Welkom in Azië
Lieve familie en vrienden,
Week één in Azië zit erop en daarmee stuur ik jullie nu het eerste bericht over mijn belevenissen. Het was een heftige en intense week, desalniettemin geweldig. Een moeizame start, maar ik begin de smaak te pakken te krijgen. Ik hoop dat ik aan de hand van dit verhaal jullie een beetje kan laten mee genieten, mee leiden en mee lachen. Viel spass!
1-2-3 Juni - aaneengesmoltedagen
Op 1 juni was het dan zover, tijd om naar Zuidoost Azië te vertrekken. Om 15.30 zou mijn vlucht naar Dubai vertrekken. Mama en ‘zieke' Merel brachten mij naar Schiphol Amsterdam Airport. De week voor mij vertrek was behoorlijk heftig en hectisch geweest dus ik was er niet helemaal bij met mijn hoofd. Voor mama en Merel erg fijn want ik had maar een kwart van de reisstress die ik normaal zou hebben. Na het inchecken bij Emirats Airlines gingen we met z'n drieën nog even lunchen. Vervolgens kon de lange reis beginnen. Door de douane, naar de gate, wachten, instappen, wachten. Tja we kennen het allemaal. Een eeuwige getaxied over de luchthaven naar de polderbaan. Hierdoor hadden we 30 minuten vertraging opgelopen. Mijn eerste vlucht met Emirats was een groot succes. Ookal waren de stoelen niet bepaald slaap bestendig, het on-board entertainment programma liet niets te wensen over. Spelletjes, honderden films, tv-series en tegen betaling ook internet en telefoon, nee ik heb mij niet verveeld. Ook kon je de vlucht volgen en met twee cameraatjes het cockpit zicht en recht naar beneden kijken. De gehele route boven Europa was bewolkt. Pas boven Turkije kon ik lampjes (dus dorpjes en stadjes) zien liggen. Op het gegeven moment vlogen we boven één van de meest besproken landen de afgelopen jaren: Irak. Best bizar. Na zo een zes en een half uur gevlogen te hebben kon ik op het kaartje zien dat we bij de Verenigde Arabische Emiraten waren, helaas kon ik ook zien dat het vliegtuig nog vier cirkels moest draaien voordat we konden landen. Erg deprimerend.
In Dubai aangekomen zag ik tot mijn grote schrik mijn aansluitende vlucht naar Bangkok niet staan. Vijf minuten staren naar het scherm, paniek hijgde in mijn nek. Gelukkig werd ik even afgeleid door de aankomst van een groep Sjeiks, leuk! En hierdoor viel mijn ook op de vlucht naar Hong Kong die versprong naar Bangkok. God, mijn vlucht gaat dus via Bangkok naar Hong Kong. Volgende keer dus op vluchtnummer zoeken Lisan... Opgelucht liep ik naar mijn gate. Ondanks het tijdstip (01.00 - 03.00) was het een gigantische drukte op Dubai International Airport. Twee uurtjes moet ik wachten en dan kon ik weer voor zes uur. Ditmaal had ik een iets ander, ouder, toestel. Het entertainment systeem was ook iets ouder maar net zo rijkelijk gevuld. Echter wilde ik mijzelf op deze vlucht entertainen met slaap. Naast mij, zoals zo velen in dit vliegtuig, zat een oude dikkerd met een veel te jonge schone Thaise vrouw. Misselijkmakend. Gelukkig viel ik snel in slaap, na een kleine twee uur maakte een stewardess mij wakker voor ontbijt. Ontbijt? Daar was ik nog zeker niet aan toe. Als snel viel ik weer in slaap en werd ik op een natuurlijke wijze wakker boven het vaste land van Thailand. Ik had geen raamplek maar door het cameraatje aan de onderkant van het toestel kon ik het landschap goed volgen. Akkerland.
Ik was nog behoorlijk slaperig toen ik het toestel uitstapte en liep dus als een mak schaap achter de horde mensen aan. Bij de douane aangekomen stond ik netjes in de rij, probeerde een beetje te ontwaken. Toen ik eenmaal aan de beurt was had ik opeens geen formulier. Nee logisch, ik lag ook te slapen in het vliegtuig. Dus ik moest weer uit de rij om een formulier in te vullen. Hé, beetje wakker worden nu. Anders kom je nergens. Bangkok Airport was overigens een grote verrassing voor mij, erg modern en duidelijk. Zelfs met een slaperig hoofd!
