en veel minder enthousiasme dook ik de gemeenschappelijke etensschaal in. De geit was lekker, al moest ik het vlees er met behulp van de andere rechterhanden van het bot aftrekken. Toen ik de huid van de geit zag, ging ik over op de vis. Daar werd ik ook niet wild van. De fufu zelf, een gestampt prutje van geen idee wat nam ik zo nu en dan tussendoor. Het hele restaurant genoot van mijn manier van eten. Iedereen zat te gluren en te genieten. Ik wat minder want het eten was te pittig waardoor ik snel al een halve fles water op had. Toen mijn maag genoeg vol zat, mentaal vooral, waste ik mijn hand weer. De vrouwen van het restaurant waren teleurgesteld dat ik niet meer at, ze vonden het namelijk erg grappig.

In de middag moesten we de auto weer ophalen in de wasserette. Toen wij aankwamen stond hij al klaar, hij was van binnen tot buiten netjes gewassen. Echter voordat we de auto terug kregen ging er nog een doek overheen om de nieuwe stof er weer vanaf te wassen. Wat heeft het ook voor zin, het is hier te stoffig. Ondertussen begon de avond te vallen. Door het drukke verkeer en de mensen reden we naar huis. Daar moesten we eerst nog de buurman/vriend/brother begroeten. Een hilarische man die vice president is van de roei vereniging in Ghana. Hij was een paar keer in Europa geweest en vond dat wij Europeanen beter naar Afrika konden komen om wat te leren over grensbewaking dan dat wij altijd maar naar Afrika willen komen om de Afrikanen iets te leren.

Eindelijk gingen we naar Salifs huis en was er niemand. Gezang uit de moskee van hiernaast verstoorde mijn rust en pas om 12 uur wist ik in slaap te vallen.'

6 februari 2011 - Alle ogen op mij

Ik werd weer veel te vroeg wakker door de oproep vanuit de moskee om te komen bidden. Ik negeerde deze oproep en probeerde weer verder te slapen. Zonder succes helaas en al snel besloot ik maar op te staan. Salif was gelukkig ook al wakker en vertelde mij dat we vandaag een zus van zijn moeder (tante lijkt mij dus) gingen bezoeken. Ook vertelde hij mij het heugelijke nieuws dat de douche werkte. Snel sprong ik onder het koude water en toen ik aangekleed en wel was stapte we de auto in en werd ik weer door heel Accra heen gereden. De ‘snelweg', gewone wegen en zandpaden. Van alles was. Ergens op een drukke straat stopte Salif de auto en daar ergens woonde de tante. We liepen door een druk zandstraatje heen waar iedereen het werk stil legde toen ik langs liep. Ik zette een glimlach op en mijn zonnebril voor mijn ogen. Snel liep ik door de tunnel van donkere starende ogen.

Helaas de tante was niet thuis. Dus we liepen weer terug naar de auto. Een andere tante gingen we dan maar bezoeken. Onderweg naar de andere tante stopte we nog twee keer om een vriend/familie te begroeten. De auto werd weer langs de kant geparkeerd en Salif voerde mij een wijk in. Allemaal steegjes en gangetjes. Kippen en geiten liepen om mijn voeten heen. Ik was na twee bochten al verdwaald maar Salif wist de weg. Overal waren kamers, woonruimtes en op het gegeven moment kwamen we uit op een pleintje waar de kinderen begonnen te juichen: obroni, obroni. Een wit persoon! We liepen door, verder het doolhof van gangetjes in. Onderweg kwamen we twee jongentjes tegen die mij met enorm bange ogen aankeken. Toen een oudere man de jongentjes langs mij heen dwong begonnen ze te huilen en drukte ze zichzelf tegen de muur aan, zo ver mogelijk weg van mij. Toen we elkaar eenmaal gepasseerd hadden zetten de jongetjes het op het rennen. Na tien meter durfde ze achterom te kijken... de Obroni had hen niet aangevallen.

Eenmaal bij de tante aangekomen kreeg ik een enorme omhelzing. De tante sprak geen Engels dus ik gooide mijn eerste woordjes Ashanti in de groep: Eti sen? (hoe is het?) E ye (goed). De tante was zo blij met mijn bezoek dat ik een afrikaans textiel kreeg. Later zou ik deze naar een kleermaker moeten bergen en zou mijn eerst Afrikaanse gewaad voor mij op maat gemaakt worden. Medaasi (bedankt).

We liepen wonderbaarlijk genoeg zonder problemen het doolhof uit. Langs de bange jongetjes die zeker nachtmerries gehad zullen hebben die nacht. Langs de oude mannen in gewaden en oude vrouwtjes. Langs de juichende kinderen terug de auto in.

Ik dacht dat de bezoeken nu wel klaar zouden zijn, maar ik ben in Afrika dus ik was nog lang niet klaar met bezoeken. Omdat gister Philipe ons was komen bezoeken moesten wij vandaag bij hem langs. Hij woonde toch ‘in de buurt'. Bij Philipe thuis kreeg ik eindelijk wat te drinken. Had ik wel nodig! En vervolgens na een uurtje praten gingen we met z'n drieën naar een andere vriend ‘in de buurt'. Onderweg werd ik door iedereen aangestaard. Kinderen zwaaide en riepen Obroni. Maar zodra ik ergens uit de auto stapte waren de kinderen toch een beetje bang voor mij.

Bij de nieuwe vrienden gingen we maar even kort langs. Ik was ondertussen moe en wilde niet meer mensen gedag zeggen dus ik ging zitten en luisterde naar het grappige taaltje. Na dit bliksembezoek gingen we naar huis waar nog twee vrienden langs kwamen. Rond zeven uur vertrokken we met z'n allen naar een feestje. Halverwege pikte we nog iemand op en daarna gingen we naar het feestje. De muziek in de auto stond op top volume en opeens kwam er een Back Street Boys song uit. De jongens gingen helemaal uit volle borst meezingen. Ik lag plat van het lachen. Eenmaal bij het feestje stapte ik de auto uit en alle ogen waren op mij gericht. We stapte het binnenplein op waar al een aantal mensen lekker aan het dansen waren. Ik ontmoete meer vrienden (waaronder Joe die ik al via het internet kende) en na een tijdje ging je gene die het feestje gaf in het midden staan dansen. Iedereen liep naar haar toe en gooide geld naar haar hoofd en danste even met haar. Grappig! Door groepsdruk werd ik gedwongen om ook wat geld naar haar hoofd te gooien, tot grote vreugde van alle feestgangers. Na het geldwerpfestijn gingen de mensen weer de dansvloer op. Ook ik werd gedwongen. Ik heb nog nooit zo iets engs gedaan. Zodra ik opstond en mijn weg naar de dansvloer maakte begon iedereen te juichten en te lachen en te klappen. Alle ogen waren op mij gericht. Ik met mijn stijve danspasjes. Ik voelde me zoooo opgelaten.

Na 2 minuten dansen snelde ik van de dansvloer af. Mijn hart klopte in mijn keel. Maar iedereen was blij en nog nooit hebben zoveel mensen met mij geflirt. Ik was populair en dankzij mijn komst was de status van Salifu en zijn vriendengroep met tien punten verhoogt.

Op de terugweg moesten we iedereen bij hun thuis afzetten. Toen wij eindelijk thuiswaren stond ik echter nog stijf van de adrenaline. Whaaa, wat een avond! Het was pas 11 uur maar ik ging snel naar mijn bedje.

7 februari 2011 - O kom er eens kijken, wat er in mijn kamer zit.

Ik was zo moe van alles. De nieuwe indrukken, de warme, de adrenaline van alles. Mijn energie was op. Ik werd om 12 uur wakker. Er stonden weer wat bezoeken op het programma. Als eerste de tante die gister niet thuis was. Vandaag was ze er wel, ik kreeg een enorme knuffel en kletste wat met haar. Elke keer als ze gebeld werd moest ik even gedag zeggen tegen de persoon aan de telefoon. Te bizar voor woorden. Twee nichtjes kwamen nog langs. Één bloed mooi meisje en aardig ook en een jonger nichtje (jaar of 14) dat mij niet gedag durfde te zeggen, ze was te verlegen. Daarna kwamen ook nog twee dikke buurvrouwen langs want ja, zo een blankerdje zit niet dagelijks bij iemand op de bank. Ik kreeg malt bier te drinken van Guinness. Het all time favoriete drankje van de mensen hier. Persoonlijk vind ik het niet weg te krijgen, maar goed. Yakubu en Muda (de broers van) waren een paar blokken verderop bij iemand dus daar moesten we ook nog langs. Het was wel grappig totdat de vriend van Muda op de foto wilde met mij. Daarna moest iedereen op de foto met als gevolg veel te veel onnodige complimentjes en foto's. Er kwamen nog drie andere mensen langs om even gedag te zeggen en met z'n alle hebben we een hele tijd staan kletsen.

