Met de boot naar Youwarou

Lieve lezers,

Alweer een aantal dagen vergaan. Mijn eerste paar dagen in het grootse Mali. De eerste twee dagen in Bamako, mijn nieuwe thuis. En vervolgens een tocht door Mali. Een korte maar heftige kennismaking met één van de armste landen ter wereld. Met een beetje pijn in mijn hart vraag ik mij af of ik hier wel zo een zin in heb. De droogte, de stekende zon, de koude nachten, de vreemde mensen en vooral de armoede. De kinderoogjes, de vieze lichamen, de vreemde taal, de vragende handen, de moslimmannen en de uitzichtloosheid. De hoeveelheid aan kinderen, zonder toekomst. Zoveel kinderen, overal. Allemaal gescheurde kleren, vies en bijna wit van het stof. Rijstbuikjes, die er in het echt overigens minder erg uitzien dan op de zielige UNICEF foto's.

22 / 23 februari 2011 - Money, money, money. It's not funny.

Ik werd wakker van de zon, het ligt. En kort daarna ook de warmte. Een beetje verward stond ik op en ging ik van het dak af. Na een ontbijt van baguette, had Hama een scooter van zijn vriend geleend en gingen we naar het centrum. Hij moest wat dingen doen en ik had een bank die Maestro accepteert nodig. Het laatste bleek een enorm probleem te zijn. De enige bank die daadwerkelijk Maestro accepteert had een technisch probleem en na zeker 10 bezoeken aan de bank, verspreid over twee dagen, moest ik met de bus naar Mopti. Zonder een cent in mijn zak. Erg vervelend.

Bamako is enorm groot. Het centrum is best modern. Met de nadruk op best. Er staan wat grote gebouwen en het regeringsgebouw lijkt wel een paleis. Het verkeer matig druk, vooral veel scooters. De wind op mijn huid voelde erg verfrissend en 's ochtends was het ook nog niet zo heet. Pas om twee uur voelde ik de zon op mijn huid steken. En de Afrikaanse zon kent geen genade, rood kwam ik 's middags thuis.

Mijn eerste indruk van de stad: groot! Overal zijn huizen, hutjes en gebouwen. En alles is er te krijgen. Behalve geld...

24 februari 2011 - Met de bus naar Mopti

Om half vijf wekte Hama, het broertje mij. Ik pakte mijn spullen en brak mijn tentje af. Bepakt en bezakt liepen we naar de grote weg waar een met een taxi naar het busstation gingen. Om half 7, een half uur voor vertrektijd stonden we met nog vele andere lekker te wachten. Om kwart voor 8, drie kwartier na vertrektijd vertrokken we daadwerkelijk. Binnen no time waren we de stad uit en reden we door een gigantisch droge, vlakke savanne omgeving. Zo nu en dan passeerde we een dorpje van lemen hutjes en politie stations waar de buschauffeur voor onze doorgang moest betalen.

Ik deed even een dutje, veel afwisseling in het landschap was er toch niet. Te vlak, bijna Nederlandse polder achter. Alleen dan toch wat glooiender. En zo nu en dan rotsblokken, kleine rots bergen in de vlakte. Toen ik bijna omviel van de honger stopte we eindelijk. Hama kocht wat kip, die heerlijk was. Maar het stilde de honger niet geheel. Daarom ging ik maar snel een baguette halen.

Nadat iedereen zijn gebeden had afgelegd volgde we onze reis, nog drie uur te gaan tot aan Mopti, de havenstad van Mali. En nee, Mali ligt niet aan de zee, maar het is een rivier haven aan de rivier Niger. De Niger is één van de levensaders van Mali. Eindelijk, na bijna tien uur reiden zag ik vier palen van voetbalveld lampen. Een stad: Mopti! Eindelijk. Toen de bus tot stilstand kwam en ik enthousiast uitstapte liep ik tegen een stinkende walm van gadver vieze gadver lucht aan. Gadver wat stond het daar. Een mengeling van vis, afval, zweet, rook en rotte dingen.