Nadat ik eindelijk de goede bus gevonden had kon mijn tocht naar het treinstation beginnen. Thailand, I'm really here now. Ik kreeg meteen een eerste impressie van de stad: gigantisch groot, grouw, smog en veel te druk: scooters, tuk tuk's, auto's, bussen, alles door elkaar heen. Tijdens de rit stonden we langer stil dan dat we daadwerkelijk kregen. Gevolg: zo nu en dan dutte ik in. Gelukkig had de bus een airco want de drukkende hitte was extreem. Onderweg heb ik gelukkig in ieder geval vaak genoeg kennis gemaakt met de koning die zo om de kilometer is afgebeeld in een prachtige lijst. Aangekomen bij het treinstation bleek dat de trein naar Chiang Mai voor die nacht al helemaal vol geboekt was (m.u.v. van die om 22.30). Ik kon echter nog wel een bus boeken. Dat had ik maar gedaan. Honger bekroop mij langzaam maar ik had nog pakweg een uur voordat mijn bus zou vertrekken. Dus ging ik even een welverdiende maaltijd nuttigen. Twee goed uitziende jonge knaapjes van een geschatte leeftijd 14-15 lokte mij met succes hun eethok / restaurant in. Ik koos voor rijst en kip. Een ware heerlijkheid. Ik genoot met volle teugen, tot aan één van mijn laatste happen. Tussen mijn laatste beetje rijst zag ik opeens een zwart haar liggen. Zwart, dat is niet van mij. Gadver! De jongens zaten al de hele tijd naar mij te lachen en kijken , zouden ze het soms expres gedaan hebben? Ik liet het laatste beetje staan. Toen ik betaald had en weg wilde lopen vroeg één van de knaapjes: 'ho wol ar you?' Ik antwoorden waarheidsgetrouw 'nineteen, and you?', waarop hij zegt: 'me one - eight' Achttien? WAT? Ach, al die Aziaten lijken toch op elkaar. En allemaal even jong.
Terug in het station werd mij opeens duidelijk dat mijn bus niet vanaf daar vertok maar ergens anders in de enorme stad. Een tuk tuk kwam tot mijn verrassing mij ophalen. Heerlijk zo een tuk tuk omdat het erbij hoort. Maar de hoeveelheid uitlaatgassen in je gezicht zijn wat minder. Daarnaast komt het dak te laag naar beneden waardoor je niets ziet. Toch vind ik de tuk tuk het coolste ding ooit. Ik kan niet wachten op mijn volgende rit.
Eenmaal in het busstation moest ik nog 45 minuten wachten op de bus. Ik was ondertussen zo kapot dat de busman tegen mij zei: 'I wake up you when bus come'. Ik dacht nog bij mijzelf, jaja en dan zeker al mijn spullen meenemen of mij vergeten. Maar voordat ik überhaupt mijn gedachte kon afronden lag ik al te pitten. Meneer maakte mij inderdaad wakker, maar de bus had nog geen tien minuten gereden of ik lag alweer te slapen. De bus was een zogenaamde VIP bus, een gewone touringcar met airco en een zeer chagrijnige stewardess aan boord. We kregen een dekentje (God zei dank want de airco stond op vriezen), een kussentje, een etenspakketje (snack koekje, cakeje en pakje te drinken) en 's ochtends kregen we ook nog eens een kopje koffie aangeboden. Wat een luxe. Om 00.00 uur hadden we een plas / eet pauze en ik raakte aan de praat met mijn eerste Thaise vriend. Josn sprak enigszins Engels, maar tot mijn grote schrik was hij ook Engels docent. Ik snapte maar de helft van wat hij zei. Hij bleef maar praten, aan één stuk door. Dus om 01.00 uur zei ik dat ik weer wilde gaan slapen. En dat deed ik. Tot in Chiang Mai, of even daarvoor want ik meen mij te herinneren dat de spraakwaterval Josn ook 's ochtends nog gepraat heeft. Om 05.30 lwamen we aan in het busstation van Chiang Mai. Gelukkig ging Mr. Spraakwaterval mij helpen bij mijn vervolg ticket naar Chiang Rai. Een iets mindere bus maar goed, na zo een 4 uur was ik in Chiang Rai. Ik wilde meteen weer een nieuw ticket kopen naar Chiang Khong, maar de bussen naar Chiang Khong vertrokken van een ander busstation. Dus ik , hopsa, in een tuk tuk op naar het goede busstation. De tuk tuk was echter ongeveer drie keer zo dus als mijn busticket. De laatste etappe van mijn reis was van Chiang Rai naar Chaing Khong, had ik mij voorgenomen. Dit keer een oude aircoloze krot bus, desalniettemin heerlijk. Dat is pas echt genieten. Ook nog tijdens mijn hele reis geen toerist tegen gekomen tot mijn grote vreugde! Zo zou reizen moeten zijn.