Toen Salif weer wilde gaan, op naar de volgende hello-goodbye, liepen we langs een fruit stand. Yakubu kocht een fruitsalade voor mij. Heerlijk, puur genot! Zulke lekkere mango, ananas, banaan en nog iets. O, o, o zooooo lekker. Fris, vers en fruitig. Bij een wasstraat, waar de mannen bijna op de vuist gingen over die de auto mocht wassen en dus het geld mocht vangen, had Salif afgesproken met Nigel. Nigel is ook een vriend broer die ik eerder gesproken/gezien had op de webcam. De auto was schoon, voor een paar uur, en daar gingen we weer met z'n allen. We reden een stuk en opeens kreeg ik de schrik van mijn leven. Ik zag een obroni! En nog één, en nog één! Wow, we waren in het zakelijke centrum van Accra en hier liepen er een paar blanke mensen. Woohoo! Halverwege stopte de auto en pikte we een vriend / zakenpartner van Salif op. Op de hoofdstraat stopte we weer opeens en stapte beide mannen uit om zaken te doen op een parkeerplaats. Ik snapte het nut er niet van maar Nigel vertelde mij dat het normaal is. Nou, geen probleem lijkt mij dan. Even later werd de zakenpartner/vriend gedumpt en reden we door.

Onze volgende stop was bij een zand veld waar een stel jongens aan het voetballen was. Philipe was er een van en die moesten we even gaan begroeten. Die jongens sporen overigens niet. Het is te heet, te zanderig en nee, gewoon echt te heet om te voetballen. Maar fanatiek dat ze rondrennen in hun versleten voetbalshirts van overal uit de wereld. Dit is Afrika!

Onderweg naar huis pikte we nog twee vrienden op waarvan er één ook meteen weer afgezet werd. Samen met Salif, Nigel en die andere vriend gingen we naar huis waar we iets raar aten. Plantain met een prutje van vis en spinazie. Het was niet vies maar de structuur was zo raar. En de smaak was zo anders. En dan alles naar binnen stoppen met je rechter hand. Nee, dit is niets voor mij.

8 februari 2011 - Was ik maar zwart

Vandaag moest ik vroeg opstaan. Acht uur. We zouden naar het vliegveld gaan om te kijken hoe duur een ticket naar Mali zou zijn. Echter moesten we eerst langs bij een vriendin. Drie vrouwen zaten op een kamertje. Ze bleven maar zeggen hoe mooi zij mij vonden en dat ze ‘so amazed' waren door mij. Daarna kwamen de standaard irritante vragen of ik getrouwd was en wanneer ik ging trouwen of ik dan met Salif zou trouwen of anders hadden ze nog wel ergens een broer of neef of vriend voor mij. Ik was het een beetje zat maar bleef leuk lachen. Na een tijdje gingen we weer weg en bezochten we nog een vriend die bij zijn introductie toevoegde dat hij christelijk was. Erg interessant. Ondertussen maakte ik ook kennis met kennissen van de kennis en ik had het gehad. Ik wilde alleen nog maar naar het bureau voor een ticket en dan weg. Ik wilde gewoon mijzelf even verstoppen en niet meer wit zijn.

Eindelijk was het dan zover, we konden naar het ticketbureau. Wat ik niet wist is dat de vrouwen van het ticket bureau ook ergens vrienden zijn met als gevolg dat we daar bijna twee uur zaten. Ik had het niet meer. Daarna bestelde Salif ook nog lunch, op zich best lekker maar ik wilde weg. Ze bleven maar praten en praten en ik had er echt geen zin meer in. Ik reageerde kortaf en al snel lieten ze mij links liggen. Precies wat ik wilde: geen blikken en aardige woorden. Ik pakte en krant en update mijzelf over de stand van zaken in de wereld en in Ghana. Niet veel boeiends.

Toen we eindelijk weg wilde rijden ging de auto kapot. Tot grote ergernis van mij moesten we langs de straat gaan wachten op een taxi. Ik wilde de eerste beste nemen, weg van hier. Zodat ik niet te lang opviel. Maar helaas moesten we wel een beetje een goede taxi nemen. Zinloos, o wat was ik chagrijnig.

Eenmaal thuis plofte ik op bed. Koelde ik was af en besloot even met Salif te praten over alle bezoeken. Hij begreep het helemaal en we besloten vandaag geen bezoeken meer te doen. Aan het eind van de middag wilde we naar het strand, maar het was te druk op de weg dus we besloten het een andere keer te doen. Ik zei dat ik vandaag wel wilde koken (eindelijk iets niet pittigs) en ik gaf de kok een dagje vrij (JA EEN KOK!!! HAHA). Joe kwam nog langs en ik speelde met hem nog wat op de playstation.

's Avonds gingen we wat drinken in de Holiday Inn. Volgens mij de placet o be als je Ghanees en cool bent. Ik moest 's avonds terug naar huis rijden. Leuk, maar ik was wel te langzaam volgens de heren.

9 februari 2011 - Was ik maar zwart

Toen ik 's ochtends wakker werd was ik helemaal alleen in het huis. Geen briefje niets, dus ik ging maar even bellen. Salif was zijn auto gaan repareren en zou rond het middag uur terug zijn. Ik vond het wel lekker, even wat tijd voor mijzelf. Rustig opgestaan, mijn chaos wat georganiseerd en een lekker ontbijtje gekookt: een gebakken eitje. Nog wat yoghurt erbij en mijn morgen kon niet meer stuk. Daarna wat gecomputerd gevolgd door stukje lezen in mijn boek, heerlijke ochtend.

Salif kwam inderdaad rond het middaguur terug en na een korte siësta stapten we de auto in. We gingen eerst naar een winkelstraat waar Salif zijn mobiel wilde laten repareren. Daarna gingen we weer fufu eten. Dit keer ging het een stuk beter maar opeens nam ik één hap te veel en was het klaar met eten. Muda kwam nog even langs en dat was gelukkig het enige bezoek voor vandaag. Via een verse fruit tent (TE LEKKER WEER) reden we naar het strand. Accra ligt aan de kust dus het was niet al te ver rijden.

Eindelijk het strand. Lekkere wind. Rust, heerlijk. Even niemand aan mijn hoofd behalve de wind en het geruis van de golven. Entree was twee Cedis (ongeveer 1 euro). Eenmaal op het strand stond het vol gebouwd met tafeltjes en stoeltjes bij verschillende restaurants. We namen bij een plaats en ik genoot. Heerlijk! Salif bestelde worst en ik at de puur-genot-fruitbak op. Heerlijke mango en ananas, het kon niet meer perfect: strand, wind, zon en een puur-genot-fruitbak. Na een tijdje chillen liepen we nog een stuk het strand. Overal op het strand lagen tot mijn verbazing allemaal prachtige stenen die je alleen nog maar aan een hangertje moet doen en dan verkopen. Het strand lag er mee bezaait. Ik besloot een sieraden winkel te starten. Terug bij het horeca gebied na en namen we weer plaats op onze strandtent plek. Er kwamen allerlei verkopers langs van schilderijen, houten beelden en maskers, fotograven, mensen die een rondje te paard verkochten en noem het maar op...

Om zes uur gingen we weer terug. Het was spits waardoor we in een lange stinkende file terecht kwamen. Eenmaal thuis nam ik even een douche en daarna gingen we naar de bioscoop. Wat een luxe dag! De film Green Hornet was op zich wel grappig. En de pizza die we om half 12 's nachts oppeuzelden maakte de dag compleet. Heerlijk, ik ben weer uitgerust en opgeladen voor de komende dagen...

Zo, mijn eerste vijf dagen zitten erop. Mijn Afrika reis is begonnen. Of het naar mijn verwachtingen voldoet, ik weet het niet. Of ik het naar mij zin heb, meer dan dat! Tot zover is het geweldig. Ik geniet optimaal en ik kan niet wachten om weer wakker te worden en mij in een nieuwe dag te storten. Om even een tipje van komende weeks sluier op te lichten: ik ben uitgenodigd voor een huwelijk van een oom. Vrijdag vertrekken we richting noorden waar ik zaterdag een huwelijksceremonie mag meemaken. Ik ben benieuwd.

Liefs,

Lisanne

*English summary *

Finally, it's time for my dream to come true: AFRICA!I said goodbye to my beloved family in Holland and got on my plane from Amsterdam to Accra (Ghana). With an hour delay because of the strong Dutch wind, the journey had begun. Six and a half hour later I arrived on African ground. The heat surrounded me and so did my nerves. I still didn't have a visa and a man named Mubarak was supposed to pick me out of the crowd and give me a special treatment. Luckily when I walked in the customs area this huge black man came towards me and said: 'ARE YOU LISAN'. Mubarak was there and in no time I passed through costumes (the VIP section for presidents and important people). I got my bags and made my way to the exit. My host for the coming days Salifu was there to pick me up. Together with his brothers and friends I made my way to his home. The traffic was chaos but I already liked it!

At home I was ready for a shower. Unfortunately there was no water so there was no other option than go to bed dirty.