We stapte een taxi in en werden afgezet aan een boulevard. Moulaye was daar, zoals zijn pinassa, een typische boot. Of eigenlijk een grote houten kano met een motor Een vriend van hem, een gids, en de vriendin van de gids, een Spaanse, waren daar ook en we zouden een sun set tochtje met de pinassa maken. Ik was echter moe, maar kon het niet afzeggen. Ik hopte dus in de pinassa, het dak op en genoot van een gigantische rood-oranje bol. De ondergaande zon. We voeren langs de haven, wat een troep zeg. Het ‘strand' lag vol met flessen, plastic, afval. Te ranzig gewoon. Een afvalverwerkingsbedrijf zal miljoenen kunnen maken van alleen het afval langs de oever in Mopti. De Spaanse vriendin van de gids was super klef. Beetje vreemd vond ik maar goed, het is ook zo romantisch zo een ondergaande zon. Ik voelde echter dat de Spaanse een beetje bang was voor mijn aanwezigheid. Alsof ik haar negervriend zou afpakken. Naja, ik trok me er niets van aan en probeerde de overdreven klefheid te negeren en genoot van de koude wind op mijn huid.

Terug aan wal namen we een scooter naar het huis van een broer van Moulaye, waar we onze tentjes opzetten op het dak en vervolgens met z'n alle gingen eten. Ik kletste wat met de Spaanse en we keken naar geweldige tele-novelas. Hilarisch!

Rond negen uur besloot ik dat het genoeg was voor de dag. Ik nam een welkome douche en ging naar bed. De sterke wind trok door mijn muggennettent. Ondanks de deken en mijn wollen trui had ik het te koud. Het was zo koud dat ik al mijn energie in het opwarmen van mijn lichaam moest stoppen. Met als gevolg dat ik pas heel laat in slaap viel.

25 februari 2011 - Vakantiegevoel

We zouden om 6 uur vertrekken maar uiteindelijk werd ik pas om zes uur gewekt. Snel pakte ik mijn spullen en ruimde ik mijn tentje op. Stijf van de kou stapte ik achterop de scooter, op naar de Pinassa, de boot. Mijn bagage werd op de pinassa geladen en ik bleef aan de kade, bibberend van de kou, toekijken. Ik maakte een foto van mijzelf om de schade te observeren. Ik schrok, mijn wallen waren groter dan de wallen van Wim Kok. Ik was een wrak. Koud, moe en gespannen.

De pinassa was volg met rijst, wat een heerlijke bodem gaf om lekker te hangen. Met een dikke deken over mij heen begon ik langzaam maar zeker op te warme. De sterke wind zorgde echter voor een constante ongewenste opfrissing. Toen de zon eenmaal hoog stond klom ik op het dak en liet de grote vuurbal zijn werk doen. Rond elf uur bestempelde ik mijn toestand als: comfortabel.

Moulaye had mij ondertussen gezelschap gehouden op het dak. Daar kreeg ik zijn hele liefdesleven verhaal te horen. Totaal niet interessant en tot mijn grote ergernis vertelde hij dingen die hij eerder die dag precies hetzelfde gezegd had. Erg vermoeiend. Toen hij ook nog op een betweterige toon onzin ging vertellen over Europese gewoontes, gebruiken en mensen had ik het gehad en moest ik ‘hoog nodig uit de zon'. Ik ging terug naar beneden waar ik snel onder een deken kroop om de warmte van mijn lichaam niet te verliezen.

We voeren over de Niger. Geweldig! En best snel ook, langs vele kleine lemen nederzettingen die alleen per boot te bereiken zijn. Rond één uur stopte we bij een dorpje om een kip te kopen voor de lunch. Een levende kip. Hij voelde zijn lot aan aankomen en toen we weer voeren, werd de kip met een simpele snee van zijn leven beroofd. Hmm. Daarna werd hij onthaard (ontveert), geroosterd, verder ontveert en gaar gebakken in olie. Verwonderd keek ik toe hoe een levende kip in één keer in een mals stukje vlees veranderd. Het stukje vlees was opeens niet de kip meer. Ik keek uit naar de lunch! Nadat de aardappelen en uitjes ook klaar waren kreeg ik een heerlijk bordje vol, met een kippenboutje. Ondanks dat ik dacht dat ik het zonder probleem zou kunnen eten zag ik toch een reflectie van die arme kip toen ik een beet nam. Na 3 hapjes kreeg ik de levende kip niet meer van mijn netvlies en besloot ik de rest te laten liggen. Zonde, het smaakte zo lekker naar kip.