Na twee uur hobbelen door Noord Thailand, waar ik het door reisgidsen genoemde ‘bergachtige' landschap behoorlijk vond tegenvallen kwam ik aan in Chaing Khong. Honger, dorst, en het smachten naar een echt bed, douche en schone kleren groeide met de minuut. Ik voelde mij zo vies, zweterig en vooral moe. Ik had besloten nog de grens over te steken om tijd te winnen de volgende dag. Maar eerst moest ik even eten. Want ik wist: zodra ik over de grens was ging ik mijzelf even lekker verwennen met een heerlijk bed en een nog lekkerdere douche. Haren wassen, zweet afwassen, schone kleren, een BED. Ja dat was pas echt iets om naar uit te kijken. Na de kip en rijst lunch pakte ik een tuk tuk (yesss) naar de grensovergang. Even wat stempels halen en een bootticket kopen. De grens wordt namelijk gevormd door een zeer brede rivier die alleen per boot is te oversteken. Aan de overkant van de rivier was LAOS. Maar alles wat ik zag was een douche en een bed. Kort voordat ik de boot instapte voelde ik dat mijn linker voet opeens enorm opzwol. Kort daarna ook mijn rechter. O God, wat is dat nu weer?
De grens passeren in een bootje was enig. Ik vond het echt leuk! Zo letterlijk om een grens over te steken! Bij de grens in Laos kon ik weer een mooi stempetje halen en de man daar maakte zowaar grapjes. Tot nu toe waren alle Thai behoorlijk bot en onaardig tegen mij. Dus dit was een positieve verrassing. Ik liep de heuvel op, op zoek naar mijn bed en douche. Onderweg kwam ik een bord tegen waarop stond dat er een bus in de avond vertrok naar Luang Nam Tha. Daar wilde ik heen, ik besloot deze bus te pakken en mijn douche en bed nog iets uit te stellen. Dan zou ik een halve dag qua tijd winnen, chill! Achteraf gezien een zeer onverstandige beslissing.
Ik moest twee uur wachten op de tuk tuk die mij naar het busstation zou brengen dus ging naar ik een internet café. Hier wisselde ik op acrobatische wijze mijn reis trui en topje in voor wat luchtige kledij. En heb mijn tijd vol gemaakt met chatten met Obie (mijn vriend, voor degene die dat niet wisten) en wat werk gedaan voor Green Button v.o.f.. Daarna nog wat drinken en eten gekocht voor in de bus en wat geld geprint. Echter had ik (gelukkig) een klein bedrag gekozen en die kwam niet uit de automaat. Toen ik de tweede keer pinde kwam het er wel uit. Ik ging snelt terug naar het internet café om mijnING te checken en het was wel twee keer afgeschreven. Naja! Gelukkig was het maar € 11,25, dus de schade bleef beperkt. Er stond wel een telefoon nummer bij maar ik dacht: bellen kost mij uiteindelijk meer dan 11 euro dus liet het bij wat het was. Balen.