The following days I spend time on meeting people. I feel like I know everyone in Accra now. And everyone was so excited to see me. This white young girl. All the way from Europe. The great thing was that I came to place where tourists won't come. Places where Obroni (white people) are not seen very often. That's why I became a superstar within few footsteps. On the way through a maze of alleys, salif found the home of an aunt. I got a tight hug and an African textile to make some African clothes. On the way back two children were so scared of me that they started crying and ran away from me. After 10 meters of running they dared to look back. They escaped from the claws of this Obroni.

I've met too many people, friends, friends of friends, brother-friends, brothers, cousins, brother-cousins, sister-friends, sisters, mother-friends, whatever relationship you can think of, I've met them. After meeting so many people I was just tired of everything. I wished I was black. That I didn't stand out from the crowd. That people wouldn't stare at me and that children wouldn't laugh and call me Obroni. Though I like I, sometimes I just wanted to disappear behind a black shield.

One afternoon we went to the beach. It was just perfect, nice breeze, cold ocean water and a delicious fresh fruit plate. At first we relaxed a bit at one of the restaurants on the beach. Later we went for a walk along the coast of Ghana. Amazing! The sun started to set and we went back to the restaurant. All kinds of sellers passed by: paintings, wooden art, photographs or horse rides. Name it and you could buy it on the beach. After the lovely afternoon at the beach we went home for a refreshing shower followed by a movie night at the cinema. The Green hornet was quite a nice movie and the pizza we ate at 11:30pm made the day complete. My energy level is loaded for the next couple of days.

Terug naar waar het allemaal begon

Lieve mensen,

Met nog zes dagen in het vooruitzicht en voornamelijk busritten in de planning was het einde van de vakantie en het einde van mijn verblijf in Centraal Amerika op een einde aan het komen. Dit laatste verslag gaat over de laatste dagen van de reis die ik samen met Modesto gemaakt heb. Een interessante ervaring. Weer veel gezien, geleerd, genoten en gelachen. Al is het einde van het reis vooral relaxen, bijkomen en analyseren. Ook goed, zeer belangrijk zelfs.

Donderdag 18 november: vakantieanalyse en toekomstplannen

Ik was moe. Gesloopt van de vakantie en moe van de blik vooruit: Nederland. Uit ervaring wist ik dat de laatste dagen van een verblijf ergens (als je lang weg bent) erg vermoeiend zijn. Modesto zat er ook een beetje doorheen. Respect, hij heeft zoveel meegemaakt. Dingen die hij, volgens zichzelf, nooit gedacht had te doen. We hadden een korte vakantie evaluatie. Wat was het leuks, wat was het stoms. Voor mij de absolute topper zonder twijfel waren de ruïnes van Copan. Voor Modesto was het moeilijk kiezen, zijn top drie waren het vulkaan sleeën in Leon, de mall in Tegucigalpa incl. de 3D-film en de ruïnes van Copan. Ook analyseerde we de resterende dagen en kwamen op een plan: Granada en mijn Costa Rica thuis basis Playa del Coco. We pakte een terrasje, liepen wat rond in de stad, slenteren beter gezegd, pakte nog een terrasje, kochten nog eer souvenirs en genoten van de sfeer die Leon met zich meebrengt. Heerlijkheid!

Vrijdag 19 november: Terrasje?

Vroeg gingen we op pad. We namen een mini busje van Leon naar Managua waar we halverwege uit het busje werden getrapt voor de beste connectie naar Granada, aardig! Aangekomen in Granada kwamen we vriendelijke toeristen tegen die ons meenamen naar hun goedkopen hotel. Het was bloedje heet en we hadden te veel honger. Snel gingen we ergens wat eten. Vervolgens flaneerde we naar Lake Nicaragua en genoten we van het koele briesje. Vervolgens liepen we terug, zwetend. Het was te eet gewoon! Na al die koude dagen in Honduras was het gewoon te heet hier. Wel heerlijk, zo opwarmen voordat ik terug naar het koude Nederland zou keren. We pakte nog een terrasje, ik genoot van heerlijke Limonada en twee lelijke toeristen die zich lieten inpalmen door nog twee lelijkere mannen.

In ons hotel was zo een schattig jongetje van een jaar of één en hij was helemaal verliefd op mij. Zo schattig!

Zaterdag 20 november: een nadere kennismaking met Granada

We deden 's ochtends rustig aan. Lekker douchen, ontbijten en op naar het hoofdplein waar we de kathedraal van binnen bezochten. Ook gingen we nog naar de toren. Alles is zo veranderd na vorig jaar. Nog meer en nog beter opgeknapt. Daarna liepen we nog wat door de mooi straten met de mooie opgeknapte kleurige koloniale huisjes. Mooi mooi allemaal. Ik had de stad het voorgaande jaar al gezien en Modesto had er geen zin in dus al snel waren we weer ergens op een terrasje geland. Onder het genot van en puur vruchtensapje genoot ik heerlijk van de zon. Er kwam een schattig jongetje naar ons door wie ik overtuigt werd nog meer souvenirtjes te kopen. En nu was het dan echt genoeg!

's Avonds wilde we nog even naar een bar maar we konden niets vinden wat een gratis entree had. Gevolg: we gingen vroeg naar bed. Verstandig want de bus naar de grens met Costa Rica zou morgen om 4 uur 's ochtends vertrekken volgens de betrouwbare bronnen van het hotel.

Zondag 21 november: Back to where it all begun

Om stipt vier uur zaten wij in het busstation. Verschillende aardige mensen hadden ons op het hart gedrukt dat de eerste bus om vier uur naar Peñas Blancas (de grensovergang met Costa Rica) zou vertrekken. Niet dus! Twee uur lang moesten we wachten. Buiten de poorten van het busstation want die was nog niet open. De taxi chauffeur zette ons af onder het licht van een lantaarnpaal en vroeg ons om daar AUB te blijven zitten. Ik vond het eng. Overal zwervers, dronken mensen, armoede van de nacht. De realiteit van de nacht. We werden zo nu en dan lastig gevallen door een dronken man. En eindelijk om half zes gingen de poorten van het busstation open. We waren veilig!

Een paar uur later waren we in Peñas Blancas en lag Costa Rica binnen bereik. Een heel glibberig bereik wat door de regenval was de hele grensoverval een modderweg. Te ranzig voor woorden. Mijn hele slippers en voeten zaten onder de modder. Eenmaal in Costa Rica, met alle stempels in onze paspoorten, konden we de weg naar Liberia en vervolgens Playas del Coco vervolgen. Even om jullie geheugen op te frissen: mijn 2dejaars stage bij de duikschool was in Playa del Coco. Ik zou wat oude bekenden gaan opzoeken.

In Playa del Coco was alles op een opzienbarende snelheid veranderd. De hoofdstraat nog toeristische en de hostels die ik wist te vinden beiden gesloten. Gelukkig kwamen we uiteindelijk bij een heel relax en net hotelletje terecht. Ik belde Chantel en ging samen met haar, Modesto en Jaime lunchen. Het was gezellig om hen weer terug te zien. Raar ook. Na de lunch hebben we nog een hele tijd gekletst en toen moest Chantel terug naar San José. Modesto en ik liepen de hoofdstraat uit naar het busstation om daar alvast onze kaartjes voor onze terugrit naar San José te kopen. Daarna gingen we terug naar het hotel. Relaxen op die lekkere banken. Slapen, tv kijken en internetten met de zee op de achtergrond. We gingen vroeg slapen.

Maandag 22 november: oude herinneringen

Vandaag een lekker rustig dagje in mijn oude dorpje. We maakte een strandwandeling. Herinneringen, goede en kwade, kwamen weer te boven over mijn weken in Playa del Coco. Die rot duikschool en de mooie groep mensen om mij heen. We liepen langs mijn oude huisje wat nu te koop staat! Bijna had ik een bod gedaan. Mijn hangmat was al wel weggehaald.

Terug in het dorp ging ik bij Tanya langs, zij was niet thuis. De hele avond ook niet, aan het werk. We zijn maar terug gegaan naar het hotel en hebben de rest van de dag uitgechilled.

Dinsdag 23 november: een ware aflsuiter

De laatste gezamenlijke busrit van Modesto en mij. Lekker samen naast elkaar op een bankje toerden we terug naar San José. Een saaie rit door de regen, de ultieme afsluiter.

In San José checkte we in bij ons bekende hotel en ging ik ompakken. Passen en metten, wegen en weer ompakken. Ik mocht tenslotte maar één stuk van 20 kilo hebben. Een uitdaging! Voor het diner gingen we samen met Chantel een pizzaatje halen. Daarna nog even lekker alleen met Chantel vrouwenpraat gehad.

En daarna voor de laatste keer mijn ogen dicht gedaan in Latijns Amerika.

Woensdag 24 november: het chocolaatje

We moesten vroeg opstaan. Ik zette Modesto af bij zijn bus. En nu natuurlijk de hamvraag: wat is mijn relatie met Modesto. Ik weet dat jullie allemaal naar dat antwoord smachten. Wat is dat toch tussen ons... Nou, ik hou jullie lekker in spanning want sommige dingen zijn leuker als je ze niet weet. Een afscheid gepaard met een traan, want een vriendschap als deze is heel bijzonder.