We voeren verder op de Niger. Langs de vele dorpjes waar kinderen naar ons zwaaide. Sommige begonnen enthousiast te juichen en rende een stuk met de pinassa mee. Het juichen zorgde ervoor dat de kinderen verderop in het dorp uit de hutjes kwamen en ook begonnen te juichen en zwaaien. Vrouwen, mannen en kinderen, iedereen zwaaide. Ik klom op het dak, genoot van de zon, de wind. Heerlijk! Een optimaal vakantiegevoel. Totdat opeens iemand siets schreeuwde en we zagen twee nijlpaarden lekker badderen in de rivier. Geweldig, geweldig! Na negen uur varen kwamen we uit op een groot meer. Deze moesten we oversteken en dan zouden we op de plaats van bestemming zijn: Youwarou. Het dorp van de familie van Moulaye en Hama.

De ‘haven' was een chaotisch en vies strand. Overal waren mensen, kinderen en ezels. We haalde de bagage van de pinassa en liepen naar het ouderlijk huis van de beide heren. Hier maakte ik kennis met een grote familie. Aan het hoofd van de familie een stokoude man die half blind was. Ik kreeg de beste stoel en veel ‘wat ben jij' staren van de neven, nichten, achterneven, achternichten en overige buurtkinderen. De armoede, de mensen en de hele verandering van zo een relaxte rustige dag naar zo een intense avond was heel vermoeiend. De armoede, viezigheid en de vele ogen die op mij gericht waren zorgde ervoor dat het huilen mij nader stond dan het altijd maar leuk lachen. Ik was dankbaar toen we eindelijk wat eten kregen. De tv ging aan en we keken de Africa cup die Tunesië won van Angola.

Met Moulaye ging ik terug naar de pinassa om mij klaar te maken voor de nacht. Hij vroeg waar ik wilde slapen, in de pinassa of in mijn doorzichtige, koude tentje op het strand. Ik koos voor het eerste, ik had geen zin om zo in het zicht op het strand te gaan slapen. Weet ik veel wie er allemaal komt. Even later hoorde ik een man zingen. Ik dacht: daar heb je de dorpsgek en richtte mijn zaklamp op hem. Iedereen begon te protesteren en snel scheen ik de lichtbundel op iets anders. Wat bleek, 's nachts gaan de mensen badderen, naakt. Ze gaan zichzelf wassen in het water waarin overdag wordt gepoept, geplast, de afwas gedaan wordt, kleding wordt gewassen en weet ik veel wat nog meer. Ik vind het al vies om met mijn voeten door het water heen te waden...

Niet veel later viel ik in slaap. Een onrustige maar warme slaap. De pinassa werd aan één kant afgesloten waardoor de wind niet naar binnen kon. Ik moet zeggen dat het slapen op rijstzakken niet eens zo slecht is.

26 februari 2011 - Youwarou by day

Na een ontbijt van baguette en naar American Pancakes uitziende broodschijfjes maakte ik een rondje door het dorp. Moulaye voerde me naar verschillende mensen die hij gedag moest zeggen. Door een wirwar van steegjes en straatjes kwamen we uiteindelijk uit bij de moskee. Het leek wel alsof de tijd was terug gedraaid naar de middeleeuwen. Kinderen speelde met een wiel en een stokje, plankjes en er was geen auto, motor of iets te bekennen. Het enige wat verraadde dat het 2011 is, was het mobiele telefoon gerinkel.

We liepen een stuk het dorp uit en kwamen aan bij een westerse post waar de hoofd van de gezondheid voor de regio woont, een neger. Daar was ook stroom de hele dag. In het dorp is er alleen stroom tussen 18.00 uur en 24.00 uur. Ik kon mijn camera batterij en telefoon opladen. Het internet werkte niet dus ik wachtte maar op de batterij.

Toen ik terug bij de pinassa was werd net de lunch geserveerd. Een heerlijke aardappelmaaltijd. Lekkerlekker. Daarna bleef ik een beetje chillen op de pinassa waar een paar sterke mannen de zakken rijst van 100 kg per zak van de pinassa naar een ezelwagen tilde. Gekkenwerk. Vervolgens ging ik kijken bij, jawel een voetbaltraining van Youwarou's eerste elftal. Het voetbalveld was een enorme vlakte en ik verklaarde de mannen voor complete gekken om in deze hitte te gaan sporten. Ik keek even toe en ging terug naar het huis van de familie. Hier keek ik even toe naar het dagelijkse leven. Vervolgens ging ik terug naar de pinassa waar ik al snel avondeten kreeg. Het was een beetje raar qua smaakt maar het brood was heerlijk!