De tuk tuk, bestuurt door een hilarische Laotiaan die mij een ‘gratis' verblijf in zijn hotel aanbood, bracht mij en een aantal andere toeristen naar het busstation. De eerste toeristen die ik tegen gekomen ben. Nog 3,5 uur in een bus en dan zou ik op mijn bestemming zijn: Luang Nam Tha! Met een half uur vertraging vertrokken we met een zinkend hete, door de zon voorverwarmde bus. Pas na een uur was de temperatuur (d.m.v. airco) op een aangename temperatuur. Mijn reeds zwaar beschadigende billen hadden het zwaar te voorduren op de zeer hobbelige, soms onverharde en extreem bochtige weg. Het uitzicht desalniettemin zeer indrukwekkend. Heuvellandschap vol met tropisch regenwoud. Hier zou ik graag een aap willen zijn. Prachtig! De nacht wil en een aantal mensen trokken het niet meer. Zo ook mijn Lao buurman kon zijn maag niet weerhouden van omdraaien. Ranzig. Na een hele tijd hobbelen kwamen we aan op een pass höhe waar we een spectaculair uitzicht hadden over een vallei die elke vijf seconde belicht werd door een bliksemschicht. Erg indrukwekkend en ook een beetje spannend. Naarmate we verder de vallei inzakte begon het te druppelen. Het druppelen veranderde al snel in een hevige regenbui. Een regenbui waar je zelfs in een regenwoud u tegen zegt. Dit zorgde dat de bus met twee uur vertraging aankwam in Luang Nam Tha, om 22.00 uur. Het busstation lag echter 10 kilometer bij het dorp vandaan en het hotel bij het busstation was al vol geboekt. Er waren helemaal geen tuk tuks meer en ik zat er helemaal doorheen. Nog 7 uur in de bus naar Luang Prabang was een rampen scenario voor mij, ik kon niet meer. Gelukkig was er één man die zowel Lao als Engels sprak en mij hielp bij het regelen van vervoer naar het dorp. Ik stond op het punt toch nog de bus in te stappen, en in één keer door te gaan naar Luang Prabang, maar ik kon gewoon echt niet meer. De man regelde een tuk tuk voor mij, belachelijk duur in verhouding, maar het kon mij niets meer schelen. Ik had die tuk tuk man 100 euro betaald om mij naar een hotel te brengen. De regen was onophoudelijk en ik zat er zwaar doorheen. Een persoonlijke regenbui kon niet worden voorkomen. Waar was ik in godsnaam in beland? Een land dat ik niet snap, de mensen snap ik niet, waarom zijn ze zo bozig, zij snappen mij niet. Wat doe ik hier? Is het hotel nog open en is er überhaupt nog ruimte? Zal het ooit ophouden met regenen? Hoeveel zal het omboeken van mijn terug reis kosten? De angst bevloog mij dat de man en zijn vrouw mij naar elke plek in de wereld konden brengen om mijn keel door te snijden of dat de auto achter mij opeens het vuur zou openen en mij dood schieten, ja ja het werd van kwaad naar erger. Mijn logisch verstand liet mij in de steek. Na gevoelsmatig uren rijden dropte de man mij uiteraard gewoon bij een guesthouse. Het was geopend en er was nog plek. Opgelucht als een... ja... een bij in de woestijn die een bloem vind, kreeg ik een kamer toegewezen. Van opluchting, vermoeidheid en de bozige Aziaten, van blijdschap om een douche en bed en van mijn angstgedachten bleven de tranen vloeien. Pas na een zeer lange douche (YES) kwam ik tot rust. Ik dook dankbaar mijn bed in, eindelijk: BED.
4 juni - Het is een zaak van gewenning
14.00 uur. Lisan ontwaakt. Wat een heerlijke slaap, mijn voeten zijn niet meer gezwollen (die hadden ook simpelweg rust nodig). Snel kleedde ik mij aan en stapte de wereld in, de wereld waarop ik nog steeds boos was en waarvoor ik nog steeds bang was. Ik miste de latino's, het simpele. Ook al spreek je niet de zelfde taal, wel willen communiceren. Maar ik ben nu in Azië en daarmee moet ik het doen. Toch vluchtte ik snel het internet café in en stuurde Obie een sms 'i'm onine'. Na een uurtje chatten en skypen met hem en een belletje met papa kwam ik een beetje tot rust en besloot ik mij niet zo aan te stellen en een rondje te gaan lopen. Lisan: niet zo triest doen.
Eerst ging ik naar een excursie bureau want het leek mij wel leuk om met hen een dag naar het nationaal park en de inheemse bevolking te gaan. Ik was echter de enige die mij daarvoor tot zover had aangemeld en dan zou de prijs wel erg hoog zijn (rond de 80 USDollar). Dus dat ging helaas niet door. De man overigens was uitermate vriendelijk. Wat kaarten gekocht, ook deze man was aardig. Op het postkantoor door een alleraardigste vrouw geholpen. Wat bouwvakkers zwaaide zelfs naar mij (tja, bouwvakkers blijven bouwvakkers). Ik liep wat door het stadje en besloop een scooter te gaan huren voor een uurtje. Het was sowieso veel te heet om te lopen. Na een beknopte uitleg over het gebruik van de scooter en een behoorlijk agressieve start reed ik het stadje door en uit. De stenen huizen veranderde in bamboe hutjes en het stadse veranderde al snel in jungle en zo nu en dan een hutje. Heerlijk, de wind in mijn gezicht. De knal roze helm en mijn langzame rijgedrag trok veel bekijks. Ik werd van alle kanten ingehaald. Dus ik stopte even om een foto te maken van de omgeving. Zetten de scooter uit, lekker milieu vriendelijk. Helaas na het prachtige shot kreeg ik de scooter niet meer aan de praat. O God... Ik bekeek even mijn display en zag dat mijn benzine tankwijzer op leeg stond. Shit! En net op dat moment kwam er natuurlijk iemand aan op de weg. Na 300 keer proberen te starten kwam er eindelijk een man op een scooter aan. Ik hield hem aan, hij kwam mij te hulp. Starten de scooter zonder probleem. Ik was namelijk vergeten dat om te starten er een oranje knopje ingedrukt moest worden. Schaamte. Terug in het stadje ging ik toch even naar de benzine pomp om te kijken hoe het zat met benzine, de tank was vol. Ik reed nog wat rond in het stadje. Langs het stadion (voetbalveld), de dagelijkse markt en een aantal rijstvelden. Mijn uurtje was op en ik ging terug. Heerlijke eerste scooter ervaring. En zeker voor herhaling vatbaar!