De terug vlucht vanuit San José naar Miami. Daar een dikke, toepasselijke, hamburger gegeten en toen weer hupla in de volgende vlucht naar Zürich. Kort voor Zürich kregen we van Swiss een zooo lekker Zwitsers chocolaatje aangeboden. Zo lekker, smaaksensatie op mijn tong. Optimaal genieten. Ik ging met mijzelf in discussie of ik er nog één zou vragen aan de steward maar besloot dat ik dat een beetje aso vond.

In Zürich smooth overgestapt op de laatste etappe: naar Amsterdam! Kort voordat we de landing inzette kwam het weer: het dienblad met de chocolaatjes. Water vulde mijn mond binnen no time. Ik ging weeeer met mijzelf in discussie: twee vragen of gewoon twee pakken. Ik besloot gewoon normaal te doen en netjes één te pakken. Toen ik beheerst een chocolaatje pakte en mijn hand terug trok bleek tot mijn grote schrik dat ik twee chocolaatjes had gepakt! Ik schaamde me dood maar was blij van die twee heerlijke engeltjes op m'n tong.

Eind goed al goed. Ik ben thuis!

Nog even voor de genen die het niet weten: in december heb ik mijn afstudeerscriptie ingeleverd en met de verdediging een mooie 7,8 in de pocket gehaald. Hiermee ben ik afgestudeerd en kan het echte leven beginnen.

Adios amigos,

Lisan.

De veelzijdigheid van Honduras

Lieve mensen,

Ik weet dat jullie allemaal met spanning zitten te wachten op het eerste nieuws uit Afrika, maar ondanks dat het veel te laat en achterhaald is, wil ik jullie het één na laatste deel van mijn reis in Centraal Amerika, onder tussen alweer ruim 2 maanden geleden, niet van weerhouden. Er komt na deze (hopelijk morgen of zelfs vanavond nog) het laatste Centraal Amerikaanse verhaal. Daarna is de beurt aan Afrika!

Zondag 7 november: de beste dingen ooit

Stadsverkenning van Tegucigalpa stond vandaag op de planning! Een aantal kerken en Kathedralen en natuurlijk het stadscentrum. Lekker shoppen! Op de kaart en in de gids leek alles echter veel groter dan verwacht. Dus binnen no time hadden we het hele stadscentrum gezien. De kathedraal erg mooi! Andere kerken ook interessant maar vooral de uitzichten over de met huizen bedekte heuvels waren voor mij het leuks.

Ondanks dat de zon aan de hemel stond hadden we het koud. Wat een verschil! En wat een enorm harde wind... We besloten ergens te gaan lunchen (Modesto weer soep) en daarna gingen we winkelen. Al snel merkte we iets raars aan de winkels in het centrum .Alle kledingwinkels waren gevuld met rijen en rijen aan tweedehands kleren. Zowel Modesto als ik hadden daar geen zin in. We besloten naar het moderne Multiplaza te gaan om daar de shoppen en ook nog naar de bioscoop te gaan.

Multiplaza is een groot westers winkelcentrum met voornamelijk merkkledingwinkels. Voor mij een soort van thuisgevoel, voor Modesto de grootste cultuurschok van de vakantie. Hij keek zijn ogen uit. Zelfs naar het toilet gaan was voor hem een geweldige ervaring, het water kwam namelijk alleen met handsensoren. We shopte wat dingen en gingen daarna bij de bioscoop kijken welke films er draaide. Eigenlijk was er niet echt iets dus besloot ik tegen Modesto zijn wil in dat we naar de 3D film gingen. Hij wilde niet omdat die brillen zo lelijk zijn. Voordat de film begon haalde we snel nog een hapje eten op het foodcourt en toen kon het lelijke-brillen-festijn beginnen. Tijdens de stomme film probeerde ik bij Modesto te pijlen of hij de bril nou echt zo verschrikkelijk vond of dat de effecten toch het lelijkheidseffect overwonnen. Hij was niet aanspreekbaar. Toen de film afgelopen was kreeg ik een uitgebreide evaluatie aan effecten en verzuchte Modesto dat 3D-films één van de geweldigste dingen ooit is.

Maandag 8 november: Survival of the Utila Princess part l

Vroeg, heel vroeg moesten we op. We hopte in een taxi en reden naar het busstation. De bus tijden in het boek waren verkeerd dus we moesten een uur wachten. Modesto raakte lichtelijk geïrriteerd. De busrit zou een lange worden, zeker zes uur volgens de reisgids. Echter staat er in de reisgids niet waar er bouwstelle zijn. En er was een bouwstelle tussen Teguciglapa en La Ceiba. Met als gevolg dat we, tot grote ergernis van Modesto er nog langer over deden. Ik vond het aan het begin wel lekker, verstand op nul en naar buiten kijken. Echter na een tijd werd het wel een beetje eentonig en mijn beenruimte wat krapjes. Maar goed, niet gezeurd. Want ik wist niet dat onze toch naar het wereldbekende duikerswalhalla Utila nog erger zou worden. Voor mij tenminste, deel twee was optimaal genieten voor Modesto.

In La Ceiba gingen we met een taxi naar de haven. Hier moesten we weer een uur wachten op de Utila Princes, een veel belovende naam voor de boot die ons naar het eiland Utila zou brengen. Bij Utila en ver daaromheen ligt het twee na grootste koraalrif van de wereld. Dus daar moesten wij als duikers natuurlijk wel heen. Opeens kwam er een blikken box aangevaren, grauw en grijs, net als het weer. De Utila Princes. Niet te geloven, dit was gewoon een sardientjesblik en dat noemen ze een princess? Het begon nog harder te regenen en we kregen het koud. Helaas moesten we buiten wachten voordat iedereen was uitgestapt. Bagage inladen en eindelijk, eindelijk mochten we instappen en kreeg ik de schrik van mijn leven: het was een sardientjes koelkast van binnen. Ik dacht: als dit ding zinkt zitten we sowieso vast. Het was steen koud. Airco's draaide op volle toeren terwijl het al zo koud was. We snapte er allebei helemaal niets van...

Na lang wachten was het dan eindelijk zo ver, ze vertrokken. Één uur varen en de toch begon rustig en comfortabel. Maar toen we uit het haven gebied waren had de wind vrij spel en waren de golven gigantisch. Gevolg: ik werd kotsmisselijk. Krampachtig hield ik mij vast aan het raam en keek ik naar de heftige golven. Ik was witter dan wit. Dit was de ultieme maag beheersing oefening. Modesto leek nergens last van te hebben en vond mijn vertrokken witte gezicht een fotoshoot waard. Op één moment was het weer zo heftig, overal water. Ik dacht: ik ga dood. Achter mij kotste een vent en bij mij stond het hoger dan ooit. Modesto begon eindelijk serieus te worden en hield een zakje voor mijn gezicht. Whaa, om gek van te worden. Mannen!

Compleet geradbraakt kwam ik van de Utila princes om vervolgens overspoeld te worden met zeer irritante westerse mensen die jou naar hen duikschool proberen te lokken. Ik denk dat mensen mij echt gehaat moeten hebben. Ik was niet aardig. Modesto wel, hij had al onze tassen opgehaald en eindelijk nam hij het voortouw en zorgde dat we bij het Utila Dive Centre terecht kwamen waar Anthony was. Anthony is een ex- Bocas del Toro man uit Canada waar ik een hekel aan heb maar die verliefd is op Modesto. Hij kan mij niet uitstaan omdat hij, net als de rest van de wereld, denkt dat Modesto en ik iets hebben en ik denk stiekem dat hij homo is. Maar goed. Niet mijn vriend dus, zeker niet als ik nog half aan het herstellen ben van de ergste rit van mijn leven. Iedereen in de duikschool was erg vriendelijk. Te vriendelijk, al die tips over wat te doen bij zeeziekte, flikker toch op! Modesto was helemaal in z'n element. Één vrouwtje was heel enthousiast over zijn komst en bood ons meteen korting omdat Modesto bij Bocas Water Sports werkt. (beide duikscholen zitten samen in een vereniging). Ik wilde alleen maar even liggen, eten en dan naar bed. Maar ja, ik reis niet alleen dus ik trok mijn beste grimas op mijn gezicht en raakte aan de praat met een irritante Engelsman. Al was elk persoon op dat moment irritant geweest.

Eindelijk konden we gaan. Anthony bracht ons naar he goedkoopste hotel in town met hete douche. Heerlijk! Daarna gingen we met z'n drieën pizza eten. Gezellig is anders met die gast maar goed, ik had nog voorgesteld dat ik niet mee hoefde maar dat vond Modesto belachelijk. Na de pizza was het eindelijk zover: een warme douche en bed!

Dinsdag 9 november: duiken.