Na het avondeten werd er voor mij wat water verhit en nam ik een heerlijke warme douche. Dat had ik verdiend. Schoon en warm was het enige dat ik wilde, naar bed. Mijn oproep werd gehoord en in de nu lege pinassa werd mijn muggennettent opgezet, matrasje erin en mijn bed was weer klaar. In tijden niet meer zo lekker geslapen!

27 februari 2011 - Bijen!

Ik werd wakker toen iedereen al druk het ontbijt aan het voorbereiden was. Ik ruimde netjes mijn tentje op. Vandaag was het ontbijt oliebollen zonder krenten (en wat kleiner) en rijstepap. Ik vind dat zo lekker, rijstepap. Zou daarmee elke dag wel kunnen beginnen. Na het ontbijt pakte ik mijn laptop erbij want het was hoogste tijd dit stuk te schrijven. Ik schreef ook nog wat e-mails die ik zou gaan versturen als ik ooit weer eens internet heb.

Daarna kwam de lunch en ter gelijke tijd kwam een hele zwerm aan bijen uit de pinassa naar boven. De bijen wonen in de pinassa en komen alleen naar boven als de pinassa stil ligt en zij er zin in hebben. Te veel bijen. Je zag zwart van de bijen. Iedereen flipte maar ik bleef de rust zelve. De motor werd gestart en als een gek voeren we weg uit de haven. Alle mannen aan boord pakte een jas, doek of een deken en begon wild om zich heen te slaan. Ik kon het niet helpen maar moest ontzettend lachen. Daarna werd er een vuur gemaakt, er werd plastic opgegooid en daarna geblust. De rookontwikkeling was enorm en ik vluchtte, net als de bijen, weg.

Toen we weer terug in de veilige haven waren en begonnen aan de lunch van vis en rijst, kwamen de levende bijen weer terug. Na de lunch relaxte ik wat op de pinassa en genoot van de beelden om mij heen. Vrouwen die zichzelf waste (te veel borsten overal) en kinderen die speelde in het verfrissende water. Af en toe kwamen wat mannen bidden op het strand. Jonge meiden die de afwas deden en zeer arm uitziende mannen die riet van boten naar het strand brachten. Mensen die hun kleren in het vieze water waste. Toen aan mij gevraagd werd of ik ook vieze was had moest ik toch echt liegen. Ik heb liever een naar zweet stinkend en viezig shirt dan een ‘schoon' shirt gewassen in een rivier waarin half Mali poept, plast en de afwas doet.

Met de vertaling van Hama kletste ik wat met de pinassajongens, de kapitein en assistent kapitein. Zij spreken geen frans, alleen Bambra, de lokale ‘oengaboenga' taal hier. Daarna genoot ik al snel van het kinder gelach. Zondag, een heilige dag. De kinderen hoeven niet te werken, ze morgen eindelijk spelen. Badderen, voetballen en kind zijn. Prachtig om te zien. Vermoede oogjes veranderen in levendige en enthousiaste blikken vol lach en geluk. Ze zijn weer even kind.

Hama had mij beloofd om met een kano, een pinassa zonder motor, mee een rondje te varen. Ik mocht uiteraard niets doen behalve toekijken en genieten. Hij punterde ons vooruit. Halverwege het meer stopte hij opeens en kwam ook zitten. Heel even was ik bang en dacht: wat komt nu weer. De zon ging bijna onder en daar zaten we alleen op zo een klein kanootje. Voor in een film echt zo een romantisch punt... Maar gelukkig begon hij snel een onschuldig gesprek over armoede en verschillen tussen Nederland en Mali. Interessant om de armoede door zijn ogen te zien en een opluchting. Geen benauwende of enge situaties. Een klein uurtje later waren we weer terug en waadde ik mij weer door het ranzige water (niet aan denken Lisan, niet aan denken) terug naar de grote pinassa. Daar werd snel het water geserveerd en nam ik een warme douche. Ik was nog een hoofdstuk in een boek dat ik al uit had en ging daarna naar bed.