Voor het diner besloot ik dapper dat ik ergens achteraf in een restaurantje zou gaan eten. Niet in de toeristen restaurantjes. De kaart was uiteraard in het Lao dus de vriendelijke dame opende vier tonnen met daarin verschillende soorten vlees. Ik koos voor de meest fatsoenlijk uitziende variant. Even later kwam ze aan met werelds meest vieze noodles, tomaatjes en komkommer. Ook het vlees volgde snel. Het vlees was niet wat ik vlees noem. Het was meer vet gehuld in een extreem hard ‘krokant' laagje. Elk stukje vlees was zo taai dat het minuten duurde om door te krijgen. Daarnaast was de smaak ook niet echt te prijzen. Ik besloot het vlees eens nader te bestuderen. Ik zag stukjes liggen die eruitzagen als droge, lege bloedvaten van een groot dier. Al mijn honger was weg. Bahbahbah, maar ik voelde mij zwaar lullig omdat ik nog geen kwart gegeten had. Één keer schamen op een dag was wel genoeg voor mij. Daarom, ik schaam me nu dood om het te vertellen, pakte ik een servetje en stopte de helft van de noodles en van het vlees erin zodra het vrouwtje niet keek. Stopte de gevulde servetten snel in mijn rugzak. De andere helft liet ik staan. Deze actie bracht mij in een grote angst. Honden! Ik was al twee keer achterna gerend door enge grote (en kleine) keffers. Nu was ik erg bang dat ze als die beesten het vlees in mijn rugzak zouden ruiken, mij al helemaal zouden aanvallen. De angstige weg naar het hotel leek eeuwig te duren. Extreem alert op honden. Maar gelukkig kwam ik maar twee keffers tegen, de een aan de andere kant van de weg en de andere op grote afstand. Opgelucht kwam ik aan in mijn hotel en gooide de etensresten meteen weg. Wat een avontuur... Volgende keer gewoon weer bij de toerist eten!
's Avonds besloot ik naar de night market te gaan. Zou erg indrukwekkend moeten zijn, stelde echter niets voor. Het begon ook weer pijpenstelen te regenen en dus ging ik naar het hotel. Ik was echter niet moe dus ik ging terug naar het internet café. Daar even geskyped met het thuisfront, Grossmutti en gechat met Obie. Gewerkt aan Green Button v.o.f. tot de stroom uitviel. Ik ging weer terug naar het hotel en verveelde mij stierlijk. Het licht sprong weer aan dus ik ging terug naar het internet café waar ik mijn chat met Obie vervolgde tot aan sluiting. Om 23.00 uur lag ik in bed. Kon echter totaal niet slapen. Het regende extreem hard en heb nog steeds een beetje last van de jet lag. Ook was tot 14.00 uur slapen niet echt bevorderlijk.
5 juni - hmm, kippenpootjes!
Ik had helaas de halve nacht niet geslapen omdat ik nu merkte hoe steen hard het bed was en wat voor een steen ik als kussen had. De wekker die ochtend stond geprogrammeerd op 08.00 uur, ik heb hem met plezier een uurtje verzet. Vol energie stond ik op, deed mijn ochtend rituele en ging naar het scooter verhuur bedrijf. Om stipt 10.00 uur stapte ik op mijn Honda, liefde op het eerste gezicht. Op een kaartje van Luang Namtha (wat al aangaf dat het niet op schaal was) en omgeving had ik een perfecte route uitgestippeld. Eerst wilde ik naar een waterval, heen en terug via dezelfde weg. Vervolgens wilde ik een rondrit maken langs een aantal inheemse dorpjes en door de rijstvelden. Tot slotte wilde ik nog naar een Stupa in de buurt van het dorp. Een goed plan is het halve werk, dacht ik.