Moe van alle voorgaande dagen besloten we vandaag even uit te slapen. Heerlijk was het maar door het vroege ochtend ligt werd ik toch al enige mate vroeg (lees half 10) wakker. Het ochtendje heerlijk rustig aangedaan. Echt op z'n caribisch. Tegen de middag besloten Modesto en ik naar de duikschool te gaan waar we met Anthony de dag eerder gesproken hadden. Daar aangekomen besloten we maar met de middag duik (die een half uur later zou vertrekken) mee te gaan.

Een super besluit. Tijdens onze eerste duik tussen intense kleuren van koraal en vissen kwamen we ook nog een schildpad tegen, geweldig, geweldig, geweldig! Schildpadden behoren toch tot een van mijn favoriete dieren. De tweede duik was bij een wrak van een veerpont. Was wel grappig om zo die laadruimte van de auto's op te zwemmen. We zagen verschillende kwallen, waaronder ook gevaarlijke soorten en te veel vissen en prachtige koraal. Echt twee memorabele duiken.

's Avonds gingen we op zoek naar Anthony. We konden hem nergens vinden dus besloten we maar gewoon te eten en daarna naar bed te gaan. Ik was weer moe. Duiken is echt een vermoeiende bezigheid.

Woensdag 10 november Donderdag 11 november: Survival of the Utila Princess part ll

Nog twee dagen die in het teken van duiken stonden. Op woensdag namen we twee ochtend duiken waarbij we ook aan de andere kant van het eiland kwamen, een beetje een tour langs het eiland. Niet erg interessant. De twee duiken daarentegen weer fenomenaal. Tussen alle vissen (helaas ook een dood, opgepoft puffervisje) en de grote diversiteit aan koraal kwamen we ook nog een mega grote haai tegen. Verschillende roggen, eigenlijk te veel om op te noemen. En daarmee wil ik jullie non-duikers niet mee vermoeien.

Donderdag ochtend namen we nog een laatste afscheidsduik en ging ik betalen. Op alle korting die we dankzij Modesto gekregen hadden kregen we nog een 20% korting. Waarschijnlijk een communicatie fout maar met een positief gevolg voor mijn portemonnee. Gemiddeld heb ik $ 12,50 per duik betaald. Een lachertje in de duikwereld.

Terug in het hotel namen we een opfris douche en gingen we ergens lunchen. Het water kwam ondertussen met bakken uit de lucht en ik zag het niet zitten om terug te gaan met de Utila Princess naar het vaste land. Echter, ooit moest ik er aan geloven. Gelukkig kon ik bij het kopen van de kaartjes een gratis anti-zeeziek pilletje krijgen. Van de rit kan ik mij niets eer herinneren. Ik heb geslapen!

Terug op het vaste land stapte we in een taxi. Ik dwong Modesto naar een tandarts omdat ik zijn slechte humeur en niet kunnen praten van de pijn een beetje zat was. Zijn humeur was namelijk onder nul door de pijn in zijn tanden. Snel werden we afgezet (letterlijk en figuurlijk geloof ik) bij een goede tandarts. Ik weet niet wat die goede man gedaan heeft maar Modesto had geen pijn meer en zijn humeur ging met stappen terug naar vrolijk en positief.

We wilde diezelfde middag nog naar de Jungle River Lodge. Een Lodge midden in het regenwoud. We regelde een taxi die goedkoper was dan een nacht in het hotel in de stad La Ceiba en 45 minuten later waren we op een andere wereld. Waren we 's ochtends nog aan het duiken in tropische wateren met massa's toeristen, zaten we nu ergens in de middle of nowhere en waren wij de enige gasten in het hotel. Echter kwam het met bakken uit de hemel en kregen Modesto en ik om de een of andere manier ruzie (vraag me niet meer waarom) dus we gingen vroeg naar bed zonder één woord.

Vrijdag 12 november: Kopje onder

Ik werd wakker, het was koud maar het regende niet meer. Vandaag gingen we raften, ik had er erg veel zin in! Wat Modesto dacht wist ik niet want we spraken geen woord met elkaar. Beide nog steeds boos om waarom we ook boos waren. Achteraf lachwekkend maar goed, de mensen van het hotel moeten wel gedacht hebben...

We stapte in een oude bak en werden met twee andere toeristen en twee kleine rafts naar het startpunt gereden. We kregen een gids toegewezen en na wat instructies gingen we de raft in. Daar zaten we dan met z'n drieën. Modesto en ik zeiden nog steeds geen woord tegen elkaar. Na de mondelinge instructies gingen we wat oefenen met peddelen. Vervolgens moesten we in het water om elkaar weer in de raft te trekken. Met tegenzin sprong ik het ijskoude bergwater in. Modesto trok mij gelukkig, ondanks zijn woede, nog wel de boot in. Maar hij ging zelf het water niet in! Hij vond het te koud. Lekker is dat.

Daarna gingen we van start. Het was echt lachen, heftig en een aantal goede waterspeedies of hoe je dat ook maar noemt. Spannend! Halverwege kwamen we langs het berghotel waar we stopte en waar we van een super hoge rots konden afspringen, eng maar wel een kick! We kregen vers fruit, heerlijk en zo gezellig als Modesto en ik waren maakte we ijzige stilte ons nog kouder. Na een korte pauze gingen we nog de tweede helft van de rivier af. Dit stuk was een stuk minder spectaculair. Of, het ging minder snel. Onze gids vond het wel leuk om bij een stok op de golf te gaan surfen. Dat leek ons wel leuk, maar door het kleine oppervlakte van het vlot werd Modesto er als eerste uit de raft gelanceerd en volgende ik en de gids en de hele raft al snel. Even wist ik niet waar boven was, maar al snel voelde ik een hand die mij naar het water oppervlakte trok en werd ik de boot ingetrokken. Ondanks dat ik dacht dat Modesto mijn leven zojuist gered had, bleven we boos.

Terug in het hotel waren we zo verzopen als straatkatjes en zo koud, zo ontzettend koud. Na een koude douche die warm aanvoelde en zes lage aan drogen kleren dook ik mijn bedje in met een boek. Modesto ging praten met de mannen van het hotel, gelukkig maar. Aan het eind van de middag waren onze gemoederen wat bedaard en konden we na een kort gesprek eindelijk weer normaal doen. Er kwam ook nog een groep mensen, voornamelijk meiden, naar het berghotel. Ik genoot van het uitzicht, de sfeer in het hotel, de afgelegenheid, de bergen, de stromende rivier, de heerlijke muziek. 's Avonds trok iedereen samen en speelde we verschillende kaartspelletjes, UNO en ontpopte Modesto tot de salsa leraar die hij is. We sloten de dag heerlijk af met een stel 'retardes'.

Zaterdag 13 november: het bordeel

Overal in centraal Amerika wordt het aangeboden: Canopy tours. Dus met een katrol door de bossen heen suizen. Ik had het nog nooit gedaan, Modesto ook niet, dus deze morgen stonden we vroeg op. We kregen wat training en gingen van start. De eerste baan scheet ik duizend kleuren in mijn broek. Maar al snel was het meer leuk dan spannend. We kregen nog een aantal oerwoud-weetjes en bezochten een boerderij als extraatje bij de toer. Toen kwamen we bij een ‘snelle' kabel waar je echt moest afremmen. Nu was remmen niet mijn sterkste punt en de man die mij zou moeten afremmen aan het eind sliep half dus ik knalde recht met mijn voeten op de boom. De assistent gids schrok zich kapot en dacht dat ik drie benen had gebroken. Ik vond het wel grappig... Op het laatste plateau ging Modesto eerst. De gids sloeg zijn slag en vroeg of Modesto mijn vriend is. Mijn antwoord stemde hem positief en hij vreesde niet meteen mijn e-mail adres te vragen en hij vond mij mooi. Aah! J

Canopy was leuk, maar ik ga er nou niet van staan gillen. Leuk om eens gedaan te hebben, zou het zeker nog eens doen op kosten van de zaak.

Terug in het berghotel moesten we snel alle spullen pakken, we kregen nog wat fruit en daarna stapte we de auto in. De mensen van het hotel zette ons af bij het bus station in La Ceiba. Hier moesten we eventjes wachten en konden we onze reis vervolgen naar San Pedro Sula, een hub. Omdat we de volgende dag sowieso van plan waren vroeg te vertrekken, besloten we een hotelletje te nemen in het niet al te veilige busstation-omgeving. We vonden al snel een hotel. Achteraf durf ik niet te zeggen of het een hotel of bordeel was. Mijn bed was een kom. 's Nachts hoorde ik meer seksgeluiden als auto's die langs de drukke weg passeerde. Op de tv (yes tv!) waren zeker drie porno kanalen en in de hal stonden heel veel mooie vrouwen.

Modesto wilde per sé avond eten. Ik was al veel te bang om naar buiten te gaan, maar goed ging toch maar mee. Ik blijf tenslotte wel een blanke vrouw. Maar goed, ik ging wel mee. We gingen naar een erg achterstands restaurantje en aten lekker. En lekker snel, ik was bang. Ik kreeg te veel en veel te enge blikken. Als klapper op de vuurpijl wilde Modesto ook nog ergens water kopen. De winkels waren achter stalen spijlen waardoor je iets kon bestellen en waardoor je kon betalen. Ik wilde alleen maar terug naar het veilige bordeel.