Ik heb veel beleeft, ervaren en uiteraard weer veel genoten. Ik was het al door alles wat mijn jonge ogen gezien hebben, maar ik ben nu nog dankbaarder geworden voor alles wat ik heb. Voor educatie, gezondheid en geld. Maar nu ben ik vooral ook dankbaar voor alles wat ik gehad heb: een onbezorgde kindertijd waarin spelen mijn dagelijkse bezigheid was. Spelen, elke dag. De herinneringen aan de dagen waarin we gingen avond eten in de duinen of het wachten op papa in de kuil. De jaarlijkse weken wandelen in de Zwitserse bergen, frisse lucht. Het kamperen in waar dan ook, het buiten zijn. Skeeleren, voetballen, touwtje springen en de enige angst die ik had was voor Ahmed de kidnapper die bij ons in de straat woonde. En die hele Ahmed bestond niet! Die zorgeloosheid die je hier alleen op zondag in de ogen van de kinderen ziet schijnen. Ik wou dat het hier elke dag zondag was, net zoals toen ik kind was.

Liefs,

Lisan.

* English summary *

I spend two days in Bamako, my new hometown, to get cash at an ATM. Without any luck so I try to survive without money in my pocket. Hama, the brother of my boss and my colleague took me around in the city on a motorbike. The air is nice and fresh but around 2 pm the sun starts to burn and without any remorse, one afternoon I got home with a red burned skin.

On my third day in Mali, just recoverd from the long bus ride from Lome to Bamako, I hoped into a bus again. This time it was only a ten hours' drive from Bamako to Mopti, the second city of Mali and the economical capital. Mopti is famous for its ‘big' port on the river Niger, one of the veins of Mali. After we arrived we met with Moulaye, my boss. He took me and another friend of his on a short tour in his pinassa, a typical boat here. It was wonderful. The sun started to set and the fireball of red, orange and yellow was simply beautiful.

After a horrible cold night in Mopti we went with the pinassa to the village of Moulaye's family. It took us 10 hours but it was amazing! The Niger is a very impressive river and the many villages we passed were poor but beautiful. Children cheered and waved when we passed by. After a while we stopped to by a chicken for lunch. They killed it on the boat and in no time the living animal changed into a nice piece of food. Just, when I tried to eat the chicken meat, the only thing I saw was the chicken alive. I had enough after 3 bites. On the way we saw some hippo's, amazing!! And the children cheering and waving at us made me feel like I was the queen.

We spend two days at the village, it was really calm, quiet and relaxing. I slept on the boat and had some funny French conversations with the people.

Reacties

Reacties

Obie

Dearest Lisanne,
nice narration, but its kind of rude the way you write about Africa sometimes,..when i was in Netherlands i found some things totally ludicrous and appalling but i did not open a blog and and verbally condemn the country while i was still living in it... enjoy ur stay! Cheers!

Ronald & Ineke

Wat een mooi en ontroerend verhaal. Enerzijds lijk je soms bevangen door angst. Wat ik me helemaal kan voorstellen als ik je belevenissen lees! Mijn hemel, ben blij dat ik geen Edith of AJ heet.... en ik dus je verhalen met enige afstand lees.... Maar goed, zij kennen je ook langer dan vandaag en weten dat je heel erg bewust reist en dat jij altijd de juiste mensen lijkt te ontmoeten. Dat zegt genoeg over hoe jij in de wereld staat en mensen tegemoet treedt.

Anderzijds zeg je je droom te leven, dus de angst die je soms wel voelt is blijkbaar niet erg en hoort dus bij het ondergaan van Afrika. Diep respect voor hoe je in je eentje door donker Afrika reist. Kan me de starende ogen nog goed herinneren uit Malawi. Vond dat ook soms echt 'too much' en ik was daar maar 5 dagen....

Mooi dat je zo dankbaar bent voor alles wat je hebt en hebt gehad. Wat voor de meesten van ons westerlingen zo vanzelfsprekend is leer jij door andere ogen te bekijken. Weet zeker dat je een onbetaalbare rijkdom op doet met je gereis waar geen enkele valuta tegenop kan. Ondernemerschap & onbetaalbare rijkdom zitten allebei in je, een fascinerende combinatie waar vast hele mooie dingen uitkomen. Vroeger of later...

We wensen je nog een hele mooie reis met vooral heel veel zondagen. Al was dat maar voor de kids in Afrika!

liefs en take care!
Ronald & Ineke

he lisan,
he he eindelijk heb ik weer een verhaal van je kunnen lezen. Het lijkt mij lekker in dat warme Afrika(behalve snachts dan) hoewel hier het voorjaar ook weer een beetje komt kijken. Sila is een echte Amsterdammer aan het worden, ze praat zelf al zo.
liefs Joke

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!