Samen met mijn Honda ging ik op pad, erg romantisch. Door de verkeerde schaal van het kaartje reed ik direct al verkeerd. Ik nam, op een weg naar de waterval, te vroeg een afslag naar links. Niets vermoeden reed ik door, een enorm steile helling overigens. Een man zwaaide heel agressief naar mij, ik dacht bij mijzelf: ‘wat aardig maar waarom zo wild?' Pas toen ik aan het einde van de straat kwam werd het mij duidelijk, deze weg leidde naar een militaire basis waar ik totaal niet gewenst was. Ik werd weer weggestuurd, op eenzelfde agressieve zwaai manier.
De afslag erop was de juiste, er stond zelfs een bord: waterfall. Al hobbelend reed ik over de onverharde weg de heuvel op. Ik passeerde verschillende dorpjes met die fascinerende bamboe gevlochten huizen en aan mijn linkerkant waren vele mensen aan het werk op de rijstvelden.
Na een behoorlijke tijd hobbelen en gaten en kippen op de weg ontwijken kwam ik aan bij het einde van het dal. Ik moest nog met mijn Honda een klein riviertje doorploegen waar schattige jongetjes aan het spelen waren. Ik moest pakweg tien minuten lopen tot aan de ietwat tegenvallende waterval. Gewoon een waterval, niets bijzonder. Ik liep terug, kocht iets te drinken bij een vrouw met een überschattig babykind. Toen ik haar het geld gaf pakte de baby het meteen af. Dus als rijke westerse gaf ik het babytje 1000 kip () om op te eten. Hij vond het heerlijk. Ik hoop dat de moeder een nieuwe broek voor hem koopt daarmee, of maakt. Want dit was niet echt charmant. Het kruis was geheel niet aanwezig...
De terugrit ging gevoelsmatig tien keer zo snel. Zo nu en dan even wat zwaaien naar de mensen en kinderen in de dorpjes, enig. Met de wind in mijn gezicht , een hete helm op mijn kop en de brandende zon op mijn armen doorkruiste ik het landschap. Eenmaal terug op de provinciale weg scheurde ik tussen de rijstvelden door, op naar de rondweg die via een aantal dorpjes weer naar terug naar de provincie hoofdstad Luang Namtha. Ik passeerde een aantal leuk uitziende dorpjes, durfde nog niet af te stappen. Zo nu en dan een stukje bos en dan weer pal in de zon langs de rijstvelden. Ik reed gestaag door tot aan de rivier die ik moest oversteken. Helaas was deze brug, wat meer een rieten overgang was, er niet meer. Half in het water zag je nog wat restanten. Ik moest omkeren want door het water heen ploegen met mijn geliefde Honda zag ik niet helemaal zitten. In één van de dorpen stopte ik en kocht ik wat te drinken. Ik liep een rondje door het dorpje en iedereen keek vol verbazing naar mij en riepen vrolijk sábaai-dii (hallo) met uiteraard een glimlach op hun hele gezicht. Ik riep het net zo vrolijk terug. Hilarisch. Toen ik weer op de scooter wilde stappen kwamen er twee knullen op mij af die een klein beetje Engels spraken. De ene genaamd AE (ok?) nodigde mij uit in zijn huis. Dat laat ik mij geen twee keer zeggen en ik stapte vol spanning zo een heerlijk rieten huis binnen. Op de bovenverdieping is een buiten en binnen woonkamer en een keuken. Beneden zijn ‘bedden' in de vorm van houten planken en een garage voor de scooters. De hele familie kwam even langs om te kijken. Ouders, broers, zussen, tantes, nichten en neven. Sábaai-dii. Ae vroeg of ik lunch wilde. Ik had best wel honger en vond het ook wel beleefd om het aanbod te accepteren en zei dus volmondig ja. Al snel kreek ik een groot dienblad met twee sowieso te vol gevulde kommen. De ene met sticky rijst. Of te wel lekker afbreken met je handen en oppeuzelen. De tweede kom was een soep met kippenvlees en groen spul wat later meloen bleek te zijn. De soep zelf best lekker. De meloen erg ranzig. De kip in eerste instantie best lekker, totdat ik mijn derde stukje wilde pakken en het niet bleef bij een stukje vlees. Het was een heel voetstuk van een kip. Met nagels en al, GADVER. Maar goed, proberen moet dus na een aantal minuten mentale voorbereiding stopte ik de teen in mijn mond. De nagel moest je niet opeten hoor. De smaak was op zich niet eens heel erg smerig maar mentaal kon ik het niet aan. Ik legde het weg. Bah. Later kwamen nog twee vrienden van Ae die erg goed Engels spraken. Één was een gids van de Nederlandse reisorganisatie Djoser. Grappig. Na een tijdje besloot ik mijzelf te herenigen met mijn Honda en vertrok richting de stad. Ik kreeg nog wel een onrijpe mango mee.