Mijn nachtrust zal ik verder niet toelichten aangezien er niet veel spraken was van rust dankzij de buren links, de overburen, de buren van boven en de buren van beneden. En ook de buren van rechts men ik gehoord te hebben... Ik was jaloers op Modesto die nergens las van scheen te hebben en die sliep als een dode zee-egel.

Zondag 14 november

Om negen uur waren we op het busstation, weg uit het bordeel en (half) fris voor een rit van zes uur naar Copan. Om half 10 zou een bus vertrekken. Deze ging echter niet op zondag, interessant. We moesten drie uur lang wachten op het busstation tot grote ergernis van Modesto.

Toen het eindelijk zover was reden we in een krappe bus door het mooie, bergachtige landschap. We kwamen met een uur vertraging aan in Copan. Hier gingen we snel inchecken in een hotel (5 euro per persoon per nacht...) en daarna op jacht naar iets te eten. Het was een rotdag.

Maandag 15 november

Copan staat bekent om zijn eeuwen ouden Maya tempel ruïnes. Historische plekken: daar houd ik nou echt van! We stonden betijd op en namen een tuktuk, jawel, een goede oude herinnering uit mijn Azië reis, we namen de tuk tuk naar de ruïnes. Niet ver. Kochten een entree kaartje voor zowel de historische ruïnes als het museum. Eerst de ruïnes dan maar.

We liepen een stuk door het bos en ik begon een beetje kriebels te voelen. Eerst kwamen we nog langs een groep van die mooie groene, blauwe en rode Ara papagaaien. Erg gaaf om te zien. Lang wilde ik niet blijven. Ik wilde naar de ruïnes! Eindelijk, in de verte zag je het aankomen en voordat we het wisten stonden we tussen de eeuwen ouden muren van het Maya rijk Copan. We bekeken verschillende stupas (totempalen) die fenomenaal tot in het detail uit steen waren geslepen. We liepen vervolgens langs van die grote trapgebouwen en over het toenmalige sportveld. We besloten via de achterkant eromheen te lopen. Verboden gebied, maar het was te warm om terug te lopen. Eenmaal om de hoek kwamen we in een paradijs. Overal muurtjes, je zag de kamers gewoon de grond uitkomen. Schaduw van de bomen en een zacht briesje zorgde voor enige afkoeling. En als je goed luisterde kon je kinderen horen spelen en Maya indianen overleggen. Als je goed keek zag je indianen in groepjes bijeen zitten, kinderen achter elkaar rennen en mannen zich klaar maken voor een gevecht. We klommen een tempel op en vanuit daar hadden we een geweldig uitzicht over de omgeving en het gehele complex. Hier was ook waar vroeger de Maya koning regeerde. Geweldig geweldig geweldig die historische plekken. Ik geloof dat zulke plekken ook een bepaald soort energie meedragen, je voelt dat het iets was. Zelfde geldt voor niet alle, maar een aantal ruïnes die ik in Azië gezien heb ook. De Copan ruïnes bestonden uit verschillende totempalen, een sportveld en de piramides waarin graftombes liggen.

Toen we het hele rondje gedaan hadden besloten we naar de uitgang te gaan en het museum nog te bezoeken. Ik had de hele dag daar bij die ruïnes in het gras kunnen liggen. Genieten van de geur, de historie, de zon en de sculpturen. De reden waarom Copan bekend is zijn voornamelijk de hoeveelheid aan gedetailleerd gegraveerd materiaal, verhalen over koningen en belangrijke gebeurtenissen in het Maya rijk. Zo is er een trap die het leven van alle koningen in het kort samenvat. Helaas was de trap helemaal vervallen en zijn jaren gelden de treden met de verhaaldelen kriskras door elkaar weer neergelegd. Nu, door de kennis die de huidige archeologen hebben kan het verhaal weer opnieuw ingelegd worden en kan zo de geschiedenis van het Copan Maya rijk gelezen worden. Geniaal!

In het museum stonden voornamelijk de echte sculpturen (die het buiten iv weer niet meer zouden overleven en dus vervangen zijn door... hoe heet dat toch... neppers..) en een op ware schaal nagemaakte graftombe die zich onder de piramides bevinden. Modesto en ik kochten vervolgens zelf ook nog een paar neppers als souvenir en met een volmaakt gevoel gingen we terug naar het dorpje (met de tuktuk). Het dorpje zelf is ondanks zijn grote toeristische trekkracht een schattig bergdorpje. We kochten nog meer souvenirs en brachten onze kleren naar de wasserette. Het heerlijke dagje zat er weer op.

Dinsdag 16 november, woensdag 17 november: Ons nieuwe huis, de bus.

Omdat we nu helemaal van noord Honduras naar midden Nicaragua moesten hebben we twee dagen van reizen ingepland. Dag 1: Copan Ruinas - San Pedro Sula - Tegucigalpa. We kwamen ‘'s avonds bij het hotel. Gingen bij een Pollo (kip)-to go kip halen en op onze hotel kamer voor de tv opeten. De hele avond hebben we tv gekeken. Luxe!

De tweede reisdag werd een regelrechte overstaphel. We hadden een lange route voor de boeg: Tegucigalpa naar Leon. We vertrokken vroeg en namen een bus van Tegucigalpa naar El Paraiso waar we moesten overstappen op een bus naar Los Manos, de grensovergang. Hier ging alles voorspoedig en hadden we perfecte aansluiting op de bus naar Ocotal. Voordat we in Ocotal waren werden we ergens op de weg gedropt om over te stappen op een bus naar Esteli. In Esteli moesten we overstappen op een bus naar El blablabla. Modesto en ik snapte al lang niet meer waar we waren en we hoopte maar dat we in een bus naar de goede richting zaten. Op de laatste etappe, bus nummer 7, kregen we eindelijk erkenning voor ons verschrikkelijke doorzettingsvermogen van de vele bussen. Twee vrouwen kwamen met ons kletsen en vervolgens luisterde iedereen in de buurt vol spanning mee over onze belevenissen in het ‘verre' Honduras.

Ondanks dat mijn energiepijl mij het idee gaf dat het al 8 uur 's avonds was, was het (helaas) pas vier uur. Modesto besloot nog naar de tandarts te gaan en ik maakte nog een rondje in Leon. Toen Modesto eindelijk terug kwam waren zijn tandprotheses (zal dat het dan zijn?) geplaatst. Het weer sloeg om en het begon te hozen. Ondanks dat we een beetje trek hadden besloten we maar gewoon te gaan slapen.

Zo dat was Honduras. Een heel veelzijdig land. Natuur, cultuur, historie. Eigenlijk alles wat een reiziger nodig heeft.

Liefs,

Lisan

In mijn hart gesloten: Nicaragua!

Ladies and gentleman,

Deel twee van de reis in Nicaragua volgt hier. Als je ooit naar Centraal Amerika gaat en je hebt niet al et veel tijd, ga dan naar Nicaragua! Even een promotie praatje, maar Nicaragua heeft gewoon alles te bieden. Historie, cultuur, zeer vriendelijke mensen, goede wegen, stranden, kunst, meren, vulkanen, berglandschappen, plantages en ook erg belangrijk: niet veel toeristen. Naast de toeristische hightlights als de koloniale steden Granada en Leon, de vulkaaneilanden Isla de Ometepe en de badplaats San Juan del Sur zijn er genoeg plekken te bezoeken waar het rustig is. En ik zeg het nog eens: De mensen zijn zooo ontzettend vriendelijk. Arm, maar gelukkig!

Tijdens dit deel van de reis speelt zich voornamelijk af in Leon. Modesto moest nog zaken doen en we hebben gevulkaansleet. Daarnaast hebben we een prachtige tocht naar Honduras gehad en heb ik de voordelen van het reizen met een man ontdekt. Zo ook de nadelen met een reiziger die voor het eerst reis...

Woensdag 3 november: Stadstocht

Toch een enigszins fatsoenlijke tijd mochten we uitslapen. 09.00, redelijk toch? We wilde een tour gaan doen naar de vulkanen in de omgeving dus we gingen op excursie-jacht. Nog geen 100 meter verderop kwamen we een tandarts tegen en Modesto wilde wel eens weten hoeveel het zetten van neppen tanden kosten omdat zijn gebit helemaal aan het verschuiven was. Wat bleek dat het hier in Nicaragua een koopje was. Hij ging het serieus overwegen.

Uiteindelijk hadden we ons ingeschreven voor een dag tour voor de volgende dag. Ik hou nog even geheim wat de tour precies inhoud anders kunnen jullie het volgende hoofdstuk skippen... Ondertussen was het wel weer tijd geworden voor de lunch en we gingen even terug naar het hotel omdat Modesto zijn camera vergeten was. Hier raakte hij meteen aan de praat met een medewerker van het hostel en die raadde een andere tandarts aan. In plaats van een stadstour begonnen ik de middag met luieren. Ik had geen zin om mee naar de tandarts te gaan en daarnaast was de kans op het aanzicht van een blank meisje een verhoogde kan voor spontaan hogere prijzen voor Modesto.

Rond drie uur kwam Modesto terug met drie verschillende opties voor zijn tanden. Allemaal veel te technisch en te spaans. Zelfs met tekeningen snapte ik er de ballen van, maar het is ook niet echt mijn ding. Hopelijk kan Modesto ooit zijn droom verwezenlijken en zelf tandarts worden, misschien kan hij het dan nog eens uitleggen en begrijp ik het wel...

Kort daarna gingen we eindelijk op stadstour. Leon is een mooie koloniale stad. Mensen zijn arm maar zeer vriendelijk zoals eigenlijk overal in Nicaragua. Al snel liepen we tegen de grootste Kathedraal van Centraal Amerika op. Niet echt moeilijk te missen. Een beetje verloederd gebouw en ik met al een grote geschiedenis aan kerk- en kathedraal bezichtigingen was snel uitgekeken. Voor Modesto was dit echter nieuw en ik heb nog nooit iemand zo ontzettend veel foto's, van bijna elk altaar, zien maken. Na een tijdje rondlopen in de kerk was ik het zat en ging ik buiten lekker op een bankje zitten. Genieten van de sfeer, zon, warmte, mensen en de vakantie. Helaas was mijn moment van bezinning snel verstoort door een hitsige hele enge vent die mij wel zag zitten. Hele verhalen over het strand (niet boeiend), Nicaragua (wel boeiend maar wil ik niet horen van jou), zijn leven (niet boeiend). En natuurlijk de vragen als, waar kom je vandaan? (België) Hoe oud ben je? (24) Reis je alleen? (nee) Waarom zit je dan hier alleen? (omdat ik aan het wachten ben...) Saved by the bell kwam eindelijk Modesto naar buiten. Snel haakte ik mijn arm in de zijne en gaf ik hem een verliefde blik. Weg was de engerd. Een voordeel van het reizen met een man!

We liepen een rondje om het plein en liepen langs het museum van de revolutie. Modesto was nog nooit in een museum geweest en mij leek het wel leuk, dus al snel stonden we binnen. Het kostte toch geen geld en waarom ook niet? Echter, door een gemiddeld museum kan je gewoon zelfstandig lopen. Hier kregen we een gids die ons bij elke krantenknipsel op de muur een kwartier kon ratelen in het Spaans. De nacht begon te vallen en mijn hersenwerking ging achteruit. Al snel werd het mij te veel en zette ik mijn gehoor uit en mijn schattige glimlach aan.

Toen we eindelijk weg konden uit de veel te lange rondleiding was ik blij frisse lucht te ruiken. We gingen terug naar het hotel want nog meer kerken bezichtigen op dit tijdstip was het niet echt waard. In het hotel was het erg gezellig. Iedereen stond te kletsen, drinken en zich klaar te maken voor een feestje. Niet mijn ding, socializen tijdens reizen. Wel dat van Modesto dus we gingen socializen. Al snel raakte ik aan de praat met twee Zweedse meisjes die er nogal apart uit zagen (geen Zweedse schone). Modesto vond ze eruit zien als 'retardeds' (in een schattig accentje). De twee Zweedse studeerde Spaans in Leon en ze zouden na wat te drinken in het hostel nog naar een bar gaan. Modesto zag dat wel zitten, ondanks dat ze retarded waren, en gingen we mee. In de bar werd er life muziek gemaakt, traditionele vanuit de regio. Modesto vond het verschrikkelijk lelijk maar toen de toeristen aangeschoten genoeg waren waagde hij zichzelf toch op de dansvloer. Ik raakte ondertussen aan de praat met een Zwitserse die, ongelofelijk, over 2 weken op dezelfde vluchten van San José naar Miami en van Miami naar Zürich zou zitten. Grappig!

Donderdag 4 november: het bedwingen van de Cerro Negro

Vandaag was het zo ver, ze zouden op een tour gaan naar de Cerro Negro. Het plan was dat we om acht uur zouden vertrekken. Onze twee gidsen, een lokale jongen en een Duits meisje, waren echter chaotischer dan chaotisch. Daarnaast spraken ze allebei Engels en Spaans maar konden ze niet met elkaar communiceren. We waren nog niet weg of de spanningen tussen beide waren voelbaar voor de hele groep. Ik vond het wel grappig om de verhoudingen tussen die beide te observeren!

Met een hele groep (zo'n 10 mensen) stapte we achter in een pick-up met bankjes. Modesto en ik waren de hekkensluiters en zaten aan de rand. We konden eindelijk vertrekken en reden binnen no time de stad Leon uit en gingen een zand pad op. Of beter gezegd een lava pad. Het lava was droog met als gevolg dat ik binnen tien minuten net zo zwart als Modesto was. Eindelijk, ik was een neger! Na bijna een uur gehobbeld te hebben over een zanderig lava pad kwamen de eerste vulkanen in zicht. Onder tussen moesten we uitwijken voor koeien - wagens, spelende kinderen en langs de weg stonden overal hutjes. De pick up stopte en we mochten uitstappen. We waren bij de entree van het nationaal park, plas- en foto pauze. Want we hadden perfect uitzicht op de Cerro Negro. Een jonge vulkaan die om de acht jaar uitbarst tot 7 kilometer de lucht in (dit jaar is het weer zover). Pik zwart van lavasteentjes, geen begroeiing. Niets. En die vulkaan, die zwarte heuvel zouden wij gaan beklimmen en dan er vanaf sleeën.

Toen iedereen zover was reden we nog het laatste stukje naar de vulkaan en kregen we allemaal een fles water en een houten plank, onze slee. We kregen een korte uitleg en daarna kon de tocht beginnen. Zonder beschutting tegen de zon liepen we achter elkaar de berg op. Glij partijen waren kwamen regelmatig voor aangezien we eigenlijk een grote berg met lava knikkers op liepen. Modesto, fit en snel als hij was, rende samen met de grote mannen uit Australië en Groot Brittannië naar boven. Halverwege hadden we met elkaar afgesproken om te wachten. De hitte was onverdraaglijk. De mengeling van de transpiratie op mijn hoofd en de zwarte as zorgde voor een schilders palet gezicht.

Halverwege haalde we een groep bejaarden in, een hele groep Nederlanders. Heerlijk! Maar nog belangrijker, halverwege konden we de eerste krater inkijken. Spectaculair! Overal rookte het en het was opeens geen zwarte heuvel meer maar een echte vulkaan. Modesto verzocht mij vriendelijk mijn zware plak / slee aan hem te geven. Hij zou beide planken wel naar boven dragen, wat een heer. Maar ik kon mijzelf natuurlijk niet laten kennen tegenover al die westerse meiden. Je krijg al vaak van die blikken: ow zo een rijk sletje heeft een luie latino aan de haak geslagen. En, hallo! Ik laat toch niet mijn plank door hem naar boven dragen? Ik val nog liever van de vulkaan af! Dit tot grote irritatie van Modesto die niet begreep waarom ik nou zo nodig die plank naar boven wilde dragen.

Ik wilde het pad de krater in volgen maar dat mochten we (nog) niet. Dus we liepen over de rand van de vulkaan naar het punt waar we onze zware planken mochten neerleggen en waar we mochten uitrusten van de heftige klim. Daarboven waaide een heerlijk windje. Iedereen genoot van het fenomenale uitzicht, de frisse wind, koud (lauw) water en iedereen scheet in z'n broek van het aanzien van de slee piste. Recht, knijters stijl de vulkaan af. Zelfs Modesto gaf toe dat hij het eng vond.

Na een korte pauze liepen we naar het hoogste punt van de vulkaan waar tevens een tweede krater bevond. Een mooie krater, echt zo een ronde. Voor een foto shot liep ik even een stukje de krater in waar ik opeens de hitte van de aarde voelde. Het leek wel alsof ik in een oven stapte. We liepen terug naar de piste en Modesto wilde graag een foto shoot op de vulkaan. Daarna was het zo ver.

Iedereen kreeg een overal, een zaag bril en handschoenen tegen bescherming van opspattend lava. De gids ging eerst, langzaam naar beneden omdat hij alle bagage meenam. Daarna ging Modesto. Probleemloos en te snel. En toen was het mijn beurt. Ik bibberde een beetje maar toen ik eenmaal weg was, zat ik er lekker in. Ik gleed als een ervaren lava-sleeër naar beneden. Echt lachen dit! Beneden keken we toe hoe alle anderen naar beneden gleden en liepen we door een veld van lava terug naar de truck. Hier kregen we chips, koekjes en wat te drinken.