Terug in het dorp maakte ik even een tussenstop bij het hotel: plaspauze. Vervolgens naar de Stupa gereden. Deze even bekeken en ik zag dat onweer opkomst was. Dus snel weer naar beneden gelopen over de veel te lange trap. Echter was ik net iets te langzaam en kwam ik in een regelrechte plensbui terecht. Niet echt lekker op de mijn Honda. Gelukkig is mijn Honda niet gemaakt van suiker en bracht hij mij veilig terug naar zijn stalling. Met pijn in het hart liet ik hem achter.
Even naar het internet café en na een tijdje kreeg ik mijn eetlust weer terug. Echter had ik geen zin in een ander culinair avontuur en besloot ik voor een heerlijk stuk vlees, aardappeltjes en een heelrijke salade te gaan. Puur genot. Nog even gepraat met een Nederlandse meid. Niet al te lang want ‘ik moest vroeg naar bed', ze was namelijk niet al te intelligent en had daar geen trek in.
6 juni - Bilmassage
Om half negen bracht een tuk tuk mij naar het busstation. Hier zag ik even later de Nederlandse meid van de avond ervoor aankomen. Ze droeg een kort rokje dat door haar twee giga rugzakken zo naar beneden getrokken werd dat ik haar hele ondergoed en bovenbeen zag zitten. My God! Alle Laotianen keken ook een beetje vreemd... Om stipt! negen uur vertrok mijn lokale bus. Een waar krot, maar gelukkig konden de ramen open. De weg, niet geasfalteerd, was extreem hobbelig. Soms werd ik zelfs uit mijn stoel gelanceerd. De tocht zou ongeveer zeven uur duren maar liep uit tot negen uur. Geradbraakt kwam ik aan in de tweede stad van Laos: Luang Prabang.
Ingechecked in het enige hostel. Moet dus, omdat ik te idioot ben om in plaats van 3,50 euro per nacht 7 euro per nacht te betalen, een snik hete kamer delen met een stuk of zeven andere mensen. Hoe goedkoper hoe beter, maar soms ga je over de top. Maar goed, ik zit nu hier en daar blijf ik nu.
De stad Luang Prabang is misselijkmakend toeristisch. Je komt meer toeristen dan Laotianen tegen per honderd meter. En het is niet eens hoogseizoen. Ik liep 's avonds nog een ommetje door de toeristen markt. De een na de andere touroperator en het ene na het andere restaurantje met pizza, pasta, burgers en noem het maar op. Dat is het straatbeeld. Na de wandeling weer terug naar het ‘o zo gezellige' hostel.
Het is dat er in deze omgeving twee dingen zijn die ik graag wil bezichtigen en omdat de stad zelf ook twee interessante plekken heeft en omdat ik graag het monniken ochtendritueel wil bijwonen. Anders was ik hier liever gister dan vandaag vertrokken.
7 juni - Het oranje gewaad
De planning om vroeg (08.00 uur) op te staan om met de scooter voor de toeristen stroom bij de watervallen te komen viel letterlijk en figuurlijk in het water. Het regende als de neten, pas om tien uur werd het droog en besloot ik de wijde wereld in te trekken. Door een vunzige en oude maar desalniettemin geweldig marktje en via verschillende tempels (die hebben zie in Luang Prabang nogal veel) ging ik naar de meest bekende tempel: Wat Xieng Thong (ofzo). Hier schoot ik wat plaatjes. Ja er is niet zo bar veel over te vertellen. Er stond een Buddha, een tempel en nog en paartje huisjes. Ik liep terug langs de grootse Mekong. Geweldig imposante rivier. Ik kocht wat te drinken en klom de 300+ treden op naar de Stupa op de heuvel in het midden van de stad. Het was een behoorlijk hete maar vooral zeer benauwde dag. Geen zon. Non stop bewolkt. Dus ik was niet alleen buiten adem boven, maar ook nog eens nat. Nee, er was geen mist. Het was pure zweet.