In de tour was er de mogelijkheid nog een keer naar boven te klimmen er eraf te sleeën. Ik ging graag nog eens mee onder de voorwaarde dat we het pad de krater in konden nemen. Dit was geen probleem. Echter uiteindelijk gingen er (van de 12 in totaal) nog maar drie mee voor de tweede ronden. Een Engelsman, Modesto en ik. De route door de krater was echt gaaf. Overal voelde je warmte, alsof het nog niet heet genoeg was. En overal was er rook. Op één stuk was de rook zo dik dat je het meteen merkte in je ademhaling. Maar het was meer dan de moeite waard. Totdat we aan het eind van de krater de steile binnenkant om hoog moesten lopen. Dit wat minder bezochte pad was nog zachter qua oppervlakte. Met als gevolg dat je bij elke stap die je zetten, een halve stap achteruit gleed. De hitte van beneden uit de krater en van boven uit de zon waren zo krachtig. De wind die ons boven verwelkomde was meer dan gewaardeerd. Ik heb nog nooit in mijn leven zo veel getranspireerd denk ik.

Om ste beurt gleden we naar beneden. Terug bij de truck stapte we in en werden we naar de ingang van het nationaal park gebracht. Hier waren de andere van de groep aan het chillen en werden we onthaald door een heerlijke lunch van burritos en ananas. Voor Modesto wat minder omdat hij door zijn problemen met zijn maag geen tomaten mag eten... Na het eten pakte we alle spullen en begonnen we aan de terug rit voer het zanderige lava pad. Het leek veel langer te duren dan op de heenweg. Om vier uur kwamen we terug in de stad.

In het hotel nam ik een grondige douche om weer wit te worden. Wow wat was ik vies! Heerlijk, ik voelde me net een kind dat terug komt van buitenspelen. Modesto had besloten om de tandingreep te doen en ging daarna naar de tandarts om afspraken te maken. Ik ging een post kantoor zoeken. Om zes uur herenigde we ons op het hoofdplein waar we besloten eens luxe uit eten te gaan om deze geweldige dag af te sluiten. En waarschijnlijk zou Modesto de komende dagen alleen soep kunnen eten, dus het was tijd voor een flink stuk vlees. We vonden een mooi restaurant waar zelfs het duurste op de kaart zo goedkoop was dat ‘uit eten' opeens tien stappen steeg in mijn lijst van hobby's. Ik had een heerlijke steak met bijlage en groente en drinken. Modesto had iets wat ik niet begreep wat het was en in totaal koste het ongeveer 20 euro voor twee personen (incl toetje niet te vergeten). Nou, doe mij maar een biertje!

Op het plein kochten we een illegaal dvdtje die we 's avonds voor het slapengaan gekeken hebben. The American of zo iets, was nogal saai als is George altijd een genot om naar te kijken.

Vrijdag 5 november: Souvenirjacht

Een rustig dagje vandaag. Modesto had besloten om naar de tandarts te gaan in de ochtend. Ik bleef lekker luieren in mijn bedje en rond de middag herenigde wij ons en gingen we op souvenir jacht. Ik heb nog nooit iemand zo nauwkeurig een souvenir zien uitkiezen als Modesto. We stonden zeker een half uur per sleutelhanger te kijken. Hij moest volgens Modesto namelijk wel perfect zijn. Uiteindelijk liepen we met tassen vol mooie souvenirs terug naar het hotel. Als afsluiter van de dag gingen we nog eens naar de bioscoop. Heerlijk rustig dagje.

Zaterdag 6 november:

Vandaag moesten we vroeg op. We namen een zeldzame directe bus naar het bergstadje Esteli. Bekend om zijn bergachtige omgeving en een waterval. We zaten erg krap en het was nog te donker om wakker te zijn. Ik sukkelde tot het ligt werd en genoot toen van het landschap. Het eerste stuk zagen we verschillende vulkanen en na een uurtje begon het toch al behoorlijk bergachtig te worden. Niet veel later waren we in Esteli. Het was rond achten en we hadden honger gekregen. In een restaurantje bij het busstation aten we snel ontbijt. Gelukkig hadden ze zachte dingen voor Modesto want hij kon niet bijten van de pijn aan zijn tanden. We hadden verwacht dat Esteli een gezellig dorpje zou zijn, niets daarvan was waar. Een drukke weg, lelijke huizen. We besloten de waterval te bezoeken en daarna door te gaan naar Ocotal om zo de lange reis naar Tegucigalpa (Honduras) te onderbreken. Echter, toen we bij het juiste busstation kwamen om naar de waterval te komen bleek dat er maar één bus per dag daar heen gaat. Om 6 uur 's ochtends. Die hadden we gemist!

We besloten te kijken wat de taxi ons voor prijs zou bieden. We vonden het overdreven duur om een waterval te bekijken dus besloten we maar in één klap door te gaan naar Honduras. Een onverwachte tegenvaller maar uiteindelijk werd dit één van de mooiste dagen van de reis. De route vanaf Esteli werd mooier en mooier. De bergen werden mooier, de valleien werden mooier, de kleuren, de huizen, de mensen. Alles viel op zijn plekje. De verkopers in de bus, geen toeristen, de geuren, de drukte en de adrenaline van het vooruitzicht: Honduras. Modesto genoot, ik genoot en het was een heerlijke rit. Tot aan Ocotal. Daar moesten we overstappen op de volgende bus naar de grens bij Los Manos. Een vloeiende aansluiting, zo vloeiend dat ik een hoognodige wc-pauze even moest uitstellen.

In los Manos ging de grensovergang vloeiend. Mijn grens-stress was weer eens nergens voor nodig geweest maar zorgde wel voor extra honger. Daarom gingen we maar aan de Honduras kant bij een trucker tent eten. Het eten was ok, maar al die stoere truckerventers vond ik maar niets. Zat ik daar als klein wit jong meisje. Met een dun donker jong jongetje. Tussen al die oude dikke stoere grote grijze boze chauffeurs. Nee, mijn eten zat binnen no time in mijn maag. Snel pakte we onze spullen en gingen buiten op een veranda zitten.

De wind waaide hard, het was fris en ik ging heerlijk in de zon liggen. Lekker zonnen op de grensovergang. Modesto raakte aan de praat met twee dames uit Nicaragua en vergeleek zijn land met Nicaragua, schattig. Ik genoot van de zon maar opeens kwam er een schaduw. Er hing een halve josti boven mij, en nog wel in mijn zon! Ik schrok mij kapot. De josti bood mij een krantje aan. Leuk dacht ik dus ik pakte het maar aan en bladerde het krantje door. Toen wilde de josti er ook nog over praten maar hij kon niet zo goed praten dus ik snapte er niets van. Si si si, no no no en een leuk lachje zorgde ervoor dat hij dacht dat we vrienden waren en hij liet me niet meer met rust. Eindelijk kwam het busje, een minibus die ons naar Tegucigalpa zou brengen!

De rit was onbeschrijfelijk mooi. Naaldbomen! Er waren naaldbomen!!! We reden door heuvels, zagen bergen, akkerlandschappen, valleien, boerderijen, kleine canyons. Het was een adembenemende rit. De zon begon te zakken en dat zorgde voor een hele warme gloed over het geweldige landschap. Ik schoof mijn raam open en gooide mijn haren door de lucht. Vrij! Ik was vrij. Ik kon vliegen!

Toen de avond viel reden we Tegucigalpa binnen. Een prachtige afsluiter op een prachtige dag. Tegucigalpa is een enorme stad in de heuvels. Overal in de heuvels staan huisjes gebouwd. Het is zo schattig om te zien. Maar als je er dicht langsheen rijd zie je de armoede. Eenmaal om een heuvel zagen we een glimps van de hele stad. Slechts een glimps want binnen no time werden we er midden in uit gegooid.

Een zeer sympathieke taxi chauffeur bracht ons naar een hotel. Tegucigalpa ligt hoog, in een winderig gebied en Modesto en ik hadden het zo koud. Het was zo koud! Iedereen liep met mutsen, sjaals, dikke truien en lange broeken. Wij huppelde daar vrolijk met onze T-shirtjes en shorts doorheen. Koudkoudkoud. Niet normaal. En met de nacht die ons besloop werd het alleen nog kouder. Eenmaal in het hotel duurde het te lang voordat we eindelijk een kamer kregen. Eindelijk, dekens! Ik dekte mij toe met twee lakens en een wollen deken.

Echter knorde onze magen en besloten we een restaurantje op te zoeken. We hadden zo een honger dat we het eerste beste restaurant namen. Geen goede keus. De kok stond te roken tijdens (en boven) het bereiden van onze maaltijd. Gadver! Maar ik had te veel honger om stennis te schoppen. Toen onze magen eenmaal gevuld waren en we uit het vieze restaurant liepen werden we getrokken door muziek. Op het hoofdplein, voor de kathedraal, was er een één of ander festival. De halve porno op het podium was ik snel zat. Gelukkig had Modesto het koud en keerde we terug naar het hotelletje.

Wat een heerlijke, prachtige dag! Honduras heeft geen valse start gemaakt.

Zo, de tijd in Nicaragua zit erop. Honduras ligt aan onze, of eigenlijk onder mijn voeten. Honduras, een nieuwe bestemming voor mij. Ondanks dat het koud is ben ik benieuwd naar wat het gaat brengen. Binnenkort zal het vervolg geplaatst worden.

Liefs,

Lisanne