Eenmaal op de top was het uitzicht inderdaad behoorlijk mooi. In tegendeel tot het hoge noorden van Laos zijn de bergen hier een stuk hoger en steiler. En daardoor meer rotsachtig en minder bebost. Maar nog steeds erg bebost... De Stupa zelf viel een beetje tegen maar gelukkig was r meer belooft. Een heuse voetafdruk van Buddha. Maar ook dat was niet alles want aan de andere kant van de heuvel, op mijn terugtocht naar beneden, kwamen opeens heel veel Buddha's tevoorschijn. Staande, liggende, grote, kleine, van alles wat. De voetafdruk van Buddha spande echter de kroon. Mooi uitgeslepen stuk steen. Die buddha is echt een grote vent hoor!
Daarna kwam ik een aantal monniken tegen. Zo gaaf die oranje gewaden. Ze dragen dat echt! Master. Ik raakte met één aan de praat. Hij sprak een beetje Engels en wilde mij graag zijn tempel laten en en zijn engels oefenen. Nou, daar zeg ik geen nee tegen. Zijn tempel was dicht voor publiek en was erg mooi. Rood en goud. In de tempel ware een aantal jonge monniken aan het slapen en studeren. Zo gaaf! Daarna gingen we naar het eetvertrek om nog wat te kletsen. Even liep een beetje uit tot maarliefst vier uut. Ik besloot een donatie te doen aan de monniken van die tempel. Wilde echter geen geld geven en eten vond ik een beetje raar om te gaan kopen. Bee, zo heette mijn vriend de monnik, was gestagneerd met Engels studeren omdat zijn gespaarde geld wat hij soms van de tempoel krijg bij lange na niet toereikend is voor een nieuw boek om verder te studeren. Dat leek mij meteen dus een goed plan: ik donneer een Engels leer boek. Dus ik stelde hem voor samen naar de markt te gaan om een boek te kopen. Maar hij was erg bang dat ik geen boek zou kopen omdat boeken zo duur waren. Maar goed, ik had het gezegd, dus dan doe ik dat ook. Na 10 minuten wist ik hem te overtuigen da tik echt een boek voor hem zou kopen dus met de tuk tuk reden we naar de markt. Ondertussen werd ik wel een beetje bang, straks zijn die Boeken echt super door... straks kost het meer dan twintig euro. Bee zocht een goed boek uit en de 50.000Kip (ongeveer 5 euro) dat het koste was een grote opluchting. Tuurlijk voor hem en andere Laotianen veel geld, maar dit kon ik nog wel kwijt!
Terug in het eethuis bij de tempel bladerde ik een beetje door het boek. Grappig, precies dat wat ik in mijn cursus Engels als tweede taal lesgeven gehad heb. Bee was er erg blij mee. Als hij het zelf had moeten kopen had hij erg lang moeten sparen. Als dank kreeg ik een armbandje van hem dat hij zelf gemaakt had. Cooliio. Als vrouw mag je de monniken trouwens niet aanraken, zelfs niet hun gewaden. Tenminste dat dacht ik. Maar Bee raakte mij gewoon aan. Super raar, ik deed zo mijn best om eraan te denken niet aanraken niet aanraden. Maar hij gaf mij zowaar een zoen op mijn wang als dank voor het boek. Okee....
Ik besloot over de night market aka toeristen markt te lopen. Toen brak er plotseling onweersbui los en begon het te hozen. Ik stond te schuilen in een restaurant en besloot mijzelf neer te zetten voor een maaltijd. Dat mocht wel weer eens. Een veel te luxe restaurant overigens ik most omgerekend maarliefst 5 euro betalen voor een volle maaltijd. Dat kan goedkoper Lisan! Tijdens de maaltijd kon ik de mensen herlijk observeren. Twee dikke worstige Amerikaanse vrouwen die nog dikkere worsten bestelde voor diner. Een over verliefd koppel dat er veel te goed uitzag, echt een cheerleader en football player koppel. Een groep van vijf die 10 minuten stonden te overleggen of ze hier zouden eten. Twee keer besloten dat wel te doen, uiteindelijk verderop gaan kijken. Een kleine 10 minuten later kwamen ze weer terug om hier te eten. Een dikke vieze oude man met een veel te jong Aziatisch vrouwtje. En ik.
Zooo, dat was mijn eerste week. Nog vijf weken te gaan en ik hou jullie zeer zeker op de hoogte. Per week probeer ik het verhaal te uploaden. Dus ik zeg: tot de volgende keer maarweer!
Met veel liefs uit Laos,
Lisan
ps. check ook de foto